Gesprekken over Zen III

Zen, praktijk van het ontwaken

28 december 2017

Boeddha zei:
“Dit is het directe pad dat leidt tot de zuivering van de wezens, tot het te boven komen van verdriet en geweeklaag, tot het oplossen van lijden en terneergeslagenheid en tot de realisatie van bevrijding.
Dit pad bestaat uit de vier vormen van het cultiveren van aandacht. Welke vier zijn dat?
Wel monniken,
een monnik blijft bij het lichaam, het lichaam energiek, alert en aandachtig beschouwend, terwijl hij gehechtheid en verdriet met betrekking tot de wereld opzij zet;
hij blijft bij de gevoelens van aangenaam, onaangenaam of neutraal, deze energiek, alert en aandachtig beschouwend, terwijl hij gehechtheid en verdriet met betrekking tot de wereld opzij zet;
hij blijft bij de geest, de geest energiek, alert en aandachtig beschouwend, terwijl hij gehechtheid en verdriet met betrekking tot de wereld opzij zet;
hij blijft bij de mentale factoren, de mentale factoren energiek, alert en aandachtig beschouwend, terwijl hij gehechtheid en verdriet met betrekking tot de wereld opzij zet.
– Sathipatthana Sutta – Soetra over het cultiveren van aandacht –


De weg van de verlichting bestuderen, is het zelf bestuderen.
Het zelf bestuderen is het zelf vergeten.
Het zelf vergeten is verwezenlijkt worden door de ontelbare verschijnselen.
Verwezenlijkt door de ontelbare verschijnselen,
vallen je lichaam en geest alsook lichaam en geest van anderen weg.
Geen spoor van verlichting blijft over, en dit geen-spoor gaat eindeloos voort.
– Dogen, Genjokoan – Het verwezenlijken van het fundamentele punt – 


1. De leraar.

Ik wil zen echt in de praktijk brengen… maar hoe doe ik dat?

In de eerste plaats heb je een leraar nodig die je persoonlijk begeleidt, waarmee je op regelmatige basis openhartige gesprekken over je beoefening hebt. Zo kan hij of zij je evolutie opvolgen en je voortdurend bijsturen, dat is absoluut noodzakelijk.

Waarom is dat zo? Als ik nu goede boeken over zen lees, en dagelijks zazen doe thuis…

Veel mensen stellen die vraag, omdat ze denken: “kan ik dat niet gewoon op mezelf doen?”; maar als je zo denkt is dat een schromelijke onderschatting van de diepgang en draagwijdte van zen. Stel dat je violist wil worden: ga je dan viool leren spelen uit een boek of ga je les volgen bij een leraar? Wanneer je de Mount Everest wil beklimmen, neem je dan een handleiding mee die je hebt afgeprint van het internet, of ga je in gezelschap van een ervaren gids? Nog veel meer dan vioolspelen of bergbeklimmen vraagt zen om een levend onderricht van mens tot mens. Er zijn heel wat valkuilen en illusies die je gemakkelijk kan vermijden onder begeleiding van een leraar, maar waar je steevast inloopt als je alleen beoefent. Zazen is niet alleen een heel krachtige, maar ook een heel kwetsbare beoefening. Toch is het niet alleen het gepersonaliseerde onderricht, de individuele feedback. Er is ook zoiets als een onderricht voorbij woorden, iets dat je intuïtief opvangt, een manier van zijn… Het is vooral heel fijn om samen zen te beoefenen, niet alleen met je leraar maar ook met de anderen. Zie het dus niet als een opgave, maar als een voorrecht.

In ieder geval, en dit is echt heel belangrijk, is het absoluut ten stelligste af te raden de beoefeningen waar we over gaan spreken zonder begeleiding te doen. De tekst van dit gesprek wordt gepubliceerd ter ondersteuning van mensen die zen beoefenen onder een leraar. Zie het niet als een handleiding waarmee je alleen aan de slag kan.

Dit klinkt als een disclaimer… ?

Dat klopt. Zen stelt nogal wat zekerheden in vraag, en leidt je naar het loslaten van die zekerheden. Zekerheden waar je je al lang aan vasthoudt. Het enige doel van dat loslaten is: je bevrijden van beperkende concepten, ontwaken tot een ruimer zelfgevoel., komen tot een helderder en normaler leven, samen met de anderen. Maar als je voor een bepaalde stap niet klaar bent, is er een grote kans dat je je er allerlei foutieve denkbeelden over gaat vormen. Dan haak je af of erger nog: dan ga je die denkbeelden als basis nemen voor je verdere beoefening, voor je leven met de anderen zelfs…

Bij voorbeeld?

In zen staat alles in functie van het inzicht, dat het gevoel een wezenlijk apart zelf te zijn een illusie is. Dat inzicht is niet alleen essentieel voor elke boeddhistische school, maar ook voor de advaita vedanta, het soefisme, enzovoort. Wanneer je dat inzicht echt realiseert houdt dat een grote bevrijding in en wordt je leven eenvoudiger, opener, vreugdevoller, zinvoller, en meer naar de anderen gericht. Maar wanneer je het op een verkeerde manier begrijpt zal het je steunen in je nihilisme, gedachten als “ik besta niet echt, het leven heeft geen zin”, en erger nog: “die ander bestaat niet echt, ik kan die gebruiken voor mijn eigen doeleinden”. Dat zijn misverstanden die lijden met zich meebrengen.

Kan je zen beoefenen als je psychisch niet helemaal stabiel bent?

Wanneer je neiging hebt tot psychose of wanneer je je heel onstabiel voelt kan het beter zijn op dat moment geen zen te beoefenen. Dat moet dan grondig en in overleg bekekenen worden. Hier is de juiste begeleiding nog belangrijker natuurlijk. In bepaalde gevallen kan een beperkte dosis zazen zeer heilzaam zijn. In andere gevallen ben je beter af met enkel kalmtemeditatie, of helemaal geen meditatie. Met andere woorden: om je zelfgevoel in vraag te stellen, moet dat een zekere gezondheid, een zekere stevigheid hebben. Je mag gerust wat neuroses in huis hebben als je maar goed weet wie je bent. In dat geval kan het zelfgevoel gerust doorprikt worden als een verschijnsel op een bepaald niveau. Het is natuurlijk nooit de bedoeling het te doen crashen.

Ik dacht dat verlichting er uiteindelijk in bestond het zelfgevoel helemaal uit te vegen.

Misschien kan je het zo stellen: het zelfgevoel blijft wel functioneren, maar er is geen identificatie meer mee. Het is gewoon een nuttige functie die deze geest en dit lichaam situeert in de wereld en in de maatschappij. Maar laten we dit even rusten, ik merk dat je nog iets anders wil vragen.

Ja: het moet wel klikken met de leraar, met de groep, natuurlijk.

Dat is waar. Maar geef het wat tijd, niets is wat het lijkt op het eerste zicht. Als je ergens terechtkomt waar de geest niet goed zit, blijf er dan weg. Er moet een sfeer van openheid en warmte zijn. Als je merkt dat een leraar niet zichzelf is maar zich voordoet als iemand die hij of zij niet is, of wanneer hij of zij niet in staat is tot een oprecht gesprek over fundamentele menselijke onderwerpen, klopt het niet natuurlijk. Maar een zenleraar is ook geen persoonlijke vriend en evenmin een therapeut. Soms zijn er mensen die denken dat je als zenleraar aan al hun behoeften moet voldoen. Dat is natuurlijk onzin. Een zenleraar is iemand die je helpt om werkelijk vrij te zijn, op een fundamenteel niveau voorbij je persoonlijke problemen. Dikwijls proberen mensen een leraar mee te trekken in hun persoonlijke verhaal, en in veel gevallen doen ze dat door zich te beroepen op een recht op mededogen, dat ze dan op een beperkte manier begrijpen. Het is als een dromer die in een nachtmerrie zit, en iemand –de leraar- probeert die wakker te maken. Maar de dromer wil niet wakker worden, hij wil dat de leraar mee in de droom stapt om hem daar te helpen met zijn droomproblemen. Als de leraar dat doet, verliest hij zijn positie in de wakkere wereld van waaruit hij de dromer écht kan helpen, zie je?

Ik heb begrepen dat je mensen aanraadt om ook op een therapeutisch niveau te werken.

Ja, want dikwijls is het zo dat wanneer je zenbeoefening ergens vastloopt, een therapeutisch werk dat obstakel kan oplossen. Het omgekeerde kan zich ook voordoen: wanneer je vastzit in je persoonlijke evolutie kan zazen je daarover helpen. Dat is een interessante wisselwerking die goed gedocumenteerd is de laatste decennia en die ik ook persoonlijk heb ervaren. Aan de ene kant is het belangrijk om therapeutisch werk en een spirituele weg niet te verwarren maar haarscherp te onderscheiden; aan de andere kant is het heel dankbaar om ze met elkaar in verband te brengen. In ieder geval is de ontdekkingstocht in jezelf waartoe zen je uitnodigt een boeiend en prachtig avontuur.


2. Zazen.

Eens je een leraar hebt is het noodzakelijk om te vertrekken van een regelmatige zazenbeoefening. Dat is het fundament waarop je hele spirituele ontwikkeling rust. Voor een stuk kan dat thuis, maar het is belangrijk om ook samen met anderen te beoefenen, in een dojo.

Kan je de belangrijkste punten van zazen nog eens opnoemen?

In zazen stoppen we met wat dan ook te willen bereiken of vermijden. We zijn helemaal wakker, volkomen helder aanwezig in het hier en nu. We observeren wat er van moment tot moment verschijnt zonder erop in te gaan. Zazen is de beoefening van de onmiddellijke verlichting.

Hiervoor is het belangrijk dat de houding van het lichaam stabiel en bewegingloos is – maar altijd soepel, zonder ook maar enige verkramping. Bovendien moet de houding heel alert zijn. De ademhaling moet vrij kunnen verlopen.

De stabiliteit kan best worden gerealiseerd door op een kussen te zitten met de benen gekruist zodat de knieën stevig op de grond rusten. De juiste hoogte van het kussen is belangrijk; zit op een dikke mat om je knieën te beschermen. Je kan ook met behulp van een kussen of bankje op je knieën zitten wanneer de eerste houding echt niet werkt voor jou (dikwijls is het gewoon een kwestie van wat oefening, daarom is het goed van toch de eerste houding te proberen, op langere termijn loont dat ruimschoots de moeite). Maar zazen is niet beperkt tot een bepaalde houding. Wanneer het met gekruiste benen niet gaat, zit dan op je knieën; wanneer dat ook niet lukt, zit dan op een stoel. Zeker een ergonomische stoel is heel interessant in dat geval; maar een gewone stoel kan ook. Zorg er in dat geval voor dat je knieën een rechte hoek maken en dat je voeten stevig op de grond staan.

Om de vrije ademhaling toe te laten en de alertheid te stimuleren is het belangrijk het bekken goed naar voren te kantelen en de rug en de nek te strekken. De top van het hoofd richten we naar de hemel.

De handen houden we als volgt: met de vingers goed tegen elkaar leggen we de linkervingers op de rechtervingers; de zijkanten van de handen plaatsen we tegen de onderbuik zodat de polsen rusten op de benen. De punten van de duimen, die in een rechte lijn liggen, raken mekaar in een delicaat contact: ze lossen niet maar gaan ook niet echt drukken tegen elkaar. De schouders blijven ontspannen maar in de armen is er een lichte spierspanning, juist genoeg om de handen op hun plaats te houden.

Dat klinkt ingewikkeld… kan dat niet simpeler?

Misschien wel, maar dat zou een gemiste kans zijn. De houding van de handen is heel subtiel, ze helpt ons om heel verfijnd aanwezig te zijn in het lichaam. Bovendien biedt ze een bijzonder waardevolle constante feedback over de kwaliteit van onze aandacht in dit moment. Zitten we onze gedachten te volgen, te dagdromen, dan zullen de handen wegzakken, of zullen de duimen tegen elkaar gaan drukken; in veel gevallen zal trouwens ook de rug inzakken, het hoofd naar voren of naar achteren vallen enzovoort… deze veranderingen in de houding zullen onze aandacht trekken, zodat we opnieuw in volle helderheid kunnen zitten, met een correcte houding.

De tong ligt plat in de mond tegen het gehemelte; de punt van de tong raakt de achterkant van de voorste tanden. Deze houding verhindert dat je teveel moet slikken; bovendien is het ook weer een manier om ons uit te nodigen, heel verfijnd aanwezig te zijn in het lichaam.

De ogen zijn schuin naar beneden gericht zodat de oogleden ongeveer half toevallen. Ze fixeren geen bepaald punt maar kijken met een weidse blik voor zich. Zo beïnvloeden ze de geest, die zich evenmin op een bepaald punt of op een bepaalde gedachte fixeert maar een panoramisch bewustzijn realiseert.

Mag ik mijn ogen niet sluiten?

De eeuwige vraag! Je riskeert dan gemakkelijk in een staat van versuffing en dromen terecht te komen; bovendien is het helemaal niet de bedoeling ons af te sluiten van de omgeving. We dekken ook onze oren niet af. Hoe rijper onze zazen wordt, hoe meer we alle mogelijke prikkels gewoon observeren. Experimenteer gerust eens met het sluiten van de ogen, maar blijf er niet in vast zitten…

Bij het begin van zazen, voor je je handen in positie brengt, leg je ze met de duimen in de vuisten op beide knieën om vervolgens met een rechte rug een zevental keer van rechts naar links te gaan in afnemende mate. Zo val je stil in je middelpunt. Dan vouw je de handen samen in een groet en buig je naar voren – een excellente manier om het bekken naar voren te kantelen. Daarna leg je de handen op hun plaats en beweeg je niet meer (er zijn altijd kleine onwillekeurige bewegingen natuurlijk; en wanneer je de houding corrigeert beweeg je ook, maar op een heel rustige manier).

Je ademt een aantal keer, laat ons zeggen een vijftal keer, diep uit en weer in, dan laat je de ademhaling begaan.

Je houdt op met wat dan ook te doen en laat je aandacht naar het lichaam en de ademhaling gaan. Gedachten, emoties, herinneringen, verlangens allerhande zullen opkomen en je zal geneigd zijn er op in te gaan en zo in de wereld van het denken te belanden; maar telkens je merkt dat dat gebeurt is, kom je simpelweg terug naar de eenvoudige realiteit van dit moment, de levende stroom van zijn hier en nu. Er is voelen van ademhaling en lichaam, er zijn geluiden, beelden, en allerlei geestelijke verschijnselen… ze komen allemaal vrij op en verdwijnen terug in alle vrijheid. We grijpen er niet naar met onze geest.

Natuurlijk is er nog veel te vertellen hierover, maar dat kan dan beter op het moment zelf gebeuren, wanneer concrete vragen opkomen… het is niet de bedoeling je te overladen met informatie.


3. Beoefening buiten de dojo.

OK, maar wanneer ik dus die basis van zazen heb, hoe trek ik die beoefening dan door in mijn ganse leven? Want dat is toch de bedoeling?

Dat is de uitnodiging, dat klopt. Om te begrijpen hoe die beoefening zich in je dagelijkse leven kan realiseren is het belangrijk om goed in te zien wat de essentie ervan is. Wat is volgens jou de essentie?

Wel, als ik het goed begrepen heb, is dat het helder inzien dat er niet zoiets is als een wezenlijk apart zelf, dat echt gescheiden is van zijn omgeving, de auteur is van de handelingen en gedachten, en het slachtoffer van wat er gebeurt…

Ja, de basis van alles wat er echt misgaat is die fundamentele illusie van gescheidenheid…

Maar precies omdat het een illusie is moeten we niet echt iets speciaals bereiken, gewoon de illusie doorprikken, toch?

En hoe doen we dat, of beter gezegd: hoe gebeurt dat?

Eh, ik had gehoopt dat je dat zou kunnen vertellen…

Laat ons even samen nadenken. Hoe ontstaat de illusie van gescheidenheid? Hoe wordt ze onderhouden?

Het is het denken in concepten, dus élk denken eigenlijk, dat de ongescheiden werkelijkheid in stukjes lijkt te verdelen, waarna we dan schijnen te leven in die virtuele, verdeelde versie van de werkelijkheid…

We nemen de levende werkelijkheid waar doorheen het denken, dus bestaat de uitdaging erin die nu direct te gaan beleven.

Kan dat?

Natuurlijk kan dat, er gebeurt de hele tijd niets anders. Hoe kan er zich een concept vormen over een bewustzijnsinhoud als die niet eerst verschijnt? Er is altijd eerst de beleving, dan pas de conceptualisatie.

Geef eens een voorbeeld?

Voorbeelden genoeg: je stoot je teen ergens tegenaan. Eerst is er de pijn, dan pas komt de formulering “ik heb mijn teen gestoten, ik heb pijn” en misschien volgt er wel een heel inwendig spektakel van zelfmedelijden… Als er niet eerst die levende werkelijkheid, die beleving voorbij woorden was, zou er geen commentaar op die beleving ontstaan.

OK…

Dus het kan zeker. De enige moeilijkheid is dat het denken dikwijls zo doordraaft, zo hard gelooft dat het de kern van je wezen is, dat het als een wervelstorm wordt, een massa wind die substantie lijkt te hebben, een kern lijkt te bezitten. Zo ontstaat de ellende.

Maar de kern van een tornado is toch leeg?

Hier is het niet anders! De substantie is schijn.

Dus…?

De uitnodiging bestaat erin het denken voldoende te kalmeren zodat het doorzien kan worden. Zoals een wervelstorm op volle sterkte onhandelbaar is, zo ook is het denken niet te relativeren of te doorprikken wanneer het met grote kracht door de geest raast.

Eerst het denken enigszins tot rust brengen dus… maar hoe doe ik dat?

Door een eenvoudige beoefening die de energie van het denken doet afnemen en ons tegelijk bewust maakt van dát deel van ons bestaan dat buiten het denken ligt: de beoefening van aandacht.


4. Aandacht op de ademhaling.

Het is eigenlijk simpel: door aandacht te schenken aan bijvoorbeeld je ademhaling, kan je je bewustzijn laten rusten in iets anders dan de gedachten. Hierdoor verliezen de gedachten hun vaart. Tegelijk wordt je opnieuw intiem met dat deel van jezelf, dat geen denken is… Het onbelemmerd razen van de gedachten gebeurt trouwens enkel omdat we die gedachten zoveel aandacht geven. Zo voeden we ze. Dat kan best onwillekeurig zijn hoor, het is een beetje zoals wanneer je op je fiets zit, en plots onwillekeurig een boom fixeert en er tegen rijdt. Wat moet je doen in zo’n geval? Naar iets anders kijken, natuurlijk.

Dus: de ademhaling voelen?

De ademhaling is een uiterst geschikt verschijnsel om gewaar te zijn. Je hebt ze altijd bij, je kan altijd naar het directe voelen van je ademhaling terugkomen. Ze leidt je onmiddellijk weg uit het denken, naar de levende ervaring hier en nu, naar dit lichaam. Ik vergelijk de ademhaling daarom wel eens met de Draad van Ariadne…

(Googelt op smartphone) ah ja… ik herinner me het nu… Theseus moest in het labyrint de Minotaurus zoeken en doden… en Ariadne gaf hem bij het binnengaan een bol wol om af te wikkelen, zodat hij altijd de weg naar de uitgang zou terugvinden…

Op dezelfde manier kan je wanneer je verloren loopt in het labyrint van het denken altijd de draad van het ademen vastnemen en zo onmiddellijk de uitgang vinden! Direct ben je hier en nu, welke verhalen je gecompliceerde denkende geest ook ophangt!

Daarom dat we ook in zazen aanraden om telkens terug te komen naar het voelen van de ademhaling. Ze is duidelijk te voelen, altijd in beweging, altijd anders… een gevoel waar je redelijk gemakkelijk bij kan blijven – of als je afdwaalt, waar je eenvoudig naar kan terugkomen.

Maar ook buiten zazen, bij alles wat we doen is die ademhaling daar, en kan je voortdurend terugkeren naar de levende ervaring van te ademen hier en nu! Laat ons daarom voortdurend terugkomen naar het voelen van de ademhaling beschouwen als uitnodiging nummer 1 op elk moment van je leven… je hoeft zelfs geen boeddhist of zenbeoefenaar te zijn om dit toe te passen en er de vruchten van te plukken. Merk op dat je die ademhaling niet moet voortbrengen, ze is er al. Het volstaat om ze te voelen, hoe ze ook verloopt op elk moment. Het gaat er niet om ze te sturen of te verbeteren. Natuurlijk is het niet slecht om, wanneer je voelt dat je ademhaling te hoog zit, dat ze niet haar volledige ruimte inneemt, even tussenbeide te komen en ze te verdiepen. Dat is prima. Maar waar ik het hier over heb is geen controle van de ademhaling. Het gaat om loslaten. De ademhaling wordt gebruikt als een baken waar we voortdurend naar terugkeren, zodat we bevrijd worden uit het denken. Al is het maar een beetje. Al is het maar even. Dat maakt een wereld van verschil.

Merk op dat ze er is, en dat je ze voelt. Laat je fascineren door de simpele ervaring van het voelen van de ademhaling. Alsof je ze nog nooit gevoeld hebt. En het is waar: deze ademhaling op dit moment heb je nog nooit gevoeld. Het is elk moment NU, elk nu is helemaal nieuw, uniek – en je kan er niet uit. Laat dat diep doordringen, niet met woorden, maar in je hele wezen. Nog eens, de truc is: laat je meer fascineren door de ademhaling dan door je gedachten. Dan zal je een spontane, moeiteloze aandacht voor de ademhaling cultiveren, en het ontwikkelen van die vaardigheid, van die open attitude van aandacht is een van de belangrijkste omwentelingen die je in je leven kan meemaken.

Bovendien staat de ademhaling in verbinding met je hele lichaam, brengt ze je in contact met het hele lichaam…

Hoe bedoel je dat?

Wel, natuurlijk voorzien de longen het lichaam van zuurstof, dat door het bloed naar de spieren en de organen wordt gebracht… die zuurstof halen ze uit de atmosfeer, die komt van de planten, die zuurstof vrijgeven onder invloed van het zonlicht. Zo zie je dat op een heel concrete manier ons lichaam één systeem vormt met de aarde en de zon. Hetzelfde geldt natuurlijk voor de energie die ons lichaam uit het voedsel haalt om te kunnen leven, om te kunnen bewegen.

Maar eigenlijk bedoelde ik het op een andere manier: de beweging van het ademen bevindt zich centraal in ons lichaam. Ze zal versnellen wanneer we een inspanning doen en vertragen wanneer we slapen of rusten. Emoties of spanningen zullen weerspiegeld worden in de manier van ademen. Het werkt ook in de andere richting: de ademhaling bewust tot rust brengen, in het bijzonder diep uitademen, zal ons kalmeren.

Ja maar als ik mijn aandacht naar mijn ademhaling laat gaan, ontsnapt die zeker 10 maal per minuut om terug in het denken te kruipen hoor. En dat lijkt maar niet te beteren.

Maak je daar niet ongerust over. Als je aandacht om de zoveel seconden verglijdt naar het denken, betekent dat ook dat ze evenveel keren terug naar de ademhaling is gekomen! Dat betekent dat je voortdurend het denken loslaat, zelfs al is het maar voor eventjes. De beweging van loslaten is er dus. Dat is het belangrijkste. En bovendien zie je telkens helder welke gedachten er allemaal zijn, en hoe ze je gevangen houden. Zo ontstaat er een diep inzicht voorbij woorden.


5. Aandacht voor het lichaam.

Maar zoals ik al zei brengt de ademhaling ons in verbinding met het lichaam. Je kan je ook direct tot het lichaam wenden, het onmiddellijk voelen. In zazen kan je je zitvlak op het kussen voelen drukken; je benen op elkaar en op de grond voelen rusten; je kan voelen hoe je bekken gekanteld is, je ruggengraat gestrekt, de schouders ontspannen neerhangen, er juist voldoende tonus in de armen is om de handen op hun plaats te houden. Je voelt het contact van handen en lichaam, handen en vingers onderling, in het bijzonder het delicate punt tussen beide duimen… je voelt de tong in de mond liggen, voelt het contact tussen de punt van de tong en de voorste tanden, tussen de tong en het gehemelte, je voelt hoe je voorhoofd ontspannen is…

Heel het lichaam is één grote uitnodiging om terug te komen naar het voelen van dat levende nu… en zo de aandacht minder in het denken te laten gaan…

En buiten zazen?

Ook buiten zazen heb je dat lichaam natuurlijk altijd bij! In welke houding ook: staand, zittend, liggend… Het voortdurend voelen, het écht, écht voelen van je lichaam is veel meer dan een methode om energie te ontnemen aan het denken. Het is contact opnemen met de directe werkelijkheid, de stroom van zijn hier en nu! En zo gaat dat voelen van het lichaam voorbij aan elke techniek, het is al op zich de beoefening van het ontwaken. Er is zelfs nog een derde aspect: onbewuste spanningen, trauma’s, verdrongen herinneringen kruipen als het ware in het lichaam, om daar allerlei blokkages te veroorzaken. Het beoefenen van heldere aanwezigheid in het lichaam, zonder enige bewuste analytische activiteit, lost zo’n spanningen en blokkages op. Ook op een zuiver therapeutisch niveau is dit een schitterende en belangrijke beoefening.

Maar meestal beweegt mijn lichaam!

Dat is geen enkel probleem natuurlijk. Lopen, fietsen, autorijden; eten, tanden poetsen, wassen; afwassen, poetsen; op een toetsenbord typen; een lichtschakelaar indrukken; in de tuin werken; inkopen doen; wat ook je bezigheid, je beroep is: alles is een gelegenheid om terug te keren naar de levende ervaring van het voelen van déze beweging hier en nu! Dat is wat zen ons leert.

Maar wordt je niet knettergek als je bij al die dagelijkse, banale bewegingen en houdingen bewust aanwezig blijft?

Die vraag moet ik dikwijls beantwoorden. Het is merkwaardig hoe het denken zich steeds probeert te verdedigen, door het voor te stellen alsof voortdurende wakkere heldere aandacht voor wat er is een compleet gekmakende praktijk is… Probeer het maar, je zal zien dat je er juist erg rustig, gecentreerd en helder van wordt – in de mate dat je het ook werkelijk doet – of beter: de mate waarin je het laat gebeuren. Want al die gewaarwordingen zijn er al, je moet dus niets voortbrengen. Het volstaat ertoe wakker te worden. Maak je geen beperkte voorstelling van deze beoefening, want je hebt geen idee tot welke diepgaande persoonlijke transformatie ze aanleiding geeft.

Maar laat ons verder gaan met de rondleiding! Want we zijn nog lang niet klaar. Elk aspect van de beleving van ons bestaan kunnen we helder belichten…


6. Aandacht voor gewaarwordingen van “buiten”.

Ademhaling en andere lichamelijke gewaarwordingen vallen allemaal onder voelen, het voelen van het lichaam. Maar we voelen ook voortdurend de omgeving: we voelen de grond met onze voetzolen, onze vingers voelen een glas dat we vasthebben, onze handen rusten misschien op de leuning van een stoel, we voelen de frisse of warme lucht die langs onze huid stroomt… We voelen oppervlakken, vormen, temperatuur, textuur… Telkens blijven we bij het voelen zelf, zelfs als er – en dat is heel waarschijnlijk- een hele stroom gedachten opkomt vanuit deze ervaring…

Dan zijn er de geluiden! Hoor het verkeer, als een zacht geruis, of als individuele auto’s en trams die voorbijrijden; het gezoem van de ijskast, het geluid van stemmen, een spelende radio…
Blijf bij het horen zelf, de fysieke ervaring van geluid waarnemen. Ga niet in op de tientallen gedachten die opkomen en commentaar, appreciaties, associaties en wat al meer geven. Laat ze met een inwendige glimlach voorbijstromen en blijf gevestigd in de beleving van het geluid.

Verder heb je de visuele prikkels. Laat je blik rusten op eender wat, en verblijf in het zien. Observeer de gedachten die voorbijkomen, maar ga er niet op in – wees er niet in geïnteresseerd- en blijf gevestigd in waar je naar kijkt. Zelfs de gedachte “ik kijk naar de vlag” is een van die gedachten, die we gewoon laten passeren zonder ze te geloven, zonder erop in te gaan… Of kijk gewoon spontaan rond, zonder ergens speciaal op te blijven steken… maar dat is niet eenvoudig in het begin, want elk object dat je ziet brengt een hele reeks ideeën op gang… Daarom is het zeker in het begin beter om lang genoeg naar één voorwerp te kijken.

En hetzelfde geldt voor reuk en smaak…

Door onze zintuigen echt te openen en in de onmiddellijke beleving te gaan staan kunnen we de aandacht afleiden van het denken zodat het voor een stuk kalmeert. (Het is niet de bedoeling om helemaal in diepe eenpuntige concentratie te verzinken, en zo het denken uit te schakelen – dat is niet de weg van zen! maar een beperkte techniek die niet leidt tot echte bevrijding, we komen er later nog op terug.) Dat is de technische, doelgerichte kant van deze aandacht, zou je kunnen zeggen. Maar tegelijk is er, zoals ik al zei, een andere, grootsere kant: in plaats van ons bewustzijn te concentreren in het denken, en dan het gevoel hebben dat het het denken zelf is dat rondkijkt en luistert en voelt, nemen we als het ware ons natuurlijk territorium weer in: we bewonen met onze aandacht niet alleen het denken, maar heel onze ervaring van dit moment. Voor alle duidelijkheid: met woorden als ervaring of beleving bedoel ik noch de persoonlijke appreciatie van iets, noch de herinnering eraan, maar wel de directe waarneming, het onmiddellijke bewustzijn ervan, dat voorafgaat aan elke gedachte daarover.

Maar ik zie toch altijd al wat er is, en ik hoor toch al wat er gebeurt…

Ergens op de achtergrond volg je wel de gebeurtenissen daarbuiten, dat zal wel, ja. En als het echt aangenaam is, een goede wijn of mooie muziek, dan zal je wel meer in de directe ervaring gaan – alhoewel bij zo goed als iedereen dan nog het grootste deel van de aandacht naar het denken gaat. Onderschat niet in welke mate je je voor dat wat is hier en nu kan openstellen. Het gaat je voorstellingsvermogen te boven, in de meest letterlijke zin van het woord.

En om die aandacht op te brengen is het nodig dat ik me oprecht interesseer voor alles wat ik zie, hoor, voel…

Pas op, dat zou ik zo niet zeggen. Ik zeg eerder: laat je fascineren door de directe ervaring van geluid, gevoel, licht… interesseren klinkt me te verstandelijk. Stel je drie attitudes voor: een eerste is die, waarbij je erg in gedachten verzonken door een landschap rijdt met de trein, en wel naar buiten kijkt, maar volstrekt niets ziet.

Dat is al zeker niet de bedoeling.

Nee, maar wat ook niet de bedoeling is, is het ideaal van de oplettende, wakkere, reiziger die door dat landschap rijdt en heel geïnteresseerd rondkijkt. Ik zie bomen en ik bedenk dat die al vroeg hun bladeren aan het verliezen zijn, ik zie ook welke soorten het zijn, en ik schat hun leeftijd. Dan kijk ik naar de wolken en veronderstel ik dat het snel zal gaan regenen, maar ik heb een paraplu bij dus dat is ok. Enzovoort. Zie je? ik ben zo opmerkzaam, zo geïnteresseerd, zo betrokken… Dat is iemand die heel wakker is, alles opmerkt, maar voortdurend, precies door die geïnteresseerde betrokkenheid ingaat op het denken dat erop volgt. Dat is voor veel mensen het ideaal van de alerte, betrokken persoon. Nu is deze attitude natuurlijk op veel momenten wenselijk, zeker ook in de omgang met de anderen, maar het is niet die geesteshouding waar ik nu de aandacht op wil vestigen.

Waar wil je naartoe?

In dit stadium van de beoefening is nog iets anders nodig: het zien van de bomen, maar zelfs het woord boom dat opkomt, daar gaan we niet op in, laat staan op welk soort boom het zou zijn, of hij vroeg zijn bladeren verliest, om nog te zwijgen van speculaties over zijn ouderdom… Voortdurend terugkeren dus naar de onmiddellijke ervaring van zien, horen, voelen… Bezie het denken als een soort dromen. Maak kennis met echt wakker zijn. Dat is een goede richtlijn in deze fase.

Waarom zeg je: “in deze fase”? Bedoel je dat het denken uiteindelijk toch geen dromen is?

Ik bedoel eerder dat uiteindelijk de totaliteit van de werkelijkheid een soort dromen is. Maar ons eerste werk is de gedachten als dromen te zien. Want het zijn zij die de rest van de waargenomen werkelijkheid haar schijnbaar substantiële karakter verlenen. Maar dat is voor later. Maak je er nu geen concepten van. Denk alleen niet dat wat ik op dit moment vertel, het laatste woord is. Ik geef enkel aanwijzingen in welke richting je kan gaan zodat het inzicht zich kan verwezenlijken.

Maar denken is op zich toch niet verkeerd, en het is toch zeker niet verkeerd om actief betrokken te zijn in de wereld, en zeker in de mensen?

Natuurlijk – betrokkenheid bij de wereld en bij de mensen in de eerste plaats is een symptoom van een verlichte blik op het bestaan. Daarom ook is dezelfde betrokkenheid een belangrijk pad op weg naar verlichting. We zullen daarop uitgebreid ingaan in een volgend gesprek. Maar laat je beperkte opvattingen over betrokkenheid en menslievendheid hier niet de overhand krijgen. We komen hierop dadelijk terug als we verder gaan met onze rondleiding door het hier en nu. Eerst wil ik het hebben over twee belangrijke begrippen.


7. Concentratie.

We hebben het gehad over een heel scala aan waarnemingen waaraan je aandacht kan schenken. Die aandacht op zich kan echter verschillende vormen aannemen. Ze kan een heel geconcentreerde aandacht zijn, eenpuntige concentratie noemen we dat, bij voorbeeld enkel op het contact van het puntje van je tong met de achterkant van de voorste tanden, of op het voelen van je ademhaling enkel op één plaats, of je kan kijken naar één puntje op de muur… Op die manier wordt je aandacht als een spotlicht, of zelfs als een laser. Deze eenpuntige concentratie wordt al millennia lang aangeleerd als methode om de geest rustig te maken. Als je het teveel met je wil doet, wordt je denken misschien gemakkelijker actief, en dat is contraproductief. Het gaat erom, het op een ontspannen manier te doen. Op die manier kan je het ook langer volhouden en werkt het beter. Je kan verschillende stadia onderscheiden als je wil: in een eerste ben je nog dikwijls afgeleid, in een tweede stadium blijf je ononderbroken bij je object maar zijn er nog secundaire gewaarwordingen en gedachten; dan is er alleen nog het object, en misschien het gevoel van een ik dat het object waarneemt, en dan valt ook deze laatste gedachte-want dat is het natuurlijk-weg en is er alleen het concentratie-object.

Dan is toch de nondualiteit gerealiseerd? Dan heeft de concentratie toch het denken geabsorbeerd, dat de illusie van gescheidenheid in stand houdt? Is dat dan al geen bevrijding?

Spijtig genoeg niet! Hoeveel sportmensen zijn er niet die een grote concentratie opbrengen, en misschien het denken overstijgen tijdens hun prestatie, maar toch duidelijk niet verlicht zijn? Hoeveel musici zijn er niet die heel geconcentreerd kunnen spelen, één met de muziek?

Wat ontbreekt er dan?

Wel ten eerste is hun concentratie gebaseerd op een heel grote doelgerichtheid. Zelfs als die tijdens de prestatie of uitvoering of wat dan ook wordt losgelaten, staat die daar terug wanneer dat moment voorbij is en ze terug beginnen functioneren als tevoren.

Je bedoelt wanneer hun gedachten terug op gang komen?

Ja. Alle denkbeelden over gescheidenheid zijn er dan terug, alsof ze nooit zijn weggeweest. Het ego, zelfs als het afwezig was, zal zeggen “IK heb dat gedaan”. De toestand van absorptie, hoe aangenaam ook, is geen oplossing. Dat besefte de Boeddha heel goed, en daarom zocht hij verder, zelfs toen hij alle stadia van concentratie tot in de puntjes beheerste. Daar zullen we het zo dadelijk over hebben.

Maar dat neemt niet weg dat een zekere mate van concentratie een heel nuttig en mogelijk zelfs onontbeerlijk deel van de weg is. Wanneer je voelt dat je –in zazen of daarbuiten- wat te chaotisch bent, kan je je op een klein gebied richten, bij voorbeeld het puntje van je tong, of het contact tussen de duimen. Als je te ver gaat in deze concentratie, is er dan weer het gevaar van versuft te worden en zelfs in slaap te vallen.

Is concentratie altijd wilsmatig? Of kan die zich spontaan voordoen?

Dat kan allebei. Bij wilsmatige concentratie is de kans groot dat je blijft steken in het gevoel van “IK wil”, en dat blokkeert dan een echt loslaten. Daarom is het zoveel beter je te laten fascineren, zoals ik dat dikwijls noem, door bij voorbeeld het gevoel van de ademhaling. Dan is er geen IK dat zich WIL concentreren, dan gaat het vanzelf, op een onpersoonlijke manier. Zo’n spontane concentratie zal zich veel gemakkelijker openen tot een weidse open aandacht.

Kan iedereen zich even goed concentreren?

Volgens mij loopt de natuurlijke aanleg voor concentratie erg uiteen. Maar maak je absoluut geen zorgen als je meent dat je niet zo goed bent in concentratie. Mensen die dat wel zijn lopen het risico om al te zeer een beroep te doen op hun concentratie en te denken dat het daarom gaat, om die rust en tijdelijke eenheid. Wie zich minder goed kan concentreren zal gedwongen zijn om tot een meer fundamenteel inzicht te komen, dat niet afhangt van een al dan niet rustige geestestoestand… Dat is wat ik zelf heb ervaren, en ik weet dat ik daar niet alleen in ben.


8. Open aandacht.

Maar er is dus ook een andere vorm van aandacht?

Je aandacht kan ook functioneren als de zaallichten in een schouwburg: die verlichten alles in gelijke mate. Dat is wat we open aandacht noemen: alles gelijkelijk verlichten, laten baden in aandacht. Wanneer je in zazen – of daarbuiten- in alle helderheid niets doet, kan je in een heel brede aandacht gaan. Je voelt je volledige lichaam, hoort alle geluiden, ziet helder de waarnemingen van de ogen, en ervaart het hele “inwendige” leven van emoties, herinneringen, gedachten, enzovoort.

Bedoel je nu dat deze open aandacht datgene is wat de Boeddha zocht en vond, toen bleek dat concentratie niet genoeg was om bevrijding te realiseren?

Ja, want het is deze open aandacht die toelaat van tot diep inzicht en dus tot ware bevrijding te komen. Je kan zelfs zeggen dat deze open aandacht, een open, bevrijd bewustzijn, verlichting is want wanneer ze zich manifesteert is er geen gebondenheid meer aan wat dan ook. Maar bovendien is ze een poortloze poort naar wat ik noem een duurzame verlichting.

Hoe werkt dat dan?

Wel, als je diep in eenpuntige concentratie vertoeft is je geest heel kalm of zelfs vlak, en is je ego misschien afwezig, maar dan kan er ook geen inzicht in zijn werking ontstaan, dat tot loslaten kan leiden.

Bedoel je dat wanneer je de illusies vermijdt, je ze niet kan ontmaskeren? Dat je ze moet tegemoet treden om ze te doorprikken? En dat iemand die in grote concentratie zijn denken uitschakelt nooit de kans krijgt om het te doorzien, zodat wanneer hij terug uit die concentratie komt, hij geen stap verder is geraakt?

Precies.

Ik herinner me een oud verhaal dat zich afspeelt in Indië, over een meditatieleraar die aan zijn leerling zegt: “Ik heb dorst, haal eens wat water voor me.” Wanneer de leerling terugkomt is de leraar terug in meditatie verzonken. Na 30 jaar kwam hij pas weer uit zijn concentratie, en zei hij: “Ik heb dorst, haal eens wat water voor me.” Er was niet veranderd, niets opgelost… is dat wat je bedoelt?

Dat verhaal is inderdaad een manier om die dwaling aan de kaak te stellen… Ik kan je verzekeren dat er heel wat mensen zijn die zeer geconcentreerd in zazen zitten en vlekkeloos ingewikkelde ceremonieën uitvoeren, maar zo gauw ze uit hun zenreservaat stappen zijn ze niet beter af dan iemand die helemaal niets beoefent. Ze zijn zelfs slechter af, want ze leven nu in de bijkomende illusie dat ze heel wat bereikt hebben op het spirituele pad.

Daarom is het zo belangrijk je gedachten niet te willen onderdrukken in zazen, maar te leren erdoorheen te kijken. Diep in te zien dat ze niet zijn wat ik ben. Diep in te zien dat het virtueel gebabbel is. Diep in te zien dat wat ze zeggen niet waar hoeft te zijn. Diep in te zien hoe ze van de ongescheiden stroom van zijn een hele wereld van verschillende dingen schijnen te maken. Diep in te zien dat ze gewoon verschijnselen zijn die worden waargenomen. Diep in te zien dat ze zich in dezelfde ruimte afspelen als alle andere verschijnselen. Diep in te zien, uiteindelijk, dat ze niet van die ruimte gescheiden zijn.

En dat is wat zich voordoet tijdens open aandacht dus.

Juist. Zo’n inzicht, dat niet via woorden of denken komt, maar door innige vertrouwdheid, door er werkelijk intiem mee te worden, dat is werkelijke bevrijding. Op elk moment van de dag zal je dan vrij zijn van dat denken, zelfs als het wat stormachtiger wordt. Iemand die enkel ervaring heeft met een denken dat af en toe uitvalt, zal als een vogel voor de kat zijn telkens er een gedachte opkomt. Daarom dat ik staande houd dat mensen met een meer chaotische, moeilijk te kalmeren geest uiteindelijk, als ze doorzetten, een diep ontwaken kunnen realiseren. Want zij zijn gedwongen doorheen het denken te zien, voor de fundamentele oplossing te gaan, want de andere werkt voor hen niet.

Is deze toepassing van open aandacht wat ze in de Platformsoetra beschrijven? Dat de geest als een spiegel wordt en alle verschijnselen zonder ze te vervormen gewoon weergeeft?

Ja.

En is het dat wat ze in advaita bedoelen met bewustzijn, met de “getuige”?

Natuurlijk. Maar vertel me eens, hoe leg jij dat beeld van die spiegel uit?

Ah, wel, eh… ik zou zeggen dat wanneer het denken afwezig is, het bewustzijn gewoon in alle helderheid reflecteert wat er aan verschijnselen voorbijkomt… zoiets? Eh… (wordt onzeker).

En als het denken niet afwezig is?

Ah, dan is de spiegel een beetje troebel, zeker, want dan zien we alles doorheen onze concepten… toch?

En hoe komt het dat je het denken waarneemt in de eerste plaats?

Wel, het denken is natuurlijk ook een verschijnsel dat opduikt in het bewustzijn, dat dus in de spiegel wordt gereflecteerd, volgens de metafoor..

Kan het denken de spiegel dan werkelijk troebel maken?

Ik begrijp het… nee, de spiegel blijft altijd helder, hij lijkt alleen troebel door de weerspiegeling van het denken erin…

Zie je hoe je toch weer verviel in het “geen denken”-model”? En hoe je zo het denken een substantie toekende die het nooit had en nooit zal hebben? Ik herhaal: het denken moet niet ophouden omdat het geen wezenlijke realiteit heeft. Wacht niet tot het stopt om dan “helder te observeren”. Observeer het denken zelf ook. Zo simpel is het. De getuige, de spiegel, hoe je het ook noemt bevindt zich achter het denken.

Waarom wordt er een beetje verder in de Platformsoetra gezegd dat er geen spiegel is?

Omdat de metafoor van de spiegel een paar beperkingen inhoudt. In de eerste plaats reflecteert een spiegel dingen die zich in een wereld buiten de spiegel bevinden, en dus een reëel en apart bestaan hebben los van die spiegel. Dat is nogal dualistisch. Het is natuurlijk zo dat de meeste mensen het bestaan ervaren, en daarom is de spiegelmetafoor bedoeld om mensen te helpen bij hun beoefening, zonder daarom het diepste inzicht weer te geven. Maar zelfs als je zou zeggen dat er beelden verschijnen in de spiegel die geen weerspiegeling zijn van objecten buitenaf, dan nog zou het een dualistisch beeld zijn, met een spiegel aan de ene kant en beelden aan de andere kant. Daarom stelde het “betere” gedicht dat er helemaal geen spiegel is waarop stof zich zou kunnen vergaren. Dat maakt komaf met elke dualistische insteek en ontkent meteen de mogelijkheid dat het denken op een wezenlijke manier iets zou kunnen vertroebelen… De spiegel is de getuige, het subject dat de objecten waarneemt. Het laatste gedicht overstijgt ook deze dualiteit, daarom zegt het dat er geen spiegel is.


9. De praktijk van concentratie en open aandacht.

Is er ook een tussenvorm tussen eenpuntige concentratie en open aandacht?

Alles kan: wanneer je bij voorbeeld je ademhaling in al haar aspecten voelt, is dat geen heel dunne eenpuntige concentratie, maar ook geen “360° open aandacht”.

Welke soort aandacht wenden we dan aan in zazen?

Eerst en vooral: zazen is open aandacht. Het gaat erom, zonder enig doel of programma de positie van getuige terug te vinden. Nu is het wel zo dat, praktisch gezien, wanneer je begint met zazen, in de houding gaat zitten en zoals gevraagd vooral op je ademhaling let, er een combinatie plaatsvindt van een matig nauwe aandacht op de ademhaling en een wijdere aandacht op het gehele lichaam, die nodig is om te houding in stand te houden. Met andere woorden, een richten van de aandacht op het gehele lichaam, en in het bijzonder op de ademhaling. Maar er wordt ook gevraagd van je niet af te sluiten voor geluiden en beelden, en ook alle inwendige gewaarwordingen zoals gedachten, emoties enz. waar te nemen zonder er op in te gaan. Dat is een uitnodiging om vanuit het lichaam vertrekkend het hele panorama van het nu te belichten: dus open aandacht.

Dikwijls zegt men: “wanneer je merkt dat je teveel verloren loopt in de verhalen van het denken, ga je meer in de concentratie; wanneer je te suf wordt, ga je meer voor open aandacht.” Als praktische richtlijn is dat zeker waardevol, maar het misverstand zou kunnen ontstaan dat concentratie en open aandacht gelijkwaardige strategieën of technieken zijn, die in evenwicht gehouden moeten worden. Dat klopt niet. Concentratie is een techniek, een middel om iets te bereiken, en dus iets beperkts. Open aandacht, keuzeloos gewaarzijn is geen techniek, geen middel, maar eenvoudigweg het laten zijn van onze meest fundamentele natuur. Het realiseren van de ongescheidenheid. Concentratie daarentegen is altijd dualistisch: want er is aandacht voor iets specifieks, en niet voor het andere.

Concentratie als middel is altijd een poging om iets te controleren, om iets te willen bereiken. Pas er dus mee op! Blijf er niet in steken! Want dan is er geen bevrijding! Hoe kan je ware natuur, dat wat je altijd bent geweest, wat het meest intieme van je bestaan is, zich realiseren onder dwang, door controle? De bevrijding realiseert zich juist wanneer elke controle wordt losgelaten, wanneer elke illusie van een ik dat iets controleert oplost.

Zazen wordt ook wel objectloze meditatie genoemd, omdat er geen meditatie- of concentratie-object wordt gekozen om aan vast te houden. Dat is ook de reden dat zazen gewone meditatie, in de zin van eenpuntige concentratie om rustig te worden, compleet overstijgt. Zazen is geen techniek om iets te bereiken, maar een direct in-de-verlichting-stappen, voorbij elk doel, zonder wat dan ook te willen bereiken of verdringen.

Maar als je tijdens zazen dan in eenpuntige concentratie gaat om rustiger te worden is dat toch wel een techniek.

Dat is waar, dat is dan even doelgericht. het doel is dan omstandigheden te scheppen waarin het loslaten zich kan realiseren. Ook het tijd maken om te gaan zitten, en de inspanning om naar de dojo te gaan horen hierbij. Maar eens op je kussen, en in zekere rust, kan je tot volledige overgave komen. En dan is het weer even bijsturen misschien. Het is als een hete-lucht ballon. Soms moet je de vlam opzetten, een bewuste inspanning doen, en dan zet je ze af: dan is het weer loslaten en alles vanzelf laten gebeuren.

Hoe weet ik wanneer ik eerder in concentratie of open aandacht moet gaan?

Weet goed dat zazen in de eerste plaats de beoefening, of moet ik zeggen: het laten zijn is van open aandacht. Bij het begin en tussendoor zijn periodes van concentratie waarschijnlijk nodig. Maar dat wijst zichzelf uit. Na een tijdje wordt het een tweede natuur. Zoals je op de fiets soms trapt, en soms gewoon verder bolt. Daar breek je je hoofd niet over, dat gebeurt gewoon.

Maar raadt je beginners niet aan om toch vooral in de concentratie te gaan?

Ja, dikwijls is dat nodig. Zoals ik al tevoren zei, is de drukte van de geest anders misschien te groot om open aandacht toe te laten. Een andere reden kan zijn dat voor sommige mensen de stap naar helemaal niets doen en het laten zijn van keuzeloos gewaarzijn te groot is. Ze zitten zo vast in hun doelgericht functioneren, dat je ze iets moet te doen geven: “concentreer je”. Zo lok je ze, of beter gezegd hun ego in de val: je geeft ze de indruk dat ze iets doen maar eigenlijk is dat niet zo, of in ieder geval leidt het tot niets doen in alle helderheid. Het is belangrijk de concentratie niet wilsmatig voor te stellen, zodat de mogelijkheid naar open aandacht al van het begin wordt opengehouden. Ik zou zeggen dat bij het begin van de zazenbeoefening, maar ook in vele gevallen bij het begin van elke zazen, eerst de aandacht moet loskomen uit het denken. Door de aandacht te laten gaan naar ademhaling en lichaam vinden we ons natuurlijke panoramische gewaarzijn terug, dat veel weidser is dan enkel maar het denken. Anders gezegd: we bekijken de verschijnselen niet enkel doorheen het denken, maar zien dat het denken ook een verschijnsel is dat wordt waargenomen. Wanneer het denken niet meer op een voetstuk wordt geplaatst, wanneer we er ons niet meer mee identificeren, zal het niet langer zijn over het paard getilde positie blijven innemen. Zo ontstaat er een positieve vicieuze cirkel. Vervolgens kan het denken in alle helderheid geobserveerd worden, zonder ons mee te zuigen. Bovendien kunnen alle andere verschijnselen dan, niet meer doorheen het denken, maar direct geobserveerd worden. Dan sneuvelen de illusies.

Met dat panoramische gewaarzijn bedoel je: open aandacht?

Ja, inderdaad.

En dus is concentratie enkel maar een opstapje om die open aandacht terug te vinden?

Precies. Blijven steken in concentratie is een valkuil. Zelfs als die concentratie niet vanuit een wilsinspanning komt. Zelfs als die concentratie niet vergezeld gaat van de al dan niet bewuste gedachte “ik concentreer me op iets”. Dus zelfs als het een natuurlijke spontane aandacht is voor een deel van het panorama, is de aandacht, het bewustzijn op dat moment gevangen. Het is belangrijk dat het bewustzijn zijn natuurlijke weidsheid terugvindt, zijn natuurlijke onbevangenheid.

En hoe zit het met concentratie en open aandacht buiten zazen?

Hetzelfde. Probeer. Experimenteer. Vermijd van mee te drijven in het denken, zodat je alles doorheen dat denken lijkt te zien, zodat je je voortdurend een persoon voelt. Wees wakkerder dan die gedachten. En vooral: volg je diepe intuïtie. Wat voelt open aan? Wat voelt bevrijd aan? Stel dat je ergens te voet naar toe gaat. Je kan elke stap voelen: hoe de intentie tot de stap opkomt, hoe je been en voet bewegen, het contact met de grond, het loskomen van de grond, enzovoort. Blijf daarbij. Ga niet in de analyse van het stappen. Of blijf bij de ademhaling. Of bij de geluiden. Of voel hoe je hele lichaam deelneemt aan het stappen. Maar verander niet elke vijf minuten van benadering: kies, zeker in het begin, je beoefening. Later kan de aandacht in vrije vlucht heen en weer gaan, maar als je dat te gauw laat gebeuren, is de kans groot dat je teveel in het denken belandt.

Dus ook bij de beoefening in het dagelijkse leven is het goed om eerst door concentratie-aandacht het denken te doorbreken. Het is alsof er een anker wordt neergelaten in de ervaring buiten het denken. De rust die daardoor ontstaat maakt het makkelijker om te observeren. Maar het is aan jou om creatief te zijn, en uit te proberen hoe het voor jou werkt.


10. Wanneer beoefenen?

Dus ik kan op elk moment van mijn dagelijks leven zen beoefenen.. maar toch is het moeilijk, het lijkt zo’n grote uitdaging, zo’n grote stap…

Ik denk dat het een goed idee is om stap voor stap je verschillende activiteiten te betrekken in je zenbeoefening. Begin met regelmatig in de dojo, en indien mogelijk thuis zazen doen. Dan ga je uitbreiden. Kies in het begin vooral voor eenvoudige fysieke handelingen, waarbij je niet teveel moet denken.

Misschien moet je om naar je werk te gaan elke morgen en avond een vast traject afleggen, te voet, met de fiets, met de auto of de trein… Of misschien laat je regelmatig je hond uit, of ga je boodschappen doen. Als je bij voorbeeld te voet gaat, voel dan elke stap. Voel hoe de voet loskomt van de grond, hoe het been zich vooruit beweegt, hoe de voet contact maakt met de grond, voel de druk op de voetzool… Voel het ganse lichaam stappen. Voel het ademen. Hoor de geluiden, zie wat er te zien is, wees helemaal wakker. Daar hebben we het over gehad. Wees niet uit op interessante dingen of gebeurtenissen op je traject, maar verblijf in het zien, horen, voelen. Let natuurlijk aandachtig op het verkeer- maar hier zal je merken dat de open aandacht je juist veel alerter maakt. Verblijf niet in je denken, in je herinneringen. Probeer zelf in welke mate je eerder in concentratie of open aandacht gaat – maar vergeet nooit dat het de open aandacht is waar het om draait, en dat concentratie maar zin heeft wanneer ze die open aandacht helpt terugvinden.

Een ander uiterst geschikt moment om je beoefening te integreren is huishoudelijk werk. Koken, afwassen, stofzuigen, poetsen, de was doen… allemaal perfecte gelegenheden om helemaal in het moment te zijn, je aandacht te schenken aan lichamelijke en andere gewaarwordingen.

Een klassieker is ook: eten, drinken. Tijdens sesshins eten en drinken we in stilte. We scheppen aandachtig op, wachten samen om te beginnen, kauwen en proeven aandachtig. Hetzelfde als je ’s morgens ontbijt of een kop koffie drinkt.

Dan zijn er de momenten van persoonlijk hygiëne: Je tanden poetsen, een douche nemen, naar de wc gaan.

In het begin is het goed om die activiteiten te nemen die wat “eentonig” zijn en een zekere duur hebben, zodat je “erin” kan komen; later kan je steeds meer ook kortere handelingen als zenbeoefening gaan zien.

Zelf heb ik er lang geleden een gewoonte van gemaakt om eender wanneer ik een lichtschakelaar indruk, dat aandachtig te doen. Ik plaats eerst mijn vinger erop, voel kort het contact, en druk dan met een bewuste beweging waarbij ik enkel maar de vinger beweeg, de knop in. Wanneer ik van één kamer in een andere stap, zal ik steeds met mijn linkervoet de drempel tussen de kamers overschrijden. Dat zijn voorbeelden van zeer korte momenten van aandacht, die je geest openen, zodat je ook daarna aandachtig blijft.

Wanneer ik typ op mijn computer, zal ik nooit zomaar fout getypte woorden deleten en hertypen. Ik zal altijd met een zo klein mogelijke ingreep de correctie doorvoeren, dat wil zeggen: door zo weinig mogelijk letters te wissen. De neiging is heel groot om op computer op een ongecontroleerde manier te typen, omdat de precieze aanslag van je vinger geen invloed heeft op de kwaliteit van de letter en omdat foute letters gemakkelijk kunnen verbeterd worden – zeker met de spellingscorrector. Dat leidt tot een grote slordigheid, gebrek aan aandacht, die zich niet voordoet wanneer je met een vulpen of een kalligrafiepenseel schrijft. Daarom vertrek ik van een groot respect voor de getypte letter. Misschien klinkt het raar – maar probeer het eens.

Dikwijls hebben we respect voor sommige dingen, en voor andere niet. Dat betekent dat we sommige dingen met aandacht hanteren, andere niet. Zo zullen we onze nieuwe auto met veel zorg behandelen, maar de vuilniszak die we buiten zetten niet. In zen leren we voor alles respect te hebben, alles met grote aandacht te benaderen. Dat betekent helemaal niet dat we ons verliezen in pietluttigheden, integendeel. De aandacht die we hebben voor onze omgeving, voor het milieu, is het resultaat van een open en vrije geesteshouding. Andersom is aandacht de voedingsbodem voor die open en vrije geest.

Op de duur kan je ook TV kijken insluiten in je zenbeoefening; hetzelfde geldt voor spreken met mensen; of een oplossing voor een probleem bedenken.

Het is heel belangrijk zelf creatief te zijn, en steeds meer in te zien hoe je je ganse leven zen kan beoefenen. Misschien lijkt het als je het zo hoort een geweldige opgave, maar zie het als een uitnodiging, een spel. Het is een avontuur.

Spreek er over met je leraar als je vragen hebt of twijfels. Er zijn ontelbare praktische tips die niet kunnen opgesomd worden omdat er zoveel verschillende situaties zijn, en we dikwijls zo verschillend reageren op de dingen.

Onthoud dat je altijd ademt. Je kan altijd terugkeren naar het voelen van je adem.
Onthoud dat je altijd je lichaam bij hebt. Je kan altijd terugkomen naar het voelen van je lichaam, in welke houding of handeling ook.
Wanneer je een handeling doet, of die nu herhaald is of niet: schenk aandacht aan die handeling.
Wanneer je spreekt, schenk aandacht aan het spreken.
Wanneer je samen bent met anderen, schenk aandacht: aan wat ze doen, wat ze zeggen, hoe ze zich voelen. (Over de omgang met anderen, die natuurlijk een cruciale rol speelt, zullen we het uitgebreid hebben in een volgend gesprek.)
Wanneer je alleen bent, kan je steeds aandacht schenken aan wat er is, aan wat er gebeurt: verkeer dat je ziet of hoort, geluiden of gebeurtenissen om je heen, hoe betekenisloos ze je ook voorkomen.


11. Rituelen.

Heeft het zin van handelingen op een bepaalde, vaste manier te doen?

De reden waarom een vast traject dat je dagelijks te voet aflegt, bij voorbeeld, zo geschikt is als moment van beoefening, is dat het altijd hetzelfde is. Je hoeft je niet af te vragen welke weg je zal nemen. Je aandacht zal niet worden getrokken door allerlei huizen of winkels die je anders niet ziet. Je kan gewoon in het stappen, ademen, zien en horen gaan, zonder belang te hechten aan wat je ziet of hoort. Tegelijk is de logica omkeerbaar: omdat je vooral in het horen en zien zelf gaat, en niet ingaat op wat je ziet of hoort, zal je niet geneigd zijn om steeds een andere weg uit te stippelen, maar zal je gewoon de kortste nemen, of de rustigste bij voorbeeld.

Op dezelfde manier maak ik elke ochtend mijn ontbijt. Dat doe ik met aandacht zodat een bepaalde handelwijze ontstaan is, die gewoon het meest praktisch is. Zo ontstaat er vanzelf een “ritueel”. Omdat dat altijd hetzelfde is kan ik in plaats van te denken over wat ik doe en hoe ik het doe, gewoon verblijven in de aandacht op de gewaarwordingen en handelingen hier en nu. “Verblijven in de aandacht op de gewaarwordingen en handelingen hier en nu” is natuurlijk een verstandelijke, dualistische manier om te beschrijven wat er dan gebeurt. Je kan ook zeggen “ er wordt ontbijt klaargemaakt.” Het is dus in zekere zin een ritueel, maar het is geen ritueel dat iemand mij heeft geleerd en dat ik kopieer, het is een ritueel dat spontaan gegroeid is. Ik heb dan ook geen enkele behoefte om anderen te leren hetzelfde ontbijt te eten als ik, en dat op dezelfde manier, met exact dezelfde handelingen klaar te maken. Ik denk dat het normaal is dat iedereen zijn eigen, spontaan ontstane rituelen heeft. Zo voorkom je eraan gehecht te raken – dat zou een ernstige dwaalweg zijn.

Wanneer ik in de voormiddag thuis ben en tussendoor een kop thee drink, zijn er natuurlijk bepaalde handelingen die hetzelfde zijn, maar is er minder het gevoel van een vast ritueel dan bij het ontbijt. Waarschijnlijk is dat omdat het zetten van een kop thee zo eenvoudig is. Toch zou je merken dat ik waarschijnlijk bepaalde gewoontes daarbij heb, die misschien verschillend zijn van jou gewoontes. Daarna drink ik de thee op, zonder dat ik de kop op een speciale manier neerzet, of op een bepaalde manier vasthoud. Ik neem ze wel aandachtig vast; ik drink ze met aandacht op. Maar ik gebruik dus geen bepaalde vorm of zo. Je weet dat in het oude Japan de theeceremonie een gerespecteerde traditie was, die geassocieerd werd met zen. Ik heb verscheidene vrienden die deze ceremonie beoefenen, en dat kan een heel waardevolle en diepe beoefening zijn, die je uitnodigt tot een heel open aandacht. Het kan ook gewoon heel fijn zijn om te doen. Zelf ben ik er echter niet zo door aangetrokken: ik drink thee liever zoals ik die spontaan drink. En ook dan kan je aandacht heel scherp zijn. Ik merk dat in alle eenvoud observeren wat er hier en nu gebeurt, hoe je lichaam beweegt, hoe klanken en gedachten zich vermengen en tegelijk elk zichzelf blijven op elk moment, hoe het zijn zich manifesteert hier en nu, dat dat misschien wel de allersterkste beoefening is. Een beoefening die elk moment doorgaat, die geen bijzondere elementen uit andere culturen of periodes nodig heeft. Zo vermijd je elke illusie dat je iets “speciaals” aan het doen zou zijn; of dat je lang moet studeren om een ceremonie onder de knie te krijgen, of dat je denkt dat je het allemaal heel goed doorhebt omdat je een ceremonie goed kent.

Het gebeurt ook dikwijls dat mensen die perfectionistisch zijn, die dwangmatig willen controleren, zich aangetrokken voelen tot de traditionele zen. Want daar heb je een traditie die je zegt hoe je precies je thee moet drinken, hoe je je tanden moet poetsen enzovoort. Ze krijgen dan het gevoel dat ze met hun perfectionisme, hun controledwang op het juiste pad zitten, op een spiritueel pad zelfs. Zo graven ze zich steeds verder in in hun eigen patsituatie; hun “zenbeoefening” wordt in plaats van een spiritueel pad een snelweg naar totale verkramping, gehechtheid en burn-out. Een patroon dat ooit ontwikkeld werd om een diepe angst te compenseren en te verbergen wordt dan versterkt in plaats van belicht en doorprikt. De illusie dat “ik” het wel zal redden als ik alles maar goed genoeg controleer is een van de meest schadelijke.

Maar voor anderen kan het toch wel nuttig zijn om op een nauwgezet voorgeschreven wijze iets uit te voeren?

Ja, natuurlijk. Er zijn verschillende manieren en stijlen van zenbeoefening mogelijk. Het is belangrijk een stijl te kiezen die aansluit bij je persoonlijkheid, zonder daarom tegemoet te komen aan je neuroses of gehechtheden. Dat laatste heb ik helaas al dikwijls zien gebeuren… we zijn gewoon van onze patronen te volgen, onze gehechtheden, en als we die strategie dan gebruiken om een spirituele weg uit te stippelen bevinden we ons misschien wel op de weg, maar gaan we de verkeerde richting uit…. Zelfkennis is dus vereist, een diep zelfonderzoek op psychologisch niveau is aangewezen voor elke beoefenaar, en voor leraars.

In het algemeen ben ik nogal wantrouwig tegenover het gebruik van vormen die expliciet exotisch zijn. In vele gevallen schuilt daar een hang naar iets speciaals achter, terwijl je diepe natuur realiseren niets speciaals is: het is ontwaken tot dat wat je altijd al geweest bent… Je moet in zen niets verwerven of bereiken: de uitnodiging bestaat erin los te laten. De idee dat realisatie of verlichting iets heel veraf is, is een van de belangrijkste hindernissen… als je de mensen dan een archaïsche oosterse praktijk voorstelt, wordt deze gedachte alleen maar bevestigd. Daarom zijn de vormen die ik zelf onderricht allemaal gegrepen uit het alledaagse leven. Zo vermijd je een gigantische omweg te maken – het leven is kort.

Maar ik zie toch ook wel traditionele elementen in de dojo, zoals gongen, wierook, buigingen…

Ja, alles is een kwestie van evenwicht. Het is belangrijk om ook niet xenofoob te zijn, zen is de beoefening van een open geest, een open hart. Vergeet niet dat de aardappel, de banaan, chocolade, thee, koffie, en een eindeloze reeks andere voedingsproducten oorspronkelijk ook heel exotisch waren – maar toch zijn ze helemaal geïntegreerd in onze cultuur zodat we ze zo niet meer ervaren. Alles draait, zoals steeds, om onze instelling: hoe we met de dingen omgaan.


12. Het observeren van de geestelijke verschijnselen.

Puur pedagogisch, en zelfs dan nog onder groot voorbehoud zou je een aantal fasen in zenbeoefening kunnen beschrijven. Begrijp me niet verkeerd, ten eerste is iedereen verschillend, en ten tweede zijn die fasen niet noodzakelijk fasen die mekaar opvolgen in de tijd. Er is een vlot heen en weer gaan tussen die fasen, dat kan zelfs binnen een seconde gebeuren. Het is wel mogelijk dat je gedurende een periode vooral in een of andere fase zit – maar ook die periodes kunnen elkaar snel afwisselen.

Een eerste fase is die waarbij iemand zich volledig identificeert met zijn lichaam, gedachten, herinneringen, emoties, verlangens en beslissingen. Die worden echt als “ik” beschouwd, de rest is buitenwereld. In werkelijkheid wordt ook deze fase voortdurend onderbroken door andere fasen, maar dikwijls is men zich daar niet van bewust en worden die momenten achteraf ontkend of ingepalmd door het zelfgevoel. Deze manier van zijn wordt gekenmerkt door een grote doelgerichtheid, een groot geloof in het persoonlijke leven. Dat kan zich uiten als een groot zelfvertrouwen, maar eventueel ook als een heel laag zelfbeeld. Je gaat zazen beoefenen omdat “ik” rustig wil worden, “ik” verlicht wil worden, “ik” mijn leven in handen ga nemen…

Een tweede fase is die waarbij een zekere ruimte wordt teruggevonden rond dat schijnbaar harde “ik”. Door de aandacht terug te brengen naar ademhaling en lichaam worden de gedachten in de eerste plaats wat rustiger, en wordt er een intimiteit met het lichaam, met het zijn van het lichaam teruggevonden. Door de aandacht terug te brengen naar “uitwendige” gewaarwordingen als geluiden en visuele waarnemingen, wordt er een vertrouwdheid met de “buitenwereld” hervonden.
Deze fase wordt gekenmerkt door een grote versoepeling, een grotere openheid. We gaan ons meer openstellen voor momenten van gewoon zijn. Het zelfgevoel wordt al wat minder absoluut omdat het denken niet meer zo centraal staat en omdat er meer momenten zijn waar het echt naar de achtergrond verschuift. Dat voelt goed, maar we zullen nog sterk geneigd zijn toch vanuit een zelfperspectief te denken en te spreken. We zullen misschien zeggen dat we door de zenbeoefening vrijer, opener, vrediger zijn geworden. Dat is natuurlijk op zich al zeer goed.

Een derde fase is die waarbij we gevestigd zijn in de vertrouwdheid met het zijn van lichaam en buitenwereld. Dan kunnen we de blik richten naar de geestelijke activiteit van gedachten, emoties, enzovoort, zonder daar onmiddellijk door meegesleurd te worden, zonder ons daarmee te identificeren. Met andere woorden: dan is er een helder zien dat al die verschijnselen, die tevoren werden ingedeeld in “ik” en “wereld”, gewoon in dezelfde ruimte van het bewustzijn opduiken en verdwijnen. Zo ontstaat er een heilzame vicieuze cirkel van desidentificatie. Als je dat perspectief helder ziet verzwakt de neiging tot identificatie met de geestelijke processen; en hoe minder identificatie er is met die processen, hoe helderder dit perspectief wordt. We zouden kunnen zeggen dat “je” nu gaat staan in de ruimte die je hebt teruggevonden rond je zelfgevoel in fase twee, en dat “je” nu van buiten af naar al die verschijnselen kan zien, die je vroeger als “ik” beschouwde. Het grote verschil is dat je nu dus, terwijl een gedachtenproces of emotie of herinnering of verlangen aanwezig is, je tegelijkertijd kan zien dat “ik” dat niet ben. Je zal nog steeds naar buiten toe zeggen “ik heb honger”, maar dat zal niet meer dezelfde inhoud hebben. Er is niet langer de illusie dat er werkelijk een “ikje” diep verborgen zit in dit hoofd ergens, dat degene is die honger heeft. Er is een hongergevoel; dit lichaam heeft voedsel nodig, en dat noemen we “ik heb honger”. Deze fase komt overeen met wat men noemt “de getuige”: er is het gevoel, dat wat ik werkelijk ben, het pure bewustzijn ben, dat alles gadeslaat. De dualiteit tussen binnen en buiten, ik en wereld is opgelost; maar die tussen waarnemer en waargenomene blijft nog bestaan.

In een vierde fase wordt ook deze dualiteit losgelaten, en is er gewoon wat er is. Het bewustzijn is als het ware zichzelf, dat schijnbaar alle vormen aanneemt. Het herkent zichzelf als enige realiteit. Misschien lijkt dit heel abstract. Maar luister naar een geluid, luister eens echt naar eender welk geluid, en het illusoire karakter van elk onderscheid tussen waarnemer en waargenomene is onmiddellijk duidelijk: “waarnemer” en “object” zijn concepten die het denken plakt op de ongedeelde beleving. Zo zie je dat zelfs deze “vierde fase” in wezen altijd al daar is.

Ik vind het toch wat moeilijk… kan je geen metafoor verzinnen om die fasen te verduidelijken?

Nemen we de aarde als zelfgevoel, waar we geleidelijk van loskomen.

In fase 1 heb je iemand die vastzit aan de aarde, die er op rondloopt, en er niet los van kan komen. Hij zal zich beschouwen als een aardbewoner, en kent geen ander leven of standpunt.

In fase 2 reist die persoon regelmatig met een raket naar de ruimte. Hij ontdekt dat er meer is dan de aarde wanneer hij er los van komt en ze uit het zicht verdwijnt: hij zal zich nog altijd als een aardbewoner beschouwen, maar dan als een die een ruimere wereld heeft leren kennen, wat al een zekere bevrijding inhoudt.

In fase 3 kijkt hij vanuit de ruimte naar de aarde en ziet dat de aarde zelf ook gewoon in de ruimte rondzweeft. Hij voelt zich geen aardbewoner meer, maar is thuis in de ruimte. Bevrijding.

In fase 4 beseft hij dat de ruimte en de objecten die erin zweven niet gescheiden zijn. Totale bevrijding.

Natuurlijk is deze onderverdeling in fasen ook maar een gedachtenconstructie. Ze heeft alleen zin als ze helpt om los te laten. Wanneer je er teveel realiteit aan toekent, wordt ze een blok aan je been. Gebruik ze dus wanneer het van pas komt, en laat ze vallen wanneer dat niet meer zo is.


13. Het observeren van de gedachten.

Wacht eens… je sprak steeds van “aandacht” voor de ademhaling, voor het lichaam, voor de geluiden enzovoort, en nu gebruik je het woord “observeren”.

Dat doe ik omdat de verschijnselen in de buitenwereld, maar zelfs ook de ademhaling en het lichaam in het algemeen worden beschouwd als “niet ik”. Om de oorspronkelijke intimiteit ermee terug te vinden cultiveren we er een open aandacht voor, zou je kunnen zeggen. Ik vermijd in deze context het woord “observeren” omdat het zou suggereren dat er een gescheidenheid is: aan de ene kant een observator, aan de andere kant het geobserveerde.

De gedachten, emoties, verlangens en beslissingen daarentegen beschouwen we meestal als “ik”. Om die identificatie te doorprikken is het niet slecht om de aandacht voor deze verschijnselen te benoemen als “observatie”; met andere woorden we leren ze te zien als objectieve verschijnselen, als “niet ik”.

Uiteindelijk is ook deze term beperkt want we zullen zien dat er fundamenteel geen enkele gescheidenheid is tussen waarnemer en waargenomene. Vroeg of laat komt de realisatie dat er enkel open gewaarzijn is, bewustzijn waarin alles verschijnt. Maar zolang er verwarring is tussen bewustzijn en verschijnselen, zolang er geen helderheid is over wat we werkelijk zijn, kan je handig gebruik maken van dergelijke woorden om klaarheid te helpen scheppen.

Begrijp ik het nu goed als je suggereert dat ik uiteindelijk wél de gedachten, emoties enzovoort ben?

Ja, maar je bent ze niet op de manier waarop je je het nu voorstelt: als “ik ben de gedachten,… in tegenstelling tot de buitenwereld, die ik niet ben”. Wanneer we elke definitie over onszelf loslaten blijkt dat we alles zijn – ook de “buitenwereld”. Tegelijk blijkt dat we niets zijn – evenmin de gedachten enzovoort. Maar zelfs deze standpunten zijn slechts gedachten, oordelen, opvattingen, definities. Blijf er niet op vastzitten. Wat je werkelijk bent is niet uit te drukken in woorden. Woorden zijn per definitie etiketten om binnen dat wat is, binnen dat wat we werkelijk zijn, onderscheiden te maken. En ook de woorden horen tot het geheel; en ook de droom van onderscheid hoort ertoe.

Waarom dan onze gesprekken?

Woorden kunnen je niet helpen te worden wat je al bent. Ze kunnen wel helpen je illusies te doorprikken – en wat er dan overblijft is wat je altijd al was.

Hoe kan ik mijn gedachten observeren zonder het gevoel te hebben “ik ben de denker?”

Wel, dat is een interessante vraag natuurlijk. Merk op, om te beginnen, dat je twee keer hetzelfde vraagt. “Hoe kan ik mijn gedachten observeren?” en “Hoe kan ik het gevoel ik ben de denker loslaten?” Als je het gevoel hebt de denker te zijn is er geen observeren, als een neutrale getuige.
We hebben we het al gehad over hoe belangrijk het is eerst de ruimte rond het denken terug te vinden. Dat is natuurlijk de basis. Eigenlijk is het heel eenvoudig

Neem jezelf voor om even niet te denken, enkel je ademhaling te voelen. Dat voornemen is natuurlijk een gedachte die je hebt terwijl je jezelf als denker ziet – beter gezegd waarbij je een zelf achter het denken veronderstelt. Dus je neemt je voor enkel op het ademen te letten en niet te denken. Daarop verblijf je in helderheid. Je zal zien dat er vroeg of laat, meestal vrij snel toch onwillekeurig een gedachte opduikt. Dat is dus een gedachte die “jij” niet hebt gewild, die gewoon opkomt. Die kan je dan als precies dat zien: een verschijnsel dat gewoon opkomt, zonder dat erachter een ik-gevoel wordt geprojecteerd. Natuurlijk kan de volgende gedachte zijn: ”ik ging niet denken, en nu denk ik toch!” en dan zijn we weer vertrokken voor een hele reeks gedachten, waarachter we een “ik” veronderstellen.

“Ik moet mezelf beter controleren” bij voorbeeld.

Dat is een klassieker, ja. Dan veronderstellen we dus dat er drie ikken zijn: één dat denkt, een tweede dat dat eerste zou controleren, en een derde dat dat tweede bekritiseert omdat het zijn werk niet doet. Zie je? Het zijn allemaal gedachten, allemaal virtuele persoontjes, je kan het rollen noemen: een denker, een controleur, en een controleur van die controleur. En al die rollen komen spontaan op. Je kan ze allemaal waarnemen, en ze zijn dus niet echt “ik”

Waarom is iets dat ik kan waarnemen niet “ik”?

Dat is een heel diepe intuïtie. Aan de ene kant lijkt er een “ik” te zijn, aan de andere kant waargenomen dingen of verschijnselen. Zelfs als het niet de uiteindelijke realiteit van ons bestaan is, is het een weg die tot bevrijding leidt.

Maar ik kan toch mijn lichaam zien? En ik heb toch het gevoel dat ik mijn lichaam ben?

Nu vermeng je twee verschillende standpunten. Soms identificeren we ons concreet met het lichaam, bij voorbeeld wanneer we zeggen “ik ben één meter tweeëntachtig” of “ik ben 36 jaar” of “ik heb de griep” of “ik weeg 85 kilo”. Op andere momenten identificeren we ons met een virtueel personage in het hoofd, in het denken, dat de eigenaar is van het lichaam. Dan zeggen we bij voorbeeld “ik heb in mijn vinger gesneden” of “mijn knie doet pijn”. In dat laatste geval zien we het lichaam dus niet als “ik” maar als iets dat ons toebehoort, als een voertuig of instrument, dat door ons “ik” bestuurd wordt. Op dat moment trekt het ik-gevoel zich terug naar binnen, en wordt het lichaam “buitenwereld”. Zo zie je duidelijk hoe de “ik-grens” flexibel is en dus puur virtueel, een voortdurend aanpasbare definitie in plaats van een echte, substantiële entiteit.

Hetzelfde geldt dus voor gedachten…

Ja, ofwel wordt een gedachte beschouwd als deel van mijzelf, dus als “ik”; ofwel identificeren we ons niet met die gedachte en wordt ze waargenomen op dezelfde manier als een geluid, in de “buitenwereld”.

Waarom maak je steeds zo’n tussen-aanhalingstekens-gebaar als je “buitenwereld” of “ik” zegt?

Omdat dat woorden zijn die een bepaalde invulling krijgen, maar die invulling, die definitie dus, is flexibel: ze hebben niet echt die vaste betekenis die we denken dat ze hebben. Uiteindelijk wordt dat duidelijk en gebruiken we ze enkel nog als relatieve, praktische aanduidingen. Zonder de minste twijfel zien we dan dat we geen “fremdkörper” zijn in een vijandig universum, maar het universum zelf. Zo komen we terug tot de normale toestand.

Dus op het moment dat er een helder observeren is van die onwillekeurige gedachte, verhuist die als het ware naar de “buitenwereld”, en wordt de identificatie ermee losgelaten.

Ja. Dat is een revolutionair moment. Natuurlijk, op dat moment kan eender welk verschijnsel opkomen: een gedachte in woorden, een beeld, een herinnering, een verlangen, wat dan ook. Maar laat ons nu even aannemen dat het een gedachte in woorden is, de andere gevallen zullen we later bespreken. Stel dat de gedachte is “ik moet zo dadelijk naar de bakker om een brood te kopen”. Als er identificatie is, beleven we dat als gewoon een vaststelling dat ik zo dadelijk naar de bakker moet om een brood te kopen. Zonder identificatie is er enkel de observatie “de gedachte komt op dat ik zo dadelijk naar de bakker moet om een brood te gaan kopen”.

Maar is die gedachte waar of niet?

Dat speelt geen enkele rol. Het gaat om de gedachte op zich. Laat ons een ander voorbeeld nemen “Die Luc is een raar figuur”. Dat is nog interessanter. Mét identificatie lijkt het gewoon een vaststelling, dat ik een raar figuur ben. Of dat nu zo is of niet, daar kan je over discussiëren, maar ook hier: daar gaat het niet over. Wel mag je zeker zijn, dat wanneer de identificatie er is, die gedachte niet in twijfel wordt getrokken. Die staat daar, absoluut en onaantastbaar. In het andere geval is er de observatie “de gedachte verschijnt dat Luc een raar figuur is”. Dat is iets helemaal anders. Aan de ene kant wordt dit nu als een virtueel verschijnsel erkend, als een lijntje tekst. De inhoud kan waar of onwaar zijn, dat is een andere zaak, maar het is tekst. Aan de andere kant is het niet meer “ik” die Luc een raar figuur vind, het is gewoon een opvatting die bovenkomt en terug verdwijnt.

Zitten we nu op terrein van de psychologie en psychotherapie?

Nee, we zitten al verder. Laat ons terug vertrekken van de gedachte “Luc is een raar figuur”. Zoals gezegd, wanneer er geen enkele ruimte rond bestaat, wanneer er identificatie mee is, dan wordt de inhoud gezien als een gegeven feit. Een psychotherapeut zal je mogelijk uitnodigen om die gedachte helderder te bekijken en ze te herformuleren als “ik vind dat Luc een raar figuur is”. Daarmee wordt ze van een onaantastbare objectieve waarheid herleid tot een persoonlijke opvatting, die ons uitnodigt om ze te relativeren, in vraag te stellen. Zo ben je al heel wat vrijer.

Ja, soms denk ik “ik kan helemaal niets goed doen”; en dan zeg ik tegen mezelf: “wacht: ik heb de gedachte “ik kan helemaal niets goed doen””. Dan kan ik zo een negatieve gedachte ontmaskeren, en vermijden dat die een negatieve spiraal wordt…

Precies! Dat is een grote, bevrijdende stap: zien dat het maar een gedachte is, die ik heb. Zo kan je jezelf bevrijden van die gedachte. Maar in zen gaat het over het volgende niveau: zien dat er fundamenteel geen ik is dat die gedachte heeft: er is alleen een gedachte. Zo kunnen we ontwaken uit de grotere, subtielere gevangenis van het zelfgevoel.

Pfiew… dat is wel heel vergaand en hoog gegrepen…

Kijk goed wat er gebeurt!

Ik bedoel: “ik heb de gedachte dat dat wel heel vergaand en hoog gegrepen is”

En…

Ah ja… er is de gedachte: “dat is wel heel vergaand en hoog gegrepen”

Juist. Die twee herformuleringen laten zien dat het maar een lapje tekst is, een opvattingetje dat even boven komt. Als je niet oppast geloof je dat het echt zo is en creëer je zo het gevoel dat we het hier hebben over een heel veraf gelegen doel is, dat je nooit kan bereiken. Maar het zit onder je neus, het IS al zo.

Maar hoe geraak ik van de eerste, therapeutische herformulering naar de laatste?

Op dezelfde manier. Observeer helder. Observeer helder het verschil.

Het verschil is dat “ik heb de gedachte” verandert in “ er is de gedachte”.

Ja. “Er is de gedachte” is een droge simpele vaststelling. Je kunt niet zeggen dat die gedachte er niet was, niet?

Dat is waar, die gedachte verscheen in alle helderheid in mijn bewustzijn.

En “ik heb de gedachte” wat is dat dan?

Ja, dat is uiteindelijk… ook een gedachte!

Precies, dat is een gedachte die aan de eerste wordt toegevoegd, nog altijd simpelweg een gedachte.

Dus er is een eerste gedachte: “ dat is wel heel vergaand en hoog gegrepen”
én een tweede gedachte “ik heb de gedachte “dat is wel heel vergaand en hoog gegrepen””.

Ja. Zie je hoe het ik-gevoel altijd een heel eenvoudige toegevoegde gedachte is, die achter een onpersoonlijk verschijnsel een schijnbaar ik projecteert?

Eh, ja zeker,…

Nee, doe nu alsjeblief niet alsof ik een of andere ingewikkelde filosofie voorstel. Het is heel simpel. Het is zo eenvoudig en fundamenteel, dat het ontsnapt aan onze waarneming. Maar het is van levensbelang om dit punt op te helderen. Zie het als een geweldige uitdaging om in open aandacht je gedachten te observeren en te zien hoe ze gewoon verschijnen en verdwijnen. Dikwijls verschijnt “ik denk” of “ik ben van mening” erbij, maar ook dat is een gedachte. Als je dat helder ziet, steeds opnieuw, zal je leven zich compleet transformeren. Het is een groots avontuur. Sommige gedachten zijn gemakkelijk “desidentificeerbaar”, andere lijken steeds “onder de radar door te vliegen”, die ontmasker je misschien pas na een aantal jaren praktijk. Zo blijft het boeiend. Als je doorzet in je helderheid komt er een moment dat je elke gedachte ziet als wat ze is: tekst die verschijnt in het bewustzijn. Dat is vrijheid, ware vrijheid.

Wat is het verschil dan, vergeleken met wanneer ik de therapeutische werkwijze helemaal doorzet en op elke gedachte toepas?

Die therapeutische werkwijze, hoe nuttig ook, is beperkt omdat ze ervan uitgaat dat “ik” echt is, met andere woorden: geen gedachte is. Maar helderheid zal onthullen dat dat ik-gevoel eveneens een gedachte is. Daarom is het goed dat van in het begin te beseffen, zodat je niet vastloopt wanneer je aan die grens komt. Geloven dat de ik-gedachte waar is, is tenslotte het grootste probleem dat er is, de meest fundamentele gevangenis… en dat is de reden waarom we dit probleem zo snel mogelijk moeten ophelderen.

Ik vind het wel intrigerend.. kunnen we nog een voorbeeldje bekijken, om af te sluiten?

“Vlees is moord – iedereen zou vegetariër moeten zijn”.

Wel, als die gedachte opkomt, en je gaat daar helemaal in mee, in dat verhaal, in de inhoud van de gedachte dus, zonder te relativeren… dan is dat voor jou een absolute waarheid… dan ga je heel streng zijn tegenover mensen die die gedachte niet delen. En je gaat jezelf helemaal identificeren met dat standpunt, zodat het een gevangenis wordt van formaat…

Ga verder…

Ok, stel nu dat ik ze herformuleer: “ik vind: “Vlees is moord – iedereen zou vegetariër moeten zijn”. Op die manier zie ik in dat het slechts een persoonlijk standpunt is en dat andere mensen een ander standpunt kunnen hebben, en dat ze daar recht op hebben. Ik word al heel wat verdraagzamer dan!

Juist. Maar naar binnen toe identificeer je je nog altijd met dat standpunt dan– het is nog steeds een gevangenis, een dubbele gevangenis zelfs!

Hoezo?

Aan de ene kant is er een gehechtheid aan het standpunt; aan de andere kant is er een gehechtheid aan de gedachte dat er een ik is die dat standpunt heeft! En het tweede punt is zonder twijfel het grootste probleem!

Ok, en als ik het zie als: “ik heb de gedachte: “Vlees is moord – iedereen zou vegetariër moeten zijn””?

Dan blijf je in het zelfgevoel zitten, dus nog steeds wat ik zou noemen: het therapeutische niveau. Er klinkt hier al een verder relativeren van de inhoud van de gedachte door, maar het ik-gevoel is nog onaangetast.

“Er is de gedachte: “Vlees is moord – iedereen zou vegetariër moeten zijn””.

Inderdaad. Dat is iets heel anders. En wat meer is, nu ben je klaar om een volgende stap te zetten.

Ai, ik dacht dat ik er al was…

Maak je niet ongerust, vanaf hier wordt het nog boeiender. In plaats van te kijken naar de inhoud van de gedachte, kijk je gewoon naar het materiaal waarvan ze gemaakt is. Tevoren was dat moeilijk omdat het zo’n persoonlijk verhaal was. Maar nu kunnen we observeren waar ze van gemaakt is. Het is alsof je een boek openslaat en het verhaal leest, je kijkt naar het lettertype, en zelfs vooral naar de inkt en het papier. We komen hier op terug. Laat ons eerst spreken over het observeren van emoties.


14. Het observeren van emoties.

Voor emoties geldt hetzelfde als voor gedachten?

Het is zeer vergelijkbaar, inderdaad. Probeer maar eens een voorbeeld te vinden van totale identificatie, therapeutische relativering, en volledige desidentificatie.

Laten we kwaadheid nemen… Wanneer ik helemaal kwaad ben, zonder zelfs te erkennen “ik ben kwaad” laat staan “er is kwaadheid”… ja dan is mijn blik helemaal vertroebeld door die emotie, zeker? Dan is mijn denken gekleurd door de kwaadheid. De gedachten die bovenkomen zijn dan misschien “wat is die man een idioot, als ik die ooit te pakken krijg… “ enzovoort!

Wat verandert er dan als er bewustzijn is “ik ben kwaad”?

Ja, dan kan ik dat al wat meer in perspectief zien… Misschien denk ik nog steeds dat ik gerechtvaardigd kwaad ben, of misschien kan ik zien dat dit nu eenmaal het soort situatie is dat me helemaal op de kast krijgt…

Dat is waar, het laat nog een heel scala aan mogelijkheden open. Wat belangrijk is, is dat je ziet dat het jouw kwaadheid is. Maar ja, dat is dus nog een beperkt standpunt… maar het is nu tenminste een beperkt standpunt waar we ons bewust van zijn. Daarmee wordt het mogelijk het te overstijgen. Dat gaat niet zolang we het onder de mat vegen.

Want uiteindelijk is het “er is kwaadheid”

Juist. Nu pas op: let erop dat deze onpersoonlijke visie, hoe correct ook, er niet toe leidt dat op een persoonlijk niveau een verantwoordelijkheid niet opgenomen wordt. Dat is de verwarring van niveaus, waar ik al eerder voor waarschuwde. “Ja, er is een klap verkocht, er was nu eenmaal kwaadheid, ja…” Vanuit een zeker standpunt is dat waar, maar het is ook waar dat er vanuit dat standpunt “geweld werd gepleegd”, en dat er al even onpersoonlijk “een proces gevoerd werd” en “een boete opgelegd wordt”.

Maar het is niet omdat er op een persoonlijk niveau een verantwoordelijkheid genomen wordt, dat je niet helder kan inzien dat er in wezen geen afzonderlijke persoon is. Het is juist vanuit dit inzicht dat ethisch gedrag zich realiseert. Op het ethische leven, dat natuurlijk niet gescheiden is van het spirituele leven, komen we nog zeker uitgebreid terug in ons volgende gesprek.

Is het niet zo dat emoties dikwijls heel erg meeslepend zijn, dat ze je heel erg in een identificatie meesleuren?

Zeker, het is vooral de combinatie van gedachten en emoties die heel overtuigend is. Gedachten en emoties lokken elkaar uit, en samen zijn ze sterk. Als kwaadheid bij voorbeeld vergezeld gaat van gedachten als “het is toch waar zeker!” en “ik ben weeral het slachtoffer!”, dan is er helderheid vereist om het te zien als een heel overtuigende film, zodat je uit het verhaal kan stappen en gedachten en emoties als een onpersoonlijk proces kan ontmaskeren.

Maar het is niet verkeerd om als zenbeoefenaar emoties te hebben?

Natuurlijk niet! Dat maakt deel uit van het leven! Dat is weer die oude, idiote gedachte dat je van zen een “lege gevoelloze robot wordt of zou moeten worden”. Dat zijn projecties van mensen die er niets van begrijpen. Wat er gebeurt is: de emotie ervaren, en op natuurlijke wijze laten voorbijgaan. Alles vloeit. Op voorwaarde dat je je er niet aan vastklampt. Verdriet bij voorbeeld, is een heel natuurlijke emotie, wanneer iemand waarvan je houdt (en ook dat is gelukkig een natuurlijke emotie) in de problemen zit of sterft. Dan is er verdriet, rouw. Ook die gevoelens, hoe diep ook, gaan voorbij. Als die niet voorbij gaan is het omdat je je er op een of andere manier aan vastklampt. Ook hier kan heldere open aandacht, erbij blijven een grote hulp zijn… zowel op therapeutisch als spiritueel niveau.

En geluk, vreugde?

Eender welke emotie: schenk ze aandacht. Onze beoefening is heel simpel. Schenk alles aandacht. Zie hoe alle verschijnselen, van welke aard ook, opkomen en voorbijgaan. Ze spelen zich allemaal in dezelfde ruimte af, de ruimte van het bewustzijn. Hoe meer je vertrouwd wordt met dit panorama, des te meer je ziet dat er geen fundamenteel verschil is tussen een gedachte, een geluid, een lichamelijke gewaarwording, iets dat je ziet, een emotie… praktisch kan je daar allerlei lijntjes en onderscheiden in trekken, maar dat is niet meer dan: een praktische manier van onderscheid maken.

Moet je dan geen onderscheid maken tussen mijn en jouw emoties?

Jawel. Ik ben me bewust van jouw emoties, en resoneer daarmee tot op zekere hoogte. Dat is belangrijk en natuurlijk. Maar ik ga daarom niet helemaal mee in jouw gevoelsleven, zoals ik ook niet al jouw gedachten deel, of je naam, huis, bankrekening of beroep. De eenheid doet zich nu eenmaal voor als veelheid. Alle bladeren van de boom zijn boom, en tegelijk is dit blad niet dat blad. Er is altijd het onderscheid tussen de niveaus, als je dat ontkent krijg je onzin.


15. De aandachtige observatie van herinneringen.

Hoe kan ik herinneringen helder observeren?

Herinneringen zijn buitengewoon meeslepend, ze nemen het bewustzijn gemakkelijk in beslag… hun inhouden vertellen over wat voorbij is, zijn een soort samples van het verleden, als foto’s en geluidsopnames… daardoor trekken ze ons heel erg in het verhaal van de geschiedenis, van onze persoonlijke geschiedenis, en dus in de illusie van de tijd.

Illusie van de tijd?

Ja, want het is – hoe belachelijk simpel het ook mag lijken – altijd NU. Dat diep, diep met je vlees, beenderen en merg beseffen voorbij woorden is een van de belangrijkste aha-belevenissen die je je kan voorstellen. Dat betekent dat elke waarneming, elke gewaarwording, elke ervaring NU gebeurt. Elke gedachte, elke emotie, elke herinnering verschijnt NU in het bewustzijn. Maar omdat NU herinneringen verschijnen aan elk mogelijk verleden moment, lijkt het alsof er zich een reëel, bestaand verleden achter ons uitstrekt. En omdat er NU een hele waaier aan toekomstplannen, verwachtingen, verlangens en angsten verschijnen, lijkt er een hele toekomst te bestaan. Maar wat betekent dat, dat er een verleden bestaat? Wat betekent het, dat er een toekomst bestaat? “Bestaan” kan alleen maar betekenen: “NU bestaan”. Iets dat bestond bestaat niet – het IS er niet NU, dat is de definitie van bestaan! Op dezelfde manier: iets dat zal bestaan bestaat niet. Hoe kan een toekomst bestaan? Hoe kan een verleden bestaan? Natuurlijk is het op een praktisch niveau alweer belangrijk van het verleden te kennen en aan de toekomst te denken, maar ze bestaan niet zoals je je dat voorstelt. Ze zijn helemaal virtueel, een luchtspiegeling.

Ja maar, bij voorbeeld de kathedraal van Antwerpen, die werd toch voltooid begin 16e eeuw, en die staat er toch?

Zeker, maar die staat er NU. Toen men eraan begon, was het NU. Toen ze werd voltooid, was het NU. Nu is het NU. De Big Bang vond NU plaats. De aarde koelde NU af. De dinosauriërs graasden en joegen NU. Daar is geen speld tussen te krijgen. Maar voel je hoe mijn formulering wringt? Want omdat ik verwijs naar een NU in het verleden gebruik ik de verleden tijd, en dat klopt niet. Nu is tegenwoordige tijd. Dus eigenlijk moet ik zeggen: men begint NU met de bouw van de kathedraal. Ze wordt NU voltooid. De Big Bang vind NU plaats. De dinosauriërs leven NU.

Maar dat is dan toch een voorbij nu, waar je van spreekt?

Wat zou dat kunnen betekenen, een voorbij nu? Hoe kan er meer dan één nu zijn? Een voorbij nu is trouwens een paradox, want “nu” betekent dat wat noch voorbij, noch toekomstig is.

Ja maar, het is toch duidelijk dat we nu geen dino’s zien lopen, het is dus een ander nu.

Bekijk het anders: als het NU nu eens hetzelfde NU is dat voortdurend verandert. Wat krijg je dan?

Eh…

Ik help je even op weg. Je leeft al zo lang met dat virtuele verleden en die al even virtuele toekomst, dat je een soort innerlijk landschap voor je ziet dat zich uitstrekt van een ver verleden naar een verre toekomst, en het NU zie je dan als een flinterdun scheidingslijntje dat elke seconde een seconde naar rechts opschuift, is het niet?

Ja, ja, zoiets, ja. Dat klopt.

Maar je bent akkoord dat dat verleden en die toekomst alleen NU bestaan in je bewustzijn, als herinneringen en toekomstplannen? Als gedachten?

Ja.

Dus dat hele uitgestrekte landschap dat zich uitstrekt van verleden naar toekomst is een illusie?

Vooruit dan maar…

Want ze bestaan als voorstelling in je geest, NU?

Ok.

Dus het is niet correct om je het NU voor te stellen als een ongrijpbaar dun momentje tussen verleden en toekomst, dat elke seconde een seconde naar rechts schuift… heel het verleden en heel de toekomst bevinden zich in dat NU, worden waargenomen in het NU, op de meest letterlijke en onweerlegbare manier?

Nu begrijp ik waarom je altijd zo nadrukkelijk NU zegt, want inderdaad, we gebruiken het woordje “nu” altijd op een heel bescheiden manier, alsof het om een heel onbelangrijk momentje gaat, maar in werkelijkheid omvat het alles…

Dat klopt.

Het is vreemd om het zo te bekijken… maar je klinkt wel heel zeker van je zaak…

Wees maar zeker. Na meer dan 20 jaar intensieve beoefening van helderheid ben ik alleen nog maar NU tegengekomen. Van verleden of toekomst heb ik nooit iets anders gezien dan een herinnering, NU of een toekomstplan, eveneens NU.

Dat is ook een soort van Copernicaanse revolutie eigenlijk.

Absoluut. In de klassieke maar dus illusoire visie – die van het denken, van de concepten – is er een weids verleden en een weidse toekomst, en daartussen een ongrijpbaar nu-momentje.

In de heldere visie –van de directe ervaring, zullen we het maar noemen – is er alleen dat NU, dat verleden en toekomst bevat. Het is een tijdloos NU, want het schuift niet elke seconde op, het IS gewoon. Meer bepaald, het is NU! Wanneer kan iets anders zijn, bestaan dan NU? Dat is onzin.

Ja, maar iets kan wel bestaan hebben. Daarvoor hebben we de verleden tijd: De dino’s bestonden wel degelijk, 100 miljoen jaar geleden.

Ik begrijp je echt wel hoor, maar bestaan ze? “Bestaan ze” betekent natuurlijk niets anders dan “bestaan ze nu?”

Nee.

juist. Tenzij je zegt: nu bestaan ze als fossiel.

Maar zojuist heb je wel gezegd: de kathedraal wordt nu gebouwd, de dino’s leven nu…

Dat is waar. Daarmee wilde ik je confronteren met het feit dat ze toen ze leefden echt wel, in de volle zin van het woord NU leefden. Maar zo gauw ik zeg leefden, ga jij terug in je vertrouwde landschap van verleden en toekomst, met het opschuivende nu-momentje, en daarvan wilde ik juist de onhoudbaarheid aantonen. tenzij als praktisch modelletje, handig in het dagelijkse leven.

Dus je zei: “eerst is er dat model van een weids verleden en een weidse toekomst, en daartussen een ongrijpbaar lijntje “nu””. Dan blijken, wanneer we niet doorheen het denken kijken, maar in de directe ervaring gaan, verleden en toekomst er niet echt te zijn, dus is er alleen het nu, dus is dat niet meer ongrijpbaar?

Het NU is alles wat er is, en het is compleet veranderlijk. Het staat nooit stil. Tegelijk verlaat het nooit zijn plaats. Het blijft totaal ongrijpbaar. Wie zou het grijpen? Het is wat je bent. Laat dat diep, diep, diep doordringen.

Hoe kan ik dat?

Door, zoals altijd, in de directe levende ervaring te gaan, en niet langer doorheen de gekleurde brillenglazen van het denken te kijken. Door helder herinneringen te observeren en te zien dat ze een fenomeen NU zijn, met een inhoud die de illusie oproept dat we worden getransporteerd naar een verleden. Het verleden komt als het ware schijnbaar tot leven. Maar het is een filmpje, het is niet echt. Zo kan ik NU een herinnering oproepen aan mijn eerste schooldag. Los van het feit hoe betrouwbaar deze herinnering bewaard is gebleven – huidig onderzoek toont aan dat dat best kan tegenvallen – is die herinnering NU, al heeft ze een inhoud die blijkbaar naar een verleden verwijst, zodat de indruk ontstaat dat er echt een terugkijken is, door een soort tijdvenster, in het verleden.

Ik zie het, je kan echt niet aan het nu ontsnappen…

Exact. Nu is deze krachtige illusie van de tijd uiterst geschikt om die andere illusie, die van een apart zelf, dat losstaat van de tijd en een parcours aflegt doorheen de tijd, op te roepen en in stand te houden. Een apart zelf zonder geschiedenis buiten het nu stelt natuurlijk helemaal niets voor. Maar een zelf, dat doorheen de tijd blijft bestaan, dat zal echt wel substantieel zijn zeker! Daarom is de ontmaskering van herinneringen als fenomeen NU zo belangrijk. En dat is trouwens ook de reden dat het niet zo gemakkelijk is ook. De meezuigende kracht is groot. Het is essentieel om goed verankerd te zijn in ademhaling, lichaam, geluiden, en om echt wakker te zijn in het NU als enige realiteit. Eens klaar wakker in dat NU kan je daar alles zien passeren…

Maar voor alle duidelijkheid: ik moet het verleden toch niet ontkennen?

Nee, natuurlijk niet! Evenals de emoties en het denken maken verleden en toekomst deel uit van het mens zijn! Besef gewoon dat zelfs de meest kostbare en vreugdevolle herinneringen NU in het bewustzijn verschijnen. Dat is de sleutel.


16. Aandachtige observatie van toekomstplannen en verwachtingen.

Kunnen we eens specifiek ingaan op toekomstplannen, verwachtingen enzovoort?

Het principe is opnieuw heel gelijklopend, met dit verschil dat waar het verleden normaal gezien vrij eenduidig is – het is zó gebeurd en niet anders – er veel mogelijke toekomstbeelden zijn. Onze fantasie is in staat de meest uiteenlopende verhalen te schetsen van wat er nog zal gebeuren… Besef goed dat wat er ook gebeurt, het altijd nu is.

Het is waar, dikwijls kijk ik vooruit naar wat er de volgende dag of een paar uur later zal gebeuren… bijvoorbeeld wanneer ik iemand ga ontmoeten… er komen allerlei beelden op van wat ik ga zeggen, van wat de ander zal antwoorden, … en dan blijkt alles compleet anders te verlopen.

Ja, zie je hoe je, gedreven door angst, gevangen zit in die virtuele toekomstbeelden?

Gedreven door angst?

Ik bedoel niet dat er een alles overheersend paniek moet zijn, ik gebruik het woord angst eerder in de zin van onrust, onzekerheid voor de toekomst. Je zoekt zekerheid door te anticiperen, vooruit te denken, scenario’s te overlopen.

Op zich is dat toch niet slecht?

Natuurlijk niet. Het is ook weer een natuurlijke vaardigheid die ons evolutionair gezien een heel groot voordeel heeft opgeleverd. Het is heel verrassend eigenlijk, dat we nu zo weinig met de toekomst van de aarde en haar milieu begaan zijn… het lijkt wel of we gewoon nog veel meer begaan zijn met dingen te pakken te krijgen, geldelijk gewin, grijpen… best triest, eigenlijk.

Maar wanneer deze vaardigheid met je op de loop gaat is het einde natuurlijk zoek. Terugdenken aan het verleden en lessen eruit trekken is eveneens een grote troef, maar wanneer je vastzit in de herinneringen is het weer een gevangenis. Vergeet niet waarom we het hier over verleden en toekomst hebben: dat is om te zien hoe ze, vanuit de realiteit hier en nu in wezen illusies zijn, illusies die de illusie van een apart zelf ondersteunen. Die doorprikken we door heldere aandacht.

Veel mensen denken met angst vooruit aan de dood…

Het is belangrijk daar de totale zinloosheid van in te zien. Je leeft nu, je sterft nu. Wanneer je sterft, geef dan je aandacht aan het sterven. Wanneer je je leven niet doorgebracht hebt in illusies kan je zonder spijt sterven. De dood zelf, daar moet je je geen voorstelling van maken. Dat is niet verschillend van nog niet geboren zijn. Was je in 1702 ongelukkig? Ik denk het niet. Wat is het probleem, als je alles helder ziet?


17. Aandachtige observatie van verlangens.

En dan zijn er de verlangens. Zij zijn heel meeslepend want hun betoverende kracht is bijzonder groot: ze zuigen je als het ware in het verhaal, in het ik-gevoel. “IK ben toch degene die verlangt?” denken we dan… Maar wanneer we in alle helderheid aandachtig observeren, is er gewoon een verlangen dat opduikt. Observeer hoe het verschijnt, aanwezig is, verdwijnt. Evenals de geluiden, de gedachten en de emoties zijn het verschijnselen die worden waargenomen. Wat betekent dat?

Dat ik ze niet ben op de manier dat ik me dat voorstelde… dat ze een onpersoonlijk verschijnsel zijn.

Natuurlijk. Met dat heldere inzicht worden ook de verlangens, die tevoren werden beschouwd als “ik verlang”, gezien als “er is een verlangen”; en zo worden ze als het ware buiten de cirkel, buiten de verzameling van het ik-gevoel gelegd. De identificatie ermee houdt op.

Houdt die dan meteen op?

Als je het echt helemaal helder ziet houdt de identificatie met het huidige verlangen op, ja. Maar het is nodig om voortdurend die heldere aandacht te beoefenen, en steeds weer die beweging van loslaten te maken… want oude patronen zijn sterk, dus het vraagt wel wat tijd om die los te weken.

Dikwijls wordt het zo voorgesteld dat verlangens de bron zijn van elk lijden.

Een verlangen op zich is helemaal niet verkeerd. Veel verlangens die verschijnen zijn trouwens behoeftes: zo heeft het lichaam behoefte aan voedsel als het honger voelt; aan drinken als het dorstig is. Het heeft behoefte aan slaap wanneer het moe is, en als het naar de WC moet, dan voel je dat ook.

Dat zijn lichamelijke behoeftes.

Ja, maar er zijn ook geestelijke behoeftes natuurlijk. Kan je een paar voorbeelden geven?

Behoefte aan geborgenheid? Vriendschap? Ruimte om jezelf te kunnen zijn?

Die zijn even belangrijk! Wanneer we niet naar zo’n verlangens luisteren, op het niveau van de persoon, is dat niet gezond. Dikwijls zie je mensen die, vanuit hun beperkte begrip van het boeddhisme, dergelijke verlangens onderdrukken. Ze denken dan dat ze die hebben laten vallen.

Wat gebeurt er dan?

Ze worden ongelukkig. Er klopt iets niet. Maar het kan nog erger: wanneer ze gaan denken dat ze zich slecht voelen omdat ze toch nog teveel aan hun verlangens gehoorzamen, worden ze fanatiek – voor zichzelf en de anderen. Dat is een doodlopende straat.

Hoe kan je dat voorkomen?

Door goed in contact te blijven met die verlangens, met je lichaam ook, met je emoties, je denken… Met andere woorden: door verbonden te blijven met alle niveaus van je bestaan. Zo vermijd je wat ze in het Engels “spiritual bypassing” noemen. Dat betekent dat je problemen op het persoonlijke niveau niet oplost omdat je van mening bent dat dat onder je niveau is: je hebt immers ingezien dat die persoonlijkheid maar een virtueel verschijnsel is. De paradox is echter dat wanneer je niet beantwoordt aan je persoonlijke behoeftes, ook het overstijgen van die persoonlijkheid zal gehinderd worden. Het ik-gevoel zal zich, eens gefrustreerd, nog krampachtiger samentrekken.

Dat is dus min of meer het tegenovergestelde van die andere valkuil, “spiritueel materialisme”.

Spiritueel materialisme is het beoefenen van een spiritueel pad om er op het niveau van het ik-gevoel beter van te worden, bij voorbeeld om een sterker ego te kweken, meer energie te hebben, om een positie te verwerven… Dat is, evenals de vorige valkuil in wezen een vermenging van niveaus. Daarom is het zo belangrijk dat verschil tussen de niveaus helder te zien.

Maar er zijn toch ook verlangens die geen behoefte zijn?

Neem nu iemand die een koopverslaving heeft, of dwangmatig dingen verzamelt. Er is een hevig verlangen om te kopen, te verzamelen, maar dat zijn dus geen fundamentele behoeftes. Zo worden ze waarschijnlijk wel ervaren, maar ook daar schuilt weer een verwarring. Het kopen, verzamelen, wat dan ook, is hoogstwaarschijnlijk het gevolg van een meer fundamentele behoefte die niet bevredigd is, of verdrongen is.. We gaan dan bevrediging of geluk zoeken in dingen. Maar geluk zit niet in het hebben van dingen.

Wat kunnen die onbevredigde fundamentele behoeftes dan zijn volgens jou?

Dikwijls zijn er behoeftes van rust, geborgenheid of erkenning waaraan in het verleden niet voldaan werd. Maar daarnaast is er nog een heel belangrijke oorzaak, die een leeg gevoel genereert, dat dan dwangmatig opgevuld wordt. Dat is de illusie, een afgescheiden zelf te zijn. We kunnen zelfs zeggen dat dat de fundamentele oorzaak is van elk gevoel van gemis. Maar aangezien dat gevoel van afgescheidenheid er nu eenmaal is, kunnen we dat niet zomaar van tafel vegen. Tegen een kind dat zich verlaten voelt kan je niet zomaar zeggen: “Ja maar, in wezen ben je één met alles, hoe kan je je verlaten voelen?” Of wanneer je zelf een gevoel van verlatenheid hebt, kan je niet zomaar besluiten “ik heb toch ervaren dat ik van niets gescheiden ben? Hoe kan ik me dan alleen voelen? Het is onzin dat te voelen, weg ermee.” Dat zou echt een voorbeeld van spiritual bypassing zijn. In een spirituele beoefening moeten we alles wat deel uitmaakt van ons relatieve zelf meenemen. Alles wat we menen te zijn gaat mee op pad. Er is geen andere weg. Het is dus essentieel van dergelijke gevoelens op therapeutisch vlak aandacht te geven, ermee te werken… en ze zo helemaal te omarmen, helemaal te doorgronden. Pas vanuit dat volle bewustzijn kunnen ze dan eventueel oplossen – of niet. Maar vanuit dat volle bewustzijn kan je in ieder geval helder zien dat je ze niet bent – en dat is dan het spirituele niveau.

Hoe moeten we omgaan met verlangens?

Hoe we moeten omgaan met verlangens is een onderwerp dat ik later zou willen bespreken. Het hangt samen met hoe we in het leven staan, samen met de anderen, op sociaal en ethisch niveau. Nu gaat het er vooral over, ze aandachtig te observeren, en zo op natuurlijke wijze te zien dat we ze wel waarnemen, maar ze niet zijn. In ieder geval is dat ook de eerste stap om ze al dan niet te volgen. Die vrijheid is er dan.

Dan kan ik in alle vrijheid beslissen wat ik doe, bedoel je?

Ik bedoel eerder: dan kan er in alle vrijheid een beslissing vallen. En ook die beslissing is iets dat we aandachtig kunnen observeren. Dat is ons volgende onderwerp. Maar laat ons nog eens even een heel concreet voorbeeld van een verlangen bekijken. Kan je er een geven?

Ok: ik ben een lange wandeling aan het maken bij warm weer, en heb geen drinken bij. Ik verga van de dorst en verlang naar een fris biertje, misschien wel twee of drie.

Goed zo! Kijk helder en vertel me wat er precies gebeurt, dus wat er eigenlijk exact aan de hand is wanneer je zegt: ik heb zin in een biertje.

Wel, er is een gevoel van dorst, dat is een direct fysiek gevoel, in mijn keel, het gevoel van dehydratatie.

Wanneer is dat gevoel? Wie heeft het?

Ah, eh, dat is nu, natuurlijk. En ik zou zeggen “ik” heb dat gevoel, maar het is in wezen gewoon dat gevoel dat opkomt.

Goed, ga verder…

Dan is er dat verlangen…

Maar waaruit bestaat dat heel concreet?

(Denkt na)… ah ja, er verschijnt een soort visioen waarin die dorst wordt gelest…

Wanneer is dat visioen? Wie ervaart het lessen van de dorst?

Het visioen is nu… alhoewel het in de toekomst wordt geprojecteerd natuurlijk…en ja, het is dat virtuele ik-gevoel dat natuurlijk de genieter is van het lessen van de dorst, maar er is eigenlijk alleen dat gevoel , er is niemand die de genieter ervan is.

Is dat alles?

(Stelt zich inwendig voor)… ah, nee! Er is een soort van lijden! Er wordt een kloof ervaren tussen de dorst en de bevrediging ervan, die op een later moment wordt geprojecteerd, en die spanning daartussen, dat is lijden! En daarbij is er natuurlijk een gevoel van iemand die lijdt, die het slachtoffer is.

Zie je het verschil tussen het fysieke ongemak van de dorst zelf, en het lijden dat ontstaat uit de spanning tussen die dorst en het virtuele, in de toekomst geprojecteerde lessen van die dorst?

Ja, ja… wat een gedoe! Wat een inwendig circus dat wordt opgevoerd!

Zie je hoe vernuftig een verlangen werkt? Hoe het lijden kan genereren als je niet oppast? Laat ons het nog eens overlopen, want dit is echt heel interessant. Het systeem werkelijk doorgronden laat ons toe het los te laten.

Eerst is er fysiek dorst. Een onaangenaam gevoel. Het is een signaal van het lichaam dat er water nodig is. Elk onaangenaam gevoel dat het lichaam voortbrengt is een waarschuwingssignaal. Het heeft dus altijd een functie, een betekenis, en die wordt op een directe manier –voorbij woorden- begrepen. Je moet geen bioloog of dokter in de geneeskunde zijn om te weten wat dat signaal betekent, zelfs de meest eenvoudige organismen reageren er op.

Maar laat ons nog even bij het gevoel van de dorst zelf blijven, los van de betekenis en functie ervan. Als daaraan geen virtueel ik wordt toegevoegd, wat puur een gedachte is natuurlijk, wordt die onaangename prikkel geen lijden, want er is niemand die lijdt. Het is gewoon een onaangename prikkel.

Dan wordt er een gedachte toegevoegd: een beeld, een soort droom of visioen, waarin het ophouden van de onaangename prikkel wordt voorgespiegeld in een nabije toekomst. Deze gedachte aan het ophouden van de dorst zou in principe een goed gevoel zijn, maar de spanning, de wrijving tussen het in de toekomst geprojecteerde beeld van het lessen van de dorst en de dorst nu wordt ervaren als lijden. Het lijden is de spanning tussen wat is, en wat volgens “mij” zou moeten zijn. Die kan alleen ervaren worden als we een virtueel personage oproepen, dat ontevreden is over wat is, en zich voorstelt wat het zou moeten zijn. Een personage dat permanent is, in heden en toekomst voorkomt, en dus de spanning tussen beide ervaart.

Dat is interessant! Als we de dorst gewoon laten zijn, direct voelen, is het geen lijden. Hij wordt op twee manieren in lijden omgezet: ten eerste door iemand te veronderstellen, die de dorst heeft, die eronder lijdt. Ten tweede door de gedachte te koesteren dat dat onaangename gevoel, en/of dat lijden er niet zou mogen zijn. De mogelijkheid, dat de dorst er niet is, wordt opgevoerd in een mentaal beeld waarin de dorst opgehouden is, of waarschijnlijker nog, wordt gelest. De spanning tussen de dorst en het virtuele beeld van het lessen van die dorst is ook lijden.

Als we het beeld van het drinken niet onderhouden, laten voorbijgaan, zal er een belangrijk deel van het lijden verdwijnen. Als we de illusie loslaten dat er een ik is die dorst heeft, zal de rest van het lijden oplossen. Er is dan nog het eenvoudige signaal, dat onaangenaam is, maar er is niemand die het persoonlijk neemt, het is dan inderdaad gewoon een signaal geworden. Het is dan gewoon energie, nu. Het is zoals de werkelijkheid zich hier en nu manifesteert. Dat is wat ik ben.

Maar wat is er eerst? Het ik-gevoel, dat dan eist dat de dorst gelest zal worden, door een onbevredigend nu met een toekomstige ideale situatie te confronteren, of is er eerst het ideaalbeeld dat wringt met de realiteit nu, en roept die wrijving het ik-gevoel op als slachtoffer hiervan?

Uitstekende vraag! Ga diep in heldere aandacht en kijk zelf.

In ieder geval is er een gevoel van een apart zelf nodig, dat doorheen de tijd blijft bestaan, een zelf dat nu de dorst ervaart, en dat binnen een paar uur het lessen zal ervaren. In werkelijkheid is er nu dorst, en niemand die die dorst ervaart of er het slachtoffer van is. Eveneens nu is er het lessen van de dorst, dat een aangename prikkel is, maar waarvan ook niemand de genieter is, er is gewoon een aangenaam gevoel. Enkel door een gevoel van een blijvend zelf, dat slachtoffer of genieter is, en het idee van tijd kan er een spanning tussen beide momenten worden ervaren. In werkelijkheid is elk nu absoluut. In werkelijkheid is er geen persoonlijk vast zelf, dat van heden naar toekomt blijft bestaan, achter de ervaringen.

Wanneer een verlangen niet kan worden bevredigd, maar ook niet wordt losgelaten, ontstaat frustratie. Ik ken een paar schitterende voorbeelden van mensen die ernstige fysieke handicaps hebben en toch perfect gelukkig zijn. Het geheim is het volgende: het idee loslaten, dat het eigenlijk anders zou moeten zijn. Als je geen benen meer hebt, en toch het idee blijft onderhouden, dat je eigenlijk benen zou moeten hebben, zal dat je leven vergallen. Wanneer je dat idee loslaat, getuigt dat niet alleen van een diep doorzicht en een grote wijsheid, dan staat niets je geluk in de weg.

Hetzelfde geldt voor de kleinste probleempjes van het dagelijkse leven. Ik laat ’s morgens mijn paraplu staan op de trein. Wanneer ik de hele dag blijf denken dat dat niet had mogen gebeuren, dat ik eigenlijk mijn paraplu nog zou moeten hebben, ben ik de hele dag geïrriteerd. Als ik dat loslaat en me meteen schik in de nieuwe realiteit, dat ik die paraplu nooit meer zal zien en dat ik straks misschien helemaal nat zal worden, is er geen enkele ergernis. Wanneer we zen beoefenen zullen we steeds meer en steeds dieper op deze manier in het leven staan. Het diepe geluk, dat onze natuur is, zal niet meer verstoord worden.

Anders gezegd: als je de realiteit aanvaardt zoals ze is, is er geen spanning meer tussen de realiteit en het imaginaire beeld “hoe het zou moeten zijn”.

Ja dat is waar. Maar wanneer dat aanvaarden zich voordoet, kijk dan eens wat er precies gebeurt.

Hoe bedoel je?

Is het het “ik” dat aanvaardt of is het “ik” er even niet en gebeurt er gewoon wat er gebeurt? Volgens mij is ware helderheid ik-loos, en als er geen ik aanwezig is, is er volkomen aanvaarding.

Dus zolang er een ik-gevoel is, is het aanvaarden niet compleet en is er nog een vorm van lijden?

Ja. Een ik-gevoel, in de zin van identificatie, IS de weerstand.

Maar in vele gevallen is dat beeld en dat verlangen toch wel goed? Neem nu iemand die wel nog benen heeft, maar opnieuw moet leren lopen, na een coma bij voorbeeld. Dan kan de onvrede met het niet-kunnen-lopen, anders gezegd het verlangen om weer te lopen toch juist de kracht en het doorzettingsvermogen genereren om die mogelijkheid te realiseren? En dat kan dan toch veel voldoening geven?

Zeker! Het is absoluut geen oproep tot passiviteit of luiheid. Om je laatste voorbeeld verder uit te werken: wanneer die persoon elke dag opnieuw, na een kleine vordering gemaakt te hebben, zijn huidige conditie vergelijkt met het ideaalbeeld dat bereikt moet worden, en zich daar op fixeert, zal hij of zij snel ontmoedigd worden. Ook hier is dus een leven in het moment belangrijk, één met de situatie zoals ze is. Anders kunnen frustratie en wanhoop je verlammen. Een toekomstvisie gebruiken we dus best als een hulpmiddel, wat het ook is natuurlijk.

De beste samenvatting van de ultieme wijsheid op dit gebied vind ik het volgende gebed van Reinhold Niebuhr:

“Geef me sereniteit om te accepteren wat ik niet kan veranderen,
moed om te veranderen wat ik kan veranderen,
en wijsheid om het verschil tussen beide te zien.”


18. Aandachtige observatie van beslissingen.

Nog een laatste heet hangijzer. Je kan in alle openheid helder zien dat gedachten, emoties, herinneringen en verlangens komen en gaan zonder dat er een persoon mee gemoeid is. Maar zo gauw er een beslissing wordt genomen – en er worden voortdurend beslissingen genomen – is er een heel sterke neiging om een persoon achter die beslissing te veronderstellen; een persoon die die beslissing heeft genomen. “IK heb dat toch beslist! IK heb toch een vrije wil! Dat er beslissingen worden genomen, is het bewijs dat er een beslisser bestaat die in alles het laatste woord heeft!”

Je gaat nu zeggen dat er geen beslisser is, dat er beslissingen vallen zonder dat er iemand beslist… en dat ik word uitgenodigd om helder en aandachtig te observeren wat er precies gebeurt, en dan zal duidelijk worden voorbij elke twijfels dat het altijd zo geweest is…

Precies. Er gaan weer mensen klagen dat jij alles te snel begrijpt – ze voelen zich dan gefrustreerd omdat ze het gevoel hebben dat ze achterblijven.

Als ze dat nauwkeurig en aandachtig observeren, zullen ze merken dat er eenvoudigweg frustratie wordt waargenomen, en dat zij niet gefrustreerd zijn!

Klopt, maar probeer nu ook weer niet te slim uit de hoek te komen… Laat ons terugkeren naar de beslissingen. Vertel jij het maar, als je het allemaal toch zo goed begrepen hebt.

Ok. Eender wanneer, in mijn dagelijkse leven, kan ik aandachtig observeren wanneer er beslissingen vallen. Ik gebruik de basisstrategie. De normale attitude is: “ik neem/nam een beslissing”. Ik kan het ook zien als “er komt een beslissing op in mij” of nog beter, zonder referentie naar een “ik”, als “er valt een beslissing”. Dat lijkt me nu toch heel abstract. Gedachten komen op zonder denker, ok, en emoties, zonder iemand die ze heeft, maar een beslissing die wordt genomen zonder “ik”? Dat lijkt moeilijk verteerbaar. Er moet toch iemand zijn die, ja, … beslist?

Laat ons eens helder kijken hoe het werkt. (Staat even op en neemt iets uit een kast).

Meer eerst tijd voor een vieruurtje! Ik heb nog wat chocolade hier. Wil je melkchocolade, of donkere?

Donkere, graag!

Dat was en snelle beslissing! Wie heeft die genomen?

Ik, natuurlijk…

Dan weet je waarschijnlijk ook waarom je voor de zwarte bent gegaan?

Ja, ik kies altijd voor donkere chocolade, ik eet niet graag melkchocolade.

Dus dan was dat zojuist niet echt een beslissing?

Hoe bedoel je?

Als je liever donkere eet, is het niet echt een beslissing om daarvoor te kiezen op het moment dat ik je de twee soorten aanbied…

Wel, nee dat is waar, die voorkeur was er al.

Waarom heb je gekozen om donkere chocolade lekkerder te vinden?

Dat heb ik niet gekozen, dat is gewoon zo…

Dat is gewoon zo, ik begrijp het.

(stilte)

Ja, misschien is dat door bepaalde jeugdherinneringen, of mogelijk is het wel genetisch bepaald, ik weet het niet.

Heel goed. Maar waar is er nu eigenlijk een beslissing gevallen?

(Enigszins verbijsterd – denkt na) ja, eigenlijk was er dus nooit echt een beslissing, ik heb nooit echt ergens iets gekozen… misschien is dit geen goed voorbeeld hoor.

Dat zou wel eens kunnen!

Ja, want het is natuurlijk maar een dwaas voorbeeldje, misschien moeten we een belangrijke beslissing als voorbeeld nemen.

In orde. Je bent een aantal jaar geleden getrouwd, dat was een belangrijke beslissing!

Dat lijkt me een beter voorbeeld!

Dus laat ons zeggen dat je beslist hebt te trouwen met A.

Ja, ik wilde daarmee trouwen…

Maar heb je ervoor gekozen om te willen trouwen met haar?

Nee, dat kwam gewoon op, ik was verliefd…

Heb je ervoor gekozen, verliefd te worden?

Nee, dat gebeurde vanzelf.

Waar is dan je beslissing geweest?

Wel, na een paar jaar hebben we toch alles op een rijtje gezet, vastgesteld dat we echt wel bij elkaar passen, en op zeker moment hebben we dan beslist, ja, dan is er de beslissing gevallen…

De beslissing is gevallen?

Ik bedoel: we hebben ze genomen.

Er zal zeker op een bepaald moment een knoop zijn doorgehakt, dat wil ik gerust geloven. Maar was dat niet een kwestie van oorzaak en gevolg? Een logische, stapsgewijze ontwikkeling? Wanneer een rivier op een bepaald moment overstroomt, is dat dan omdat ze op dat moment beslist te overstromen? Als je het geheel ziet, zie je een naadloze, ongescheiden realiteit… en ook breekpunten, kantelmomenten, beslissingen maken daar deel van uit. En ja, op een bepaald moment gingen gedachten een kleine analyse maken, en kwamen die tot de conclusie dat een huwelijk wel aangewezen was, gezien de informatie waarover ze beschikten, inbegrepen de emotionele kant van de zaak, en het archief van de herinneringen…

Dus er valt een beslissing, en we verpersoonlijken dat?

Stroomt een rivier haar water? Of is er een stromen van water, en noemen we dat een rivier?

Bedoel je dat ik geen vrije wil heb?

Nee, ik bedoel dat er geen wezenlijk ik is dat een vrije wil zou kunnen hebben, dat is iets heel anders.

Ben je dan determinist?

Nee, dat zijn allemaal concepten. Luister. De vrije wil is een begrip uit het Christendom. Het heeft ook alleen binnen dat kader zin. Waarom? Omdat er een almachtige God wordt vooropgesteld, en een ziel die daaraan dus ondergeschikt is. Aangezien God almachtig is, is hij ook verantwoordelijk voor de zonden die die ziel begaat, tenzij die ziel natuurlijk toch een zekere vrije wil zou hebben, zodat zij verantwoordelijk is voor de zonden en niet God. Moest de mens geen vrije wil hebben, zou het begrip van zonde en goed en kwaad, ethiek zeg maar, geen enkele betekenis meer hebben. Daarom dat die aparte ziel, eens verondersteld, wel over een vrije wil moest beschikken.

En dan?

In het Boeddhisme hangen we dat dualistische wereldbeeld God/mens niet aan. Diep schouwen in het bestaan toont ons de fundamentele niet-gescheidenheid. Anders gezegd, het toont ons dat er geen aparte ziel bestaat, dat het gevoel van een afgescheiden ik in een wereld virtueel is. Wie zou er over vrije wil beschikken, of wie zou er geen hebben?

Maar…. eh… maar…

Ok, gooi het eruit, geef dan een voorbeeld van een beslissing die je hebt genomen met die vrije wil van je waar je zo trots op bent, en die zo’n belangrijk element is van dat onovertroffen zelfgevoel..

Wel… ik heb beslist om dit jaar een weekje op vakantie te gaan naar de Provence.

Waarom?

Wel, ik had daar zin in, en mijn vrouw ook; we konden het betalen, en hadden de gelegenheid om samen vakantie te nemen, dus hebben we beslist te gaan.

Maar heb je beslist om zin te hebben? Heb je beslist om voldoende geld te hebben? Om tijd te hebben?

Nee; natuurlijk…

Zolang er gewoon zin is in iets, en dat kan, is het niet echt een beslissing.
Als er zin is in iets, en het kan niet, is er ook geen beslissing.
Wanneer er moet gekozen worden tussen twee dingen die fijn gevonden worden, wordt er automatisch afgewogen wat de voorkeur heeft.
Wanneer er moet gekozen worden tussen twee dingen die allebei onaangenaam zijn, wordt er automatisch gekozen voor dat wat het minst onaangenaam lijkt.
Wanner het complexer is, en er niet alleen persoonlijke belangen meespelen, maar ook die van anderen, en financiële, ethische, esthetische, ecologische en wie weet welke andere motieven, dan is er een soort van strijd tussen allerlei argumenten, die spontaan en zelfloos afloopt, en waar na afloop het zelfgevoel opduikt en zegt: IK heb dat gekozen!

Maar als er helder observeren is, zie je hoe het hele proces gewoon afloopt als een wekker…

En als er geen beslissing valt?

Dan is er gewoon twijfel, en niemand die twijfelt en onbeslist is..

Dus is er nooit een ik dat een beslissing neemt?

Vraag dat niet aan mij, kijk zelf. Uiteindelijk is dit niet een van de moeilijkste, maar een van de gemakkelijkste horden om te nemen.

Maar niemand neemt ze.

Je neemt me de woorden uit de mond.


19. De getuige.

Dus alles wat ik meende te zijn ben ik niet… ik ben gewoon het bewustzijn dat alles gadeslaat…

Zelfs al is het niet de uiteindelijke realisatie, het is een waardevolle stap! Dit is inderdaad een diep inzicht dat voortkomt uit de intuïtie dat wat ik werkelijk ben niet het lichaam is, noch de gedachten, emoties enzovoort, maar eerder de getuige van dit alles. Een puur bewustzijn van. Ik noem het bewustzijn van ter onderscheid met het nonduale bewustzijn waar we zo dadelijk op uit komen. Hoeveel mensen die stilaan een dagje ouder worden vertellen je niet dat ze zich zo oud niet voelen? Dat ze zich dezelfde voelen als vroeger? Het lichaam veroudert en berokkent ongemak in vele gevallen, dat is zo, maar ze identificeren zich er blijkbaar niet mee. De intuïtie zegt hier dat wat ik ben eerder het bewustzijn is, dat tijdloos is en niet veroudert, maar zich bewust is van de veranderingen in lichaam en geest. Natuurlijk trekken de meeste mensen niet de uiterste conclusie uit deze ervaring.

Je zegt steeds “eerder”, dat wat ik ben eerder de getuige is dan alles wat wordt waargenomen.

Ja, vergeet niet dat elke zin die zegt “ik ben …” een gedachte is, een definitie. Door de positie van de getuige, van de open, keuzeloze aandacht terug te vinden en zo helder te observeren, kunnen we steeds opnieuw allerlei identificaties loslaten. In vele gevallen blijft dan als laatste identificatie het bewustzijn zelf over, de getuige. Daarmee hangt het laatste onderscheid samen: dat tussen bewustzijn en verschijnselen, ofwel subject en object. De intuïtie zegt dan: “en van die twee ben ik het subject, de getuige.” Maar ook de identificatie met de getuige is een concept. De drang tot identificatie zit er nu eenmaal diep in; en zo lang we daar niet mee afgerekend hebben, is het beter, juister en doeltreffender om ons te identificeren met de getuige. Toch is het niet het uiteindelijke inzicht, en het is ook geen noodzakelijke stap volgens mij, alhoewel het geen slecht tussenstation is – als je er maar niet in blijft hangen.

In ieder geval is het terugvinden van de getuige, het bewust worden van het bewustzijn, een belangrijke stap omdat zolang het bewustzijn een blinde vlek blijft, die blinde vlek een hindernis vormt om echt te ontwaken.

Waarom is het bewustzijn een blinde vlek?

We zijn altijd zo erg bezig geweest met het herkennen van voorwerpen en hun functie, en we gaan dan zo op in hun verhaal… dat is een stoel, die heeft vier poten, ik kan erop zitten, die is gemaakt van hout, ik heb die gekocht in de winkel achter de hoek… we gaan zo op in WAT we waarnemen dat we niet stil staan bij het allereerste, allerbelangrijkste: DAT we waarnemen. Dat basisniveau van ons bestaan terugvinden is essentieel. Juister gesteld is het de basis van HET bestaan, eerder dan van ONS bestaan. Het is ook niet ik, of toch niet mijn “kleine ik” dat waarneemt, er wordt waargenomen. Eens we beseffen DAT er wordt waargenomen, is WAT er wordt waargenomen van ondergeschikt belang. WAT wordt waargenomen zal trouwens altijd vergankelijk zijn, onbestendig, ongrijpbaar… WAT wordt waargenomen heeft niet dezelfde realiteit als DAT er wordt waargenomen.

Voor alle duidelijkheid: wanneer ik zeg “er wordt waargenomen” suggereert dat het bestaan van een getuige/waarnemer/subject die waarneemt; deze formulering veronderstelt een waarnemer en een waargenomene. Dat is een beperkte visie, maar het is deze visie die we nu even innemen en bespreken om pedagogische reden.

In ieder geval: zolang we de dimensie van bewustzijn niet duidelijk herkend en erkend hebben, zullen we niet ophouden voortdurend verward te zijn over wie of wat we zijn. Pas als het bewustzijn zich duidelijk bewust is van zichzelf zal de identificatie met gedachten, emoties enzovoort losgelaten worden. Pas dan zal het ik-gevoel doorprikt worden: want anders blijven we steken in “maar ik zie toch? Ik hoor toch? Dus ben ik er toch”. Inzien dat het een onpersoonlijke getuige is die ziet, hoort… bevrijdt ons hieruit. Wanneer we ons echt vestigen in de getuige, kunnen we vervolgens diep inzien dat we ook dat niet zijn, niet alleen omdat de identificatie met een getuige maar een gedachte is; bovenal omdat ook de idee dat er iets is dat zich bewust is van iets anders een gedachte is! Deze gedachten zijn overblijfselen uit een wereldbeeld waarin we lang leefden, namelijk de gedachte dat ik als individu rondloop in een wereld, die ik waarneem. Maar nu loop ik vooruit: je ziet dat zelfs verschillende stadia in inzicht niet te scheiden zijn.

Wat je zegt over het eerst zich vestigen in de getuige, om dan elke identificatie ermee te doorprikken, doet me denken aan het onderricht, dat we ons lichaam helemaal moeten bewonen vooraleer we elke identificatie ermee kunnen opgeven…

Dat is zeer juist: het gaat telkens om het helder belichten van alle aspecten van ons bestaan; dingen die niet klaar en duidelijk gezien worden, blijven blinde vlekken die een loslaten, een desidentificeren verhinderen. Ik denk dat dat een van de basisprincipes is van spirituele ontwikkeling. Veeg niets, maar dan ook niets onder de mat!

Hoe kunnen we ons vestigen in bewustzijn, in de getuige?

Alles wat we tot nu tot beschreven hebben leidt daartoe. Wanneer we alle valse identificaties met verschijnselen doorprikken blijft dikwijls de getuige over. Een tijdloze, dimensieloze, onpersoonlijke toeschouwer, een bewustzijn van. Dan wordt duidelijk dat wat ik werkelijk ben, niet “iets” is, geen verschijnsel. Maar zoals ik al zei: ook het onderscheid tussen getuige en verschijnselen, anders gezegd het onderscheid tussen subject en object is een laatste dualisme, een laatste illusie, die instort… Het bewustzijn van blijkt dan een bewustzijn zonder meer te zijn. Dat is de reden waarom in de Platformsoetra de spiegelmetafoor, hoe nuttig ook, uiteindelijk wordt gedeconstrueerd, opgeblazen… het onderscheid tussen bewustzijn en waargenomen wereld is niet meer dan een gedachte en daarom sneuvelt ook dit concept als je ophoudt doorheen de gedachten te kijken…


20. De Ene Geest.

En hoe gebeurt dat dan?

Hoe gebeurt alles? Vanzelf. Het is een Copernicaanse omwenteling in de manier waarop we onszelf en de wereld beleven. Gevestigd in het nonduale bewustzijn, met andere woorden het bewustzijn dat niet gescheiden is van zijn inhoud, wat we in de zen de Ene Geest noemen, vinden we ons fundamentele geluk, onze diepe vrede terug. Zij zijn niet afhankelijk van omstandigheden, van WAT er verschijnt…. en ze zijn in wezen natuurlijk ook niet ons geluk en onze vrede, maar simpelweg geluk en vrede…

Klinkt toch abstract…

Het is heel concreet, veel concreter dan al je gedachten over het bestaan… in plaats van de realiteit te zien als een wereld én een bewustzijn van die wereld, zie je nu dat dat twee aspecten van één proces zijn (elk woord schiet natuurlijk te kort); en dat is wat je altijd al was.

In sommige tradities wordt het sneuvelen van de subject-object dualiteit als laatste beschreven, alsof het om een laatste illusie zou gaan, maar dat hoeft niet zo te zijn. Van in het begin is alles duidelijk wanneer je een geluid hoort, en jezelf niet verliest in de concepten die het denken erbij fantaseert. Ik zeg dat voortdurend. Het denken zegt misschien dat ik in herhaling val, maar de diepere intuïtie werkt zo niet, die kent geen tijd of herhaling (daarom dat een symfonie veel meer herhaling bevat dan een roman, en sacrale muziek meer herhaling dan symfonische…).

Natuurlijk ontlenen we ons wereldbeeld aan de dagdagelijkse wereld die we kennen. Er rijdt een auto voorbij. Ik zit hier binnen in huis en hoor de auto. Daar heb je dus je subject en je object. Voor een huis-tuin-en-keukensituatie werkt dat model bevredigend natuurlijk, maar als we echt diep ingaan op het wezen van de werkelijkheid, van ons bestaan, dan kunnen we hier niet veel meer mee doen. Want, zoals Bassui altijd vroeg: “Wie is degene die hoort?” Wanneer we geen rationeel antwoord geven maar dieper ingaan op het horen zelf, ons storten in de beleving, in de ervaring van het horen zelf, dan vinden we geen hoorder en gehoorde, er is alleen “tuut” of “biiing” of wat dan ook, en geen ik die dat hoort en geen ding dat geluid maakt. Als we echt in de ervaring duiken wordt dat zonneklaar. Vandaar dat in veel boeddhistische (en andere) teksten steeds weer ons bestaan met een droom wordt vergeleken: er zijn beelden, geluiden en wat allemaal nog, maar er is niet iemand die ze hoort, en er zijn geen objecten die worden waargenomen. Er is alleen de droom. Alleen bewustzijn dat de vorm aanneemt van alle verschijnselen, zoals het water de vorm aanneemt van de golven.

Waarom lijkt die droom dan zo echt?

Ten eerste omdat het alles is wat er is! En ten tweede omdat het denken alles voortdurend benoemt en we voortdurend in het denken verblijven. Zo verleent het denken de droom een schijnbare echtheid. Misschien kan ik het als volgt formuleren: wanneer je echt ophoudt je bestaan doorheen je denken te bekijken, voelt dat aan als een ontwaken uit een droom –een droom waarin het individu en de wereld “echt” zijn; er is een ontwaken tot de directe levende realiteit, de stroom van zijn (zal ik het maar even noemen) die, hoewel echter dan alles wat tevoren ervaren werd, als een ongrijpbare, onbestendige en jawel, illusoire droom is. En er is natuurlijk niet iemand die ontwaakt, het is de droom dat er iemand was, waaruit ontwaakt wordt… In de mate dat dit ontwaken zich realiseert op elk moment is er een volkomen bevrijding, een openen van het hart, een loslaten van elk voorbehoud, en een opwellen van een diepe bekommernis om alle mensen.

Kan je geen methode aanreiken om dat te zien?

Een heel goede methode, die elke methode overstijgt, is het diep doordringen in wat je een heilige vraag zou kunnen noemen. Een vraag die je jezelf stelt en die je voert naar de directe dimensie voorbij elk weten. In de zen noemen we dat een koan. Een voorbeeld is de koan van Bassui: “Wie hoort er?” Andere voorbeelden zijn “Wat is dit?” of het “Wat ben ik?” van Ramana Maharshi. Daarmee leven. Vergis je niet, het antwoord is altijd duidelijk geweest, het is maar omdat je zo in je concepten opgaat, dat het je ontgaat, weeral als een blinde vlek. Hoe zou je een geluid horen als dat geluid van je gescheiden is, als jij en een geluid twee verschillende dingen zijn?

Voor mensen die geen zen of een ander spiritueel pad beoefenen lijkt dit natuurlijk waanzin…

Natuurlijk, omdat ze uitsluitend vanuit het denken kijken. Ze krijgen de indruk dat je de wereld waar ze zo vertrouwd mee zijn, en die de enige is waarvan ze weet hebben, ontkent. Ze zijn zich niet bewust van de mate waarin deze wereld een gedachtenconstructie is. Zen ontkent dit niveau niet op zich, maar wijst op het bestaan van een meer fundamentele (maar totaal ongrijpbare) realiteit, en daarvoor keldert het al je illusies, al je concepten. We kunnen het niet genoeg zeggen: lezen of spreken over zen is ook belangrijk, maar het is geen zen als je je door deze woorden niet laat katapulteren voorbij elk begrip, voorbij elke taal.

Maar laat ons een experiment doen. (Staat op.) Kijk, ik kietel je op de rug van je rechterhand met een veertje; ik prik met een naald in de top van je linker pink; ik leg een ijsblokje tegen je wang. Voel je dat?

Hihi… auw! … brrr…

Hoe ervaar je dat?

Wel… het zijn drie heel verschillende ervaringen… op heel verschillende plaatsen van mijn lichaam…

Juist. Nu vertel je me over de inhoud van de ervaring: kietel, prik, koud… Maar doe nu eens in zekere zin een stapje achteruit, en in plaats van je te richten op de verschillen in de ervaring, richt je je op de overeenkomst.

Overeenkomst… bwa, ik weet het niet.. tenzij… ah ja, ik zie het: het zijn allemaal tactiele gewaarwordingen! Het zijn allemaal gevoelens van de huid…

Precies! Zie je hoe je van perspectief bent veranderd, en hoe dingen die eerst een veelheid leken, uiteindelijk een eenheid bleken?

Ja, ja…

Luister nu naar de geluiden. We horen auto’s voorbij komen, trams. Er zijn stemmen op straat, je hoort mijn stem, de klok tikt… een veelheid aan verschijnselen, toch?

Juist… maar als ik niet in het onderscheid ga… is het allemaal geluid…

En alles wat je ziet hier in de kamer…

Is ZIEN!

Zet nu nog een spreekwoordelijke verdere stap achteruit. Wat is de gemeenschappelijke grond van alles wat je voelt, hoort, ziet, ruikt, proeft…? Antwoord niet te snel, ga diep in de ervaring.

(stilte)

Ja…. Het is allemaal ervaring, beleving, bewustzijn…

en alles wat je innerlijk in je geest beleeft van gedachten, emoties, herinneringen, verlangens..

Ook…

En is er iemand of iets dat zich bewust is, los van dat bewustzijn dat al die vormen aanneemt?

(Lange stilte)

Nee. Er is wel de gedachte “ik hoor dit” en “ik zie dat”, maar ook die gedachten heb ik ondertussen geleerd als gedachten te zien… ook zij zijn bewustzijn dat vormen aanneemt…

Dus…

alles is hetzelfde ene bewustzijn dat alle vormen aanneemt…

En jij bent?

… dat bewustzijn… het geheel…. en jij ook!

En waar is dat geheel?

Hier…

En wanneer is dat?

Nu…

Is het ooit anders geweest? Ben je ooit gescheiden geweest? Ben je ooit alleen geweest? Ben je ooit geboren? Zal je ooit sterven? Is er ook maar iets dat je nodig hebt? Is er ook maar iets dat je niet bent? Is er ook maar iets dat je geluk kan verstoren?

(stilte)

Waarom kom je hier nu pas mee af? Ik heb het gevoel dat hiermee alles gezegd en gedaan is…

Je moet er klaar voor zijn. Daarom is er beoefening, zoals we besproken hebben. Die loopt altijd door. Stel nu dat iemand van de lezers, die er nog geen gewoonte van heeft gemaakt om voortdurend terug te keren naar de levende stroom van zijn, deze oefening probeert, dan zal er hoogstwaarschijnlijk geen diep, werkelijk, nonduaal inzicht volgen. Want dan zullen concepten op concepten gestapeld worden en dan zal er de illusie zijn, dat er hier iets verstandelijk wordt aangetoond. Misschien heeft die lezer dan zelfs de illusie dat hij of zij iets begrepen heeft! Maar wat we hier zojuist deden was precies het laten vallen van elk resterend begrip…


21. Panorama.

Dus ik loop op straat of ik zit in de trein of poets of eet mijn ontbijt of praat tegen mensen of werk op de computer, en op dat moment, op elk moment is er een open observeren van het ganse panorama van verschijnselen: ademhaling, lichamelijke gewaarwordingen, geluiden, reuk, smaak, visuele waarnemingen, gevoelens van aangenaam of onaangenaam, gedachten, emoties, gemoedsgesteldheden, herinneringen, verlangens, beslissingen… en dat zijn allemaal verschijnselen die verschijnen en verdwijnen, komen en gaan… dat is het panorama hier en nu, de levende realiteit, de stroom van zijn…

En dat is altijd zo geweest…

Zonder dat er ook maar één min of meer reële grens is tussen de verschijnselen die tevoren als ik, en zij die tevoren als “niet ik” werden beschouwd…

Juist…

Al die verschijnselen komen op in dezelfde ruimte, of zoals je wil, verschijnen aan dezelfde getuige…

Maar uiteindelijk wordt duidelijk, wat eigenlijk al altijd duidelijk was,…

Dat die verschijnselen op geen enkele manier gescheiden zijn van de ruimte, of van de getuige…

Zodat er geen enkele, maar dan ook geen enkele gescheidenheid overblijft, of beter gezegd: zodat blijkt dat elke gescheidenheid altijd al een complete illusie was…

Het is eigenlijk heel eenvoudig.

Het is altijd zo geweest.

En toch: steeds opnieuw wordt het bestaan doorheen de bril van het denken gezien, zodat het lijkt alsof er een IK is, een afgescheiden persoontje dat zich in een buitenwereld bevindt… dan verschijnt er een existentiële angst, onzekerheid… en dan heeft dat IK de neiging die te verdringen, en om, op zoek naar zekerheid, zich aan allerlei dingen en ideeën vast te klampen…

Altijd maar opnieuw trappen we in die illusie, dat is waar… maar we kennen steeds beter de uitweg, de poortloze poort waar we door kunnen gaan om te ontwaken uit de droom van gescheidenheid…

Terugkomen naar het voelen van lichaam, ademhaling, handelingen… in het zien en het horen gaan. Voortdurend terugkeren naar de directe ervaring hier en nu. Niet gericht op WAT er gebeurt, niet analyseren, niet in het denken gaan, maar in het voelen, zien, horen zelf gaan.

Niet blijven steken in concentratie, in rust. Helderheid cultiveren. Helder kijken naar alles wat je meende te zijn als persoon. Het lichaam, de gedachten, de emoties, verlangens, beslissingen. Er het onpersoonlijke, ongescheiden karakter van zien. Diep inzien dat er alleen NU is. De getuige terugvinden, de spiegel waarin alles verschijnt, de ruimte van het bewustzijn waarin alles zich afspeelt. Diep ervaren dat het bewustzijn niet gescheiden is van de verschijnselen…

Besef goed dat dit allemaal tips zijn, hulpmiddeltjes om illusies te doorzien. Als alles helder is zijn er geen woorden nodig. Zie deze suggesties dus niet als een beschrijving van het bestaan – het zijn enkel maar wegwijzers die je kunnen helpen de uitgang van de droom te vinden.


Luc De Winter, Ho Sen Dojo, 25 december 2017
© Luc De Winter 2017