Gesprekken over Zen II

Zen en verlichting

1 oktober 2017


1. Over verlichting, geluk, en wie of wat we werkelijk zijn.

Wat bedoelt men met verlichting of ontwaken ?

In de zen en in het boeddhisme betekent verlichting of ontwaken:
het ontmaskeren van de illusies die we hebben over de fundamenten van ons bestaan.
Die illusies zijn hardnekkig en moeilijk te corrigeren omdat ze al lang in ons systeem zitten.
Daarom zorgen ze voor ernstige problemen.

Dat klinkt nogal prozaïsch… ik dacht dat verlichting ging over het contact met een hogere werkelijkheid, of over het bereiken van een extatische toestand…

Als mijn antwoord je teleurstelt is het omdat je de draagwijdte van de illusies niet beseft. Je hebt geen idee in welke mate ze je gevangen houden. Daarom onderschat je ook de bevrijding die zich realiseert wanneer die illusies ophouden je leven te bepalen. Verlichting gaat dus niet over iets verwerven maar over iets verliezen. Het gaat erom, door inzicht een denkbeeld los te laten dat je leven moeizaam en ongelukkig maakt.

Maar wat win je dan door verlichting?

Verlichting gaat niet over iets winnen. Het idee, dat je iets nieuws moet verkrijgen om gelukkig te worden, is een mooi voorbeeld van de illusies waar ik het zojuist over had. Je hebt niets buiten jezelf nodig om gelukkig te zijn.

Je wordt gelukkiger?

Zeker.

Dan verkrijg je toch iets?

Laat ons zeggen dat het inherente geluk dat er al is zich gaat manifesteren. Waarom? Omdat datgene wat het geluk verhinderde om zich te tonen, om werkelijk te gaan stralen, wordt losgelaten.

Maar er is toch iets hogers dan onszelf?

Ik begrijp waarom je het zo zegt maar ik zal het wat anders formuleren. Uit je vraag blijkt dat je je “zelf” als iets beperkts ziet. Misschien vergis je je daar wel in. Ons “zelf” zoals we het gewoonlijk zien, namelijk die verzameling van lichamelijke en karakteriële eigenschappen en herinneringen, is iets beperkts, ja. Maar is dat beperkte kleine zelf wel echt wat we zijn? Is dat wel ons échte zelf, of zoals we het in de zen noemen: onze ware natuur? Het is juist het zien, het ontdekken van onze ware natuur dat we verlichting noemen.

Dan is dat ware zelf toch meer, beter, hoger, dan het kleine zelf? En dat moeten we dus proberen te bereiken?

De ware natuur – of grote zelf, als je wil – moet je niet proberen te bereiken. Die is er al, dat bén je al. Wat je kan doen is je bevrijden van de illusies dat je die niet bent, dat je ervan bent gescheiden.

Vergelijk het met iemand die al zijn hele leven rondloopt met een zwaar gewicht op de rug zonder zich daar bewust van te zijn. Hij heeft ergens wel het gevoel dat er iets niet juist zit maar hij vergist zich in de oplossing. Hij meent iets te moeten toevoegen, iets te moeten vinden, en kijkt overal rond op zoek naar iets dat zijn onaangename gevoel kan compenseren. In werkelijkheid heeft hij iets teveel, iets dat hij meedraagt als een parasiet. Het is precies dat zelfbeeld, dat beperkte beeld van het menselijke bestaan, dat het gewicht is, de illusie die doorprikt dient te worden…

Ik begrijp toch niet goed wat die illusies precies allemaal zijn…

Het gewicht dat de man meezeult, is het gevoel van een wezenlijk apart zelf te zijn, of te hebben. Dat is wat ons leven moeilijk maakt.
Anders gezegd: de fundamentele illusie die een waar geluk in de weg staat is de illusie van gescheidenheid. Die uit zich in de eerste plaats als het gevoel dat ik een afgescheiden individu ben dat tegenover een buitenwereld staat; een buitenwereld die natuurlijk ook andere individuen omvat.
Vervolgens meent dat virtuele individu dan dat het van alles nodig heeft, van alles moet bereiken of verwerven om gelukkig te zijn. Zo stapelen de illusies zich op!

Maar we zijn toch ook allemaal individuen? We zijn toch allemaal verschillend, met onze verschillende interesses, verschillende voorgeschiedenis, verschillende noden…?

Dat is waar, geen twee lichamen zijn dezelfde. Geen twee persoonlijkheden zijn dezelfde. We hebben een verschillende naam. Iedereen heeft zijn eigen herinneringen, zijn eigen perspectief, zijn eigen emotionaliteit en gevoeligheden, enzovoort. Maar ben ik echt dat lichaam? Ben ik die persoonlijkheid? Ben ik die naam? Ben ik die herinneringen? Ben ik die emoties? Ben ik die gevoeligheden?

We zeggen inderdaad ”Ik ben één meter drieëntachtig” ,”ik ben leraar”, “ik ben Fred”, “Ik ben Belg”, “Ik ben niet graag alleen”… ?

Dat klopt! We zeggen dat allemaal, en op een praktisch niveau heeft dat zijn nut. Maar geeft ook maar één van die aanduidingen weer wat je werkelijk, op het meest fundamentele niveau, bent? Ik zeg nu “wat” omdat we als het ware geprogrammeerd zijn om op de vraag “wie ben je?” met al die uiterlijkheden aan te komen draven. Dat hebben we zo geleerd. Maar zijn die antwoorden échte, fundamentele antwoorden op de vraag “wie ben je?” of zijn dat praktische afspraken en oppervlakkige kenmerken die we gebruiken om de verschillende personen in een gezin, in een samenleving van elkaar te onderscheiden?

Wat suggereer je dan? Wat ben ik dan wel?

Ik suggereer even helemaal niets. Ik suggereer noch dat je iets anders bent, noch dat je iets bent tout court, noch dat er een ik is die iets kan zijn. Ik nodig je enkel uit om – al is het voor de eerste keer in je leven – helder te zien wat er precies aan de hand is. Hoe het functioneert. Wat het is om hier en nu te bestaan.

Je bedoelt “wat ben je?” of “wie ben je?” als een filosofische vraag?

Nee. Het is geen verstandelijke vraag. Het gaat er niet om, een beter of slimmer of dieper antwoord te formuleren dan hetgene waar je eerst mee aan kwam zetten. De vraag “Wat ben ik?” is een vraag die je uitnodigt om diep te voelen, direct te zien, voorbij woorden, wat dat ik is waar je het zo vaak over hebt. Probeer het zelfs niet in woorden te vatten.

Daar moet ik eens over denken…

Nee. Ervaar gewoon, met alle energie die je hebt. Met alle nieuwsgierigheid die je hebt. Maar zonder woorden.

(enkele minuten stilte)

(Glimlacht) Ik… ik weet het niet!

Dat is een begin, een goed begin zelfs. Niet weten is een goed begin, dat betekent dat er openheid is, dat je niet op je denken bouwt.

Wat heeft dat nu met verlichting te maken?

Vijf minuten geleden dacht je precies te weten wie je was, nu is er niet-weten. Dat is heel goed. Waarom is het heel goed? Omdat je al iets, dat je beklemde, waarschijnlijk zonder het bewust te beseffen, hebt laten varen. Het is precies het weten, of beter gezegd het menen te weten, dat de illusies schept en in stand houdt.

Daarom is het belangrijkste dat je kan doen: in alle helderheid helemaal wakker gadeslaan wat er is, met een totaal open geest, zonder iets te verwachten, zonder iets te vermijden, zonder iets te willen bereiken, zonder iets te weten of zonder iets te weten te willen komen. Dat noemen we zazen, tenminste in de zentraditie. Maar deze beoefening is universeel. Ze overstijgt compleet het mediteren door concentratie, om rustig te worden. Dat neemt niet weg dat een zekere dosis hiervan wel goed is om in staat te zijn de heldere open observatie mogelijk te maken – met een compleet verwarde geest is het moeilijk om helder waar te nemen. Maar de ware dimensie van zazen is die van de beoefening van de verlichting. Verlies dat nooit uit het oog.

Dat klinkt toch wel behoorlijk heftig vind ik… is dat niet gevaarlijk?

Je moet in ieder geval alleen zen beoefenen onder leiding van een ervaren leraar. Bovendien moet je een zekere stabiliteit hebben. Voor mensen die werkelijk onstabiel zijn is zazen dikwijls niet aan te raden; in andere gevallen kan het juist een hulp zijn, maar nogmaals: altijd onder deskundige begeleiding.

Dus als mensen dit en andere gesprekken lezen…

De publicatie van deze gesprekken is niet bedoeld als handleiding om op je eentje zen te beoefenen. Dat raad ik ten zeerste af. Ze is ook niet bedoeld om intellectuele nieuwsgierigheid te bevredigen. Dat leidt tot niets. Eerder hoop ik de mensen die al zen beoefenen onder een leraar bij te staan in het verder verhelderen van hun illusies. En wanneer sommigen door dit te lezen zich geïnspireerd voelen om een leraar te zoeken en te starten met zen, is dat natuurlijk uitstekend!

 

2. De illusie van gescheidenheid.

Wat is de relatie tussen het denken en de illusies?

Wel, het denken is per definitie altijd een denken in concepten: stoel, geluid, kwaadheid, ik, wereld… dat zijn allemaal concepten, etiketten als het ware, die het denken plakt op waargenomen verschijnselen. Zo gauw je “deze stoel” zegt of denkt, creëert dat concept een virtuele scheidingslijn tussen dat wat “deze stoel“ is, en dat wat niet “deze stoel” is. Beter gezegd: elk concept IS een virtueel lijntje dat we trekken tussen bij voorbeeld “deze stoel” en “de rest van de wereld”. Met andere woorden: elk concept is als een mes dat de werkelijkheid in twee lijkt te snijden. Het verdeelt ze in twee verzamelingen: “deze stoel” en “niet – deze stoel”. Maar dat lijntje is helemaal niet zo reëel als we denken. De werkelijkheid is één proces. Die stoel is echt geen op zichzelf staand verschijnsel, op geen enkele manier. Het onderscheid is niets anders dan een handige manier van het menselijke verstand om het bestaan in te delen.

Je zegt dat de werkelijkheid één proces is… maar hoe kan je dat weten?

Heel eenvoudig: door eender welk verschijnsel of ding grondig te observeren. Je zal vaststellen dat het helemaal niet op zichzelf staat, op geen enkele manier wezenlijk gescheiden is van de rest.

Maar deze stoel lijkt me toch echt wel een apart voorwerp dat ik kan kopen, verkopen, verplaatsen, schilderen, enzovoort…

Op een bepaald niveau wel, ja. Begrijp me niet verkeerd, ik ontken deze wereld waarin we hier en nu allebei zitten en dit gesprek hebben niet. Wel wil ik je aandacht vestigen op het feit dat deze wereld van alledag, zoals jij die ervaart, en die je zo vertrouwd overkomt, maar een bepaalde kijk op de werkelijkheid is. Het is slechts een bepaalde interpretatie ervan. Interpretatie: dat wil zeggen dat je leeft in een verzameling concepten, die je denken heeft ontwikkeld naar aanleiding van de levende ervaring. Wanneer we vastzitten in die concepten dan zitten we in de problemen.

Kan je dat voorbeeld van de stoel verder uitleggen?

Wanneer je “deze stoel” niet meer zou zien doorheen het concept dat je ervan gemaakt hebt, zou je zien dat hij gewoon een aspect is van de werkelijkheid, die in wezen ongedeeld is. “Deze stoel” is een momentopname uit één lang proces: na de oerknal breidde het jonge universum zich snel uit, sterren en planeten ontstonden waaronder de aarde en de zon, leven ontstond op aarde, na lange evolutie ontstonden er bomen, tot er dan één bepaalde boom groeide onder invloed van het licht van de zon en van de atmosfeer; op zeker moment werd hij in planken gezaagd door een andere levensvorm die ook weer in totale onderlinge afhankelijkheid met het andere leven, met de atmosfeer en de zon, enzovoort, was ontstaan; een ander lid van deze soort, dat was opgeleid tot meubelmaker (een beroep dat in de loop van vele eeuwen ook weer in onderlinge afhankelijkheid was geëvolueerd), ontwierp en bouwde wat jij nu deze stoel noemt. Ik haal natuurlijk maar een paar elementen van het verhaal aan, de werkelijkheid is nog oneindig veel complexer en meer vervlochten. De stoel blijft trouwens maar op de grond staan, en je kan er maar op zitten, omdat er zwaartekracht is. Zonder zwaartekracht zou een stoel geen enkele functie hebben. Enzovoort. Wanneer hij een poot kwijt is, is het dan nog een stoel? Is het dan nog deze stoel? Is het nog deze stoel wanneer hij tot as verbrand is? Enzovoort, enzovoort. Dus nogmaals: het is één momentopname in een lang proces dat jij nu even isoleert en “deze stoel” noemt. Zelfs dat proces, dat leidde tot de constructie van “deze stoel”, apart proberen te beschrijven zoals ik gedaan heb, is in feite een illusie, want ook dat proces staat op geen enkele manier los van het ene proces dat het totaal van de werkelijkheid is. Bovendien bestaat de stoel ook maar omdat er nu eenmaal iets is en niet niets. Anders zou hij daar niet zijn. Moest er niet iets zoals bewustzijn zijn, dan zou je “deze stoel” niet waarnemen, en zou hij niet voor je bestaan (je zou waarschijnlijk ook niet voor jezelf bestaan, en er zou in feite niets bestaan: een wereld zonder bewustzijn is in ieder geval alleen maar een concept dat opkomt in een bewustzijn…).
Maar zelfs deze uitleg is nog rationeel, maakt gebruik van het denken, al is het dan om het denken, de concepten te relativeren of zelfs op te blazen.

Kan je nog een voorbeeld geven?

Denk aan die afbeeldingen van een rund die je bij de slager vindt. Het dier is helemaal opgedeeld in lijntjes die allerlei stukken vlees aanduiden: biefstuk, entrecote, tournedos, enzovoort. Dat is een rund, gezien door de ogen van de slager. Het beest zelf ziet dat zo niet, het is één organisme.

Nu kan je het analytische oog van de slager, en mijn eenheidsvisie op de ene koe allebei als een gedachte zien, dat is waar. Maar de koe zelf ervaart haar leven direct. De idee, dat haar organisme samengesteld is uit een enorm aantal verschillende onderdelen, zal haar worst wezen. De directe ervaring is altijd ongescheiden: niet alleen is er geen gescheidenheid tussen de dingen die ervaren worden, er is ook geen gescheidenheid tussen de waarnemer en dat wat waargenomen wordt. En zelfs dat is al een beperkte manier om het te formuleren, om het uit te leggen aan iemand die helemaal leeft in de wereld van de etiketten. Immers, als ik zeg dat de dingen in wezen ongescheiden zijn, vertrek ik van de beperkte visie dat er aparte dingen zijn, waarvan ik dan beweer dat ze de eigenschap van ongescheidenheid (of onderlinge afhankelijkheid) bezitten. Dat is de omgekeerde wereld!

Laat me het als volgt zeggen:
Er is één proces, één gebeuren, en dat is alles wat er is. Alles wat er is, is één gebeuren. Dat ene is bijgevolg ook wat we in uiteindelijke zin zijn, uiteraard. Het denken (dat ook deel uitmaakt van dat proces!) trekt daarin lijntjes, en geeft elk vakje een etiket, een naam. Zo leven “we” vervolgens in een wereld van begrippen, die helemaal virtueel is. Een extreme bewustzijnsvernauwing. Zo vergeten we hoe het eigenlijk echt is, wie we echt zijn. We vergeten dat wat we echt zijn, helemaal vrij is. Dat we de totaliteit zijn. We leven met andere woorden in een virtuele gevangenis, die het denken heeft geschapen. Het geheel droomt als het ware dat het iets beperkts, een deel is; of beter gezegd: een ontelbare veelheid aan gescheiden verschijnselen.

Eh…

Er is helemaal geen reële grens, waar wat je als “ik” beschouwt begint en de wereld eindigt, of andersom. Elke grens die wordt getrokken tussen “ik” en “wereld” , waar ze ook ligt, is een definitie, een gedachte. In wezen is er helemaal geen apart “ik”.

Maar ik denk toch? Ik maak toch keuzes en beslissingen? Ik bestuur toch mijn lichaam?

Gedachten zijn er, ja, beslissingen worden genomen en lichamen bewegen, dat is er allemaal. Er is ook een gevoel van “ik”, dat is waar. Maar nog eens: het gevoel van een “apart” ik, los van de omgeving, van de rest van de totaliteit, dat is een gedachte.

Is denken dan verkeerd? Dat kan toch niet…

Natuurlijk is denken niet verkeerd op zich. Het is een natuurlijke functie van de mens. Maar ik vergelijk het dikwijls met een eiersnijder: een apparaatje dat heel handig is in de keuken, om eieren te snijden. Iets anders kan je er niet mee doen: je kan er geen uien mee pellen, geen eieren mee bakken, je kan er je boekhouding niet mee doen, het kan je niet helpen om mooier te zingen, en als GPS is het ook waardeloos.. Als je er toch een van deze dingen mee probeert te doen ontstaan er problemen. Met het denken is het net hetzelfde: heel handig op een soort van praktisch niveau. Het denken was evolutionair gezien een unieke troef voor de menselijke soort. Maar je kan er niet de zin van het leven mee doorgronden, of ermee bedenken waarom er niet niets is maar iets, en je kan er ook niet mee zien wat of wie je werkelijk bent. Dat betekent dat je het als houvast achter je gaat moeten laten vooraleer werkelijk inzicht kan dagen.

Dus verlichting heeft alles te maken met een doorprikken van het denken?

Exact. Let wel: doorprikken is doorzien, ontmaskeren, zoals je een illusie van een goochelaar doorziet, of zoals je een luchtspiegeling als dusdanig herkent. Het gaat dus zeker niet om onderdrukken of ontkennen. Dit is een heel belangrijk punt, waar veel verwarring rond heerst.
Ik vergelijk het dikwijls met een programma op de televisie. Als je diep beseft dat het maar een programma is, en dat je naar een televisie zit te kijken, dan kan je er handig gebruik van maken: je kan naar het nieuws zien, naar documentaires, zelfs genieten van films, en emotioneel meegaan in het verhaal, wetende dat het een film is. Maar wanneer je vergeet dat het een film is en niet meer het onderscheid kan maken met de realiteit, dan heb je een probleem. Dan is het tijd voor verlichting, dan is het tijd om de illusies te doorzien.

Dus iemand die niet verlicht is, is als een tv-kijker die helemaal opgaat in een film en denkt dat die echt is?

Zo zou je het met een metafoor kunnen verwoorden, ja. Dat is dan iemand die helemaal opgaat in het verhaal, dat het denken voorspiegelt: het verhaal dat hij een apart zelf, een apart individu is. Zonder dat ook maar in het minst in twijfel te trekken of te relativeren.

Maar er is – binnen het beeld van de metafoor – op zich niets mis met naar een film kijken?

Nee. Dat zou zijn alsof je het kind met het badwater weggooit. Naar een film kijken is nu eenmaal deel van het leven. Het spel spelen, het leven tegemoet treden alsof je een apart individu bent, en dat de anderen dat ook zijn, is een groot geluk als je het maar doorprikt! Je kan natuurlijk ook, in het volle besef dat je in wezen geen apart bestaan leidt, in het park op een bank gaan zitten en wachten tot je sterft van de honger. Geen probleem, want in wezen was er nooit een apart zelf, dus kan er ook geen apart zelf verdwijnen. In principe is er bij je geboorte niets nieuw ontstaan, wat zou er verdwijnen als je sterft, absoluut gezien? Maar er is ook de relatieve kant van het bestaan, waarin we – zelfs als we het doorhebben – toch ergens meegaan in het spel van de aparte persoon.
Dat is de reden, dat in de praktijk het stilletjes-sterven-op-een-bank-in-het-park-verhaal zich niet voordoet. Als je beseft dat je in een spel zit, en dat je niet iets apart bent, waarom je dan verzetten? Wie, trouwens, zou zich verzetten? Enkel iemand die meent een apart zelf te zijn, zou dat doen!

Maar… maar… zelfs dan, dan zou het eigenlijk gewoon zijn wat er op dat moment gebeurt, toch? Het geheel dat droomt dat het ergens een apart zelf is, dat een onvolledig inzicht heeft, en zich daarom verzet tegen wat er gewoon gebeurt… ?

Niet slecht. Wat er gebeurt, als je het doorhebt, is dat “je” gewoon doet wat er dient gedaan te worden. Je doet je werk, helpt de anderen, hebt een leven waarin dingen meezitten en andere tegenvallen, en uiteindelijk sterft het organisme. En dat allemaal is een groot geluk, het geluk te bestaan vanuit je ware aard.

Het is als een ouder die weet dat Sinterklaas niet bestaat en toch meegaat in het verhaal omwille van de kinderen. Als die ouder gelooft echt Sinterklaas te zijn is dat waanzin. Als de ouder helemaal niet mee gaat in het verhaal zal zijn of haar verhaal niet overtuigend zijn.

Het is als iemand die ganzenbord of monopoly speelt en weet dat hij niet echt die pion is maar toch meedoet en zich amuseert. Als die persoon zich echt identificeert met die pion, echt gelooft dat zijn leven afhangt van dat spel, zitten we opnieuw in de waanzin en het lijden. Als er geen enkele betrokkenheid is zal er geen plezier aan beleefd worden en heeft het spel geen zin.

Het is als een acteur die weet dat hij dat personage niet echt is maar toch meedoet en zijn rol speelt. Als de acteur echt gelooft dat hij het personage is, is er opnieuw waanzin, gevangenschap, lijden. Als er geen enkele inleving is zal de rol niet overkomen. Maar met de juiste inleving – in het volle besef dat het een rol, een spel is – zal er magnifiek theater gebracht worden. Waarom? Dat is nu eenmaal wat een acteur doet.

 

3. Thuiskomen.

Wat gebeurt er precies wanneer die illusies doorprikt worden?

Dat ligt voorbij de taal, alhoewel er wel degelijk regelmatig wordt geprobeerd om hierover toch iets over te brengen via woorden. In de Soto zen doen we dat niet graag omdat het dikwijls eerder tot misverstanden leidt. Mensen gaan zich al gauw hechten aan de woorden die bedoeld zijn om voorbij de woorden te wijzen. Vandaar het oude gezegde in de zen:

“ Kijk niet naar de vinger die naar de maan wijst!”

De maan staat symbool voor de verlichting. De vinger die wijst zijn de woorden van de leraar, of eventueel andere uitdrukkingsvormen. De bedoeling is dat je de maan vindt! Als je je nu gaat fixeren op de woorden dan mis je compleet waar het om te doen is!
Maar dan nog gaat het vooral om woorden die je willen leiden naar verlichting, niet zozeer om een beschrijving van verlichting. Want dan zet je dat wat concepten overstijgt om in een concept… en dat is voor niets goed. Daarom dat verlichting eerder voorbij woorden uitgedrukt wordt: in handelingen, spontane en meedogende handelingen. Of met kunst, muziek, poëzie.

Voorbij woorden… klinkt geheimzinnig…

Het is niet omdat het niet in woorden kan gevat worden, dat het daarom iets mysterieus, iets heel speciaals of magisch is! Iets “Spiritueels” uit een andere dimensie! Die andere wereld is heel gewoon deze wereld, dit bestaan. Niets van wat je elk moment ervaart kan je echt in woorden vatten! Als je zegt “ik adem in” dan gaat er bij iemand anders een belletje rinkelen en begrijpt die vanuit zijn eigen ervaring hoe het voelt om in te ademen. Alleen omdat die ander het zelf ervaren heeft weet die waar de woorden naar verwijzen. Maar stel je voor dat je aan een niet-ademend wezen van een andere planeet (dat weliswaar een beetje Nederlands spreekt) met woorden moet uitleggen hoe het voelt om in te ademen – aan iemand die geen longen heeft, geen zuurstof gebruikt, en misschien zelfs geen tastzin heeft! Dat gaat niet. Op dezelfde manier kan je het verschil tussen rood, geel en blauw niet uitleggen aan iemand die volledig kleurenblind is. Of hoe het is om geluid, laat staan muziek te horen aan iemand die doof geboren is.

Is kleur zien of geluid horen iets mysterieus? Het zijn heel vanzelfsprekende ervaringen voor de meeste mensen. En toch zal je merken dat, wanneer je vrijer bent van de concepten en de levende ervaring meer op de voorgrond treedt door intense dagelijkse zenbeoefening, het leven anders wordt. Alles wordt nieuw, steeds weer. Het leven kent geen verveling meer; verveling is een product van het denken. Hoe kan bestaan vervelend zijn? Het verstand zal dat misschien vertolken in een soort van verwondering en dankbaarheid, maar zelfs dat zijn nog concepten. Wat overblijft is een volledige intimiteit, een thuis zijn, een wegvallen van gescheidenheid.

Dat is dan toch een effect waar je over kan spreken?

Zeker, je kan over de effecten spreken. Die zijn er duidelijk. Tenminste: op één voorwaarde, namelijk dat de verlichting stevig in je leven geïntegreerd wordt. Dan zal je leven grondig getransformeerd worden. Alles wordt nieuw, zoals ik al zei. Beslommeringen over verleden en toekomst verliezen hun kracht, je te neer te drukken. Je neemt de gebeurtenissen niet meer persoonlijk, voelt je geen slachtoffer meer van omstandigheden en geen auteur meer van successen. Het leven vloeit. Alles gebeurt gewoon. In de geest komen gedachten en emoties vlotter op en gaan ze ook vlotter voorbij. Daardoor worden ze helderder en krachtiger beleefd, en tegelijk wordt je er minder door belemmerd, ben je er niet meer door gehinderd – omdat je je er niet meer compleet mee identificeert. Het leven wordt kleurrijker. Je wordt geëngageerder, maar voelt je tegelijkertijd vrijer. Zo kunnen we een hele tijd doorgaan – maar misschien is nog het meest belangrijke: de gevoelens van vrede en vreugde, die niet afhankelijk zijn van omstandigheden.

Ik begrijp niet goed hoe al die verschillende veranderingen voortkomen uit dezelfde oorzaak…

Dat is omdat je de samenhang niet ziet. Het is allemaal heel logisch en natuurlijk. Eens de illusie van gescheidenheid sneuvelt, is er een grote rem die wegvalt. Maar denk niet dat dan plots alles loopt zoals “ik” het zou willen! Zo wordt het door sommigen al eens voorgesteld, maar dat is wat mij betreft een soort spiritueel materialisme, “New Age” toestanden. Niet dat dat iets nieuws is!
Kijk maar naar het geloof van ontelbare traditionele boeddhisten. Zij vertrouwen erop dat deugdzame, zelfloze handelingen op een later moment materiële welvaart zullen opleveren. Dat is natuurlijk puur materialisme, een ruilhandel – en zo’n geloof heeft niets te maken met ware spiritualiteit, met werkelijk loslaten, met authentieke realisatie… Het is een geloof dat afgeleid is van het feit dat, wanneer je open en vrijgevig in het leven staat, je gelukkiger zal zijn. Dat lijdt geen twijfel natuurlijk. “Wie goed doet, goed ontmoet” is een diepe waarheid – maar maak er geen commerciële slagzin van.

Het is eerder zo, dat je niet meer de slaaf bent van allerlei verlangens en van de eisen die je voortdurend aan het bestaan stelde. Trouwens, wie zou die slaaf zijn? Het is juist degene die iets wil, die doorprikt wordt! Dat is de innerlijke revolutie, waar elke volwassen spirituele traditie het over heeft. “Niet mijn, maar Uw wil geschiede” zeggen ze in het christendom. Wanneer “mijn wil” aan eisende kracht begint in te boeten, of zelfs plots wegvalt, omdat het ik-gevoel doorprikt is, dan gebeurt inderdaad gewoon “Uw wil”: dat wat er is, dat wat er gebeurt. Zo simpel is het. Maar elke grens tussen “mij” en “U” is dan weggevallen – ondertussen is wel duidelijk geworden dat die nooit echt bestaan heeft… en dat geldt eveneens voor het onderscheid tussen “Uw wil” en “mijn wil”.

Weet goed dat al die formuleringen in woorden maar tijdelijke hulpmiddelen zijn, om iemand die overtuigd is van zijn aparte, zelfstandige bestaan als “ik”, te confronteren met deze catastrofale overtuigingen, en om hem of haar ertoe te brengen in beweging te komen, en de uitgang te vinden uit de patsituatie. Taal veronderstelt van bij het begin dat er een “ik” is en een “jij”. Als relatief gegeven is dat ok, het is handig om ons uit elkaar te kunnen houden. Maar wanneer we willen onderzoeken wat we echt zijn, wat onze werkelijke natuur is, dan voldoen deze termen niet meer. We kunnen dan onze toevlucht nemen tot een aangepaste taal die correcter tracht weer te geven wat er werkelijk gebeurt, bij voorbeeld: “Er is een hongergevoel. Er is geen identificatie met het hongergevoel. Het hongergevoel kan best beantwoord worden met eten, want er is de gedachte dat het goed is, te luisteren naar het lichaam. Er komt een verlangen naar een glaasje wijn op. Er is een zekere identificatie met dat laatste verlangen, en tegelijk is er het gevoel dat dat wel ok is. Anders zou er een te grote gehechtheid aan onthechting zijn. Het vooruitzicht aan het glaasje wijn veroorzaakt een goed gevoel. Het is tegelijk een slecht gevoel, want het veroorzaakt een spanning tussen dat wat is en dat wat verwacht en verlangd wordt… ”

Alhoewel dergelijk taalgebruik wel zijn nut kan hebben (pas er wel mee op tegen wie je zo’n dingen zegt, je maakt misschien al meer dan vaak genoeg een rare indruk op de mensen) blijft het nog altijd taal. Zelf zal ik bijna steeds de klassieke formulering gebruiken “Ik heb honger en zin in een glaasje wijn bij het eten.” Maar waar de meeste mensen dat zeggen vanuit een niet in vraag gesteld zelfgevoel, zeg ik dat – of zoals je wil, wordt dat hier gezegd vanuit een doorprikt zelfgevoel. Dat is iets helemaal anders.

Hoe moet ik daaraan beginnen? Wat kan ik doen?

Zoek een leraar, en beoefen. Wacht niet. Het leven is kort, korter dan je denkt.
Zoals de grote Japanse zenleraar Dogen zei in de 13e eeuw:

Gewone mensen zijn zij die zich illusies maken over verlichting.
Boeddha’s zijn zij die hun illusies verlichten.

Moet ik de filosofie van de zen bestuderen?

Nee. Vergis je niet, het doorprikken van de illusies is als ontwaken uit een droom.

Ga je ontwaken uit een droom omdat je in je droom een boek leest dat zegt dat je eigenlijk in je bed ligt te slapen? Het is niet uit te sluiten, maar in de praktijk is dat zelden het geval. Je wordt wakker door iets in het echte leven: het geluid van de wekker, iemands stem, een geluid, het licht. Mogelijk geeft je lichaam aan dat het tijd is om wakker te worden. Al die dingen zijn geen theorie, geen filosofie, geen nieuwe droombeelden die we toevoegen, maar de directe ervaring van de levende werkelijkheid. Zo ook is het ontwaken uit de illusies een kwestie van je open te stellen voor de levende stroom van zijn en te zien, eerder dan te begrijpen, dat het denken en de concepten die we hebben maar verschijnselen zijn onder andere waargenomen verschijnselen. We zijn het denken niet. We hoeven dat wat het denken vertelt, niet voor waar te nemen.

Maar hier veronderstel ik weer dat je spreekt voor mensen die psychisch stabiel zijn, want…

Zeer juist. Het gaat hier om het beoefenen van totale helderheid. Totale wakkerheid. Totale nuchterheid. Het doorprikken van het denken heeft niets, maar dan ook niets te maken met het voeden van ideeën van paranoia, of met het cultiveren van waanbeelden of fantasieën van welke aard ook.

Laat ons nog eens terugkomen op het beeld van het denken als eiersnijder. Het gaat er niet alleen om dat het denken evenals de eiersnijder maar een heel beperkte functie heeft. Er is ook nog een diepere overeenkomst: zowel onze eiersnijder als het denken kunnen alleen maar iets versnijden, opdelen. Vergeet niet dat het denken altijd de werkelijkheid opdeelt in stukjes. Evenmin als je met de eiersnijder van een gesneden ei weer een heel ei kan maken, kan je met het denken de eenheid terug realiseren. Je gaat alleen maar concepten toevoegen. De uitnodiging bestaat erin, te ontwaken uit de dictatuur van het conceptuele denken.

Een gesprek als dit kan zijn nut hebben, maar dat nut bestaat er dan in, dat je gemotiveerd wordt om in actie te treden. Erover gaan denken heeft geen zin. Erover gaan lezen heeft al evenmin zin. Wat heeft wel zin? Zazen beoefenen onder leiding van een leraar, op een regelmatige basis. Ertoe komen om op elk moment van de dag, bij alles wat je doet, helder te observeren. Van wakker zijn, echt wakker zijn, je beoefening maken. Telkens weer ophouden, op te gaan in de verhalen die het denken je vertellen. Een degelijke beoefening van zazen maakt dit mogelijk. Zazen is de beoefening van de verlichting, van het belichten van de illusies, zoals Dogen het beschreef.

Denk nu niet dat ik alles gezegd heb. Ik wijs enkel in de richting waarin je je zou kunnen begeven. Ik wijs gewoon naar de deur, waar je naartoe kan gaan. Als je daar bent, zal je er wel door gaan. Indien nodig geef ik nog wel een trap onder je achterwerk. Meer kan en moet ik niet doen. Ik wijs naar het glas, maar je moet het zelf naar je mond brengen, je moet zelf drinken. Dat is de uitnodiging. Wanneer je de uitnodiging niet aanneemt is dat ook zo.

 

4. Flitsen van bevrijding.

Wat is kensho of satori?

Dat zijn Japanse termen. Kensho betekent letterlijk: “zien (ken) van je ware natuur (sho)”. Het wordt gebruikt om een flits van direct, niet-verstandelijk inzicht aan te duiden, een vroege of eerste blik doorheen de illusies.

Satori betekent ongeveer hetzelfde, het betekent letterlijk “inzicht of begrip” – maar natuurlijk geen verstandelijk begrip. Dikwijls gebruikt men het op dezelfde manier als kensho, maar in andere gevallen bedoelt men met satori een rijpere en diepere blik op de ware natuur, waarbij kensho dan als priller wordt gezien.

Heb je het dan helemaal door?

Zo’n kortstondige opening heeft op zich geen blijvend effect. Al snel wordt ze omgezet in een herinnering – en zo wordt het een nieuw concept! Afhankelijk van je instelling zou je er dan verschillende illusies op na kunnen gaan houden:

-Ofwel wordt het moment geconceptualiseerd als “ik ben nu verlicht”. Zo iemand zal denken dat hij het nu wel gezien heeft en definitief verlicht is. Grote illusie, want meer en meer zal blijken dat het gewoon een herinnering geworden is en dus een concept: een concept van “ik ben verlicht”. Met andere woorden zelfs als dát wat hij of zij zag op dat moment het tijdelijke oversteeg, is de realisatie ervan toch maar tijdelijk geweest, en deze tijdelijkheid wordt niet erkend. Spijtig!

-Ofwel is de persoon zich wél bewust van het feit, dat het maar tijdelijk was. Hij betreurt het verlies van dit “gelukkige moment” en voelt zich triest omdat het voorbij is. Hij probeert waarschijnlijk deze “toestand” terug te bereiken… en het is precies dit grijpen dat zal verhinderen dat het loslaten – want dat is het natuurlijk – zich opnieuw voordoet. Al even spijtig!

-Ofwel is het een combinatie van beide: net als de eerste persoon denkt deze dat hij alles gezien heeft; maar net als de tweede beseft hij dat het tijdelijk was – hij is er zich niet van bewust dat er iets als een doorlopende perspectiefverandering mogelijk is. Daarom gaat hij dan achteraf relativeren op de volgende manier:
“Oh ja, ik heb zo’n nonduale toestand beleefd, verschillende keren zelfs, dat is heel fijn. Maar het is ook maar dat, en daarna moet je terug aan het werk hoor, je kan niet blijven zwelgen in die zalige toestand. Als je dat toch doet ben je egocentrisch, doe je niks aan een betere wereld… en dat is niet de bedoeling!” Met andere woorden: “een nonduale openheid, het realiseren van geen-zelf, allemaal heel mooi, maar daarna terug aan de slag! Back to reality!”

Deze persoon zal dit kunnen staven met allerlei voorbeelden uit de zengeschiedenis, waarbij mensen kensho realiseerden (elk werkwoord dat je erbij zet is natuurlijk fout, maar we zitten nu eenmaal in een tekst, dus zijn woorden niet te vermijden…), en door hun leraar werden aangemaand daar niet in te blijven steken maar verder te gaan. Dat is inderdaad zo, maar het is heel belangrijk om dit ook op de juiste manier te begrijpen! Het gaat er wel degelijk om, niet in je concepten over en herinneringen aan zo’n kensho te blijven steken, maar verder te gaan en tot een diepere realisatie te komen, die je ganse leven op elk moment doordringt.

Het is erg naïef om nirvana (oorspronkelijk boeddhisme), het zien van je ware natuur (zen), het realiseren van de leegte of grenzeloosheid (mahayana), wu wei (“niet handelen” : taoïsme) of Zelfrealisatie (advaita) te zien als een zalig nietsdoen. Het is even dwaas, als te horen spreken van leegte, en te denken dat boeddhisme nihilistisch is. Het is juist het tegenovergestelde! Er gebeurt van alles: de juiste handelingen komen op, en die zullen geïnspireerd zijn op een diep gevoel van verbondenheid en mededogen – maar er is niet langer meer het gevoel van ik doe dit.

Hoe kan je voorkomen dat je na een kensho verkeerde ideeën ontwikkelt?

Door je er goed op voor te bereiden door veel zazen te beoefenen. Hoe rijper je zenbeoefening is des te meer zal de kensho wanneer hij zich voordoet in vruchtbare grond terecht komen en een meer bevrijdend effect hebben. Er zijn zonder twijfel mensen die geen enkele zen- of vergelijkbare ervaring hebben, en die plots zo’n inzicht realiseren. De kans is dan heel klein dat er iets van blijft hangen – op natuurlijk de herinnering, het concept na.

Een ander belangrijk punt is: vervolgens verder gaan met een intensieve beoefening. Zo kan je voorkomen dat de kensho geneutraliseerd wordt tot een herinnering, en zo geef je hem de kans, zich te verdiepen, zich te integreren in je dagelijkse leven.

Het zou me verbazen als je ook hier weer geen treffend beeld voor hebt…

Stel je iemand voor die heel haar leven onder een dicht wolkendek heeft geleefd. Op zekere dag ziet ze een opening tussen de wolken, waar de blauwe hemel zichtbaar wordt. Omdat ze enkel maar wolken kent zal ze zeggen: “ Kijk! een blauwe wolk!” Op dezelfde manier zal iemand die alleen concepten kent en plots een blik krijgt voorbij elk concept, in de niet-gescheidenheid, dat onmiddellijk als een nieuw concept gaan bekijken. Als een nieuwe ervaring: een speciale ervaring!

Een ervaring die “ik” heb gehad, zelfs al was dat “ik” er niet toen het gebeurde.. Zo claimt het ego dit bevrijde moment voor zichzelf. Zo neutraliseert het dit moment tot een “speciale ervaring”, waar dan nog een gehechtheid wordt aan toegevoegd op de koop toe.

Het klinkt toch speciaal hoor, dat “ik” er soms niet zou zijn.

Helemaal niet. Wanneer je niest is dat zo’n overweldigend gebeuren: “haaatsjoem!!” dat er geen ruimte is om daarnaast een zelfgevoel in stand te houden. Het “ik” is er niet. Maar onmiddellijk erna komen de gedachten onverstoorbaar op gang en zeggen ze “ik heb geniesd”. Door achteraf het auteurschap, het doenerschap op te eisen, wekken ze zo de indruk, er altijd geweest te zijn.

 

5. Duurzaam inzicht.

En wat gebeurt er dan wanneer het zich verdiept?

Pas als er meerdere blauwe stukken zichtbaar worden, keer op keer, of wanneer het blauw groter wordt, zal het intuïtieve inzicht zich op een meer blijvende manier beginnen vestigen, dat het blauw geen wolk is, maar de ruimte achter de wolken. Zo wordt dan duidelijk, niet als een concept maar als een directe ongescheiden beleving, dat de wolken niet het ultieme zijn maar dat er een veel grotere ruimte is, van een totaal andere orde, waarin die wolken zweven. Zo kan de aanvankelijke flits van inzicht zich verdiepen en stabiliseren.

Nu, wanneer je de blauwe hemel écht goed gezien hebt, zal je geen twijfel meer hebben over hoe de vork in de steel zit. Er zweven witte wolken in een blauwe hemel. Zelfs als het blauw niet direct zichtbaar is, zal je toch doorheen de wolken blauw zien. En dat maakt alle verschil van de wereld.

Begrijp ik het nu goed dat er naast die korte kensho’s ook grote, diepe doorbraken zijn, die een blijvend inzicht betekenen?

Blijvend is een woord dat boeddhisten niet graag horen… maar het is zeker zo, dat er echte perspectiefveranderingen zijn, ja. Vergelijk het zelfgevoel met een fles die op tafel staat. Ze krijgt een tik, en wankelt even, maar blijft uiteindelijk staan. Dat is kensho. De wankeling wordt een herinnering. Is de tik sterk genoeg, dan valt ze om en blijft ze liggen. Dat is wat ik bedoel met een echte perspectiefverandering. Het zelfgevoel is van zijn sokkel gevallen, ligt onderuit. Het is er nog wel, maar het staat niet meer rechtop, het ligt daar. Het is doorprikt.

Hoe moet ik mij dat voorstellen?

Je moet het je niet voorstellen.

Maar hoe heb jij dat ervaren?

Onder alle voorbehoud – want zelfs “ik” en “ervaren” zijn al foute woorden: wanneer het zelfgevoel van zijn sokkel valt, is dat zeer ingrijpend. Een revolutionaire non-event. Alleen de levende ervaring van het moment blijft over, stralend in zichzelf. Er is een eindeloze openheid. Alle angsten en twijfels, elk gevoel van eenzaamheid verdwijnen volledig op een manier die je je tevoren onmogelijk kon voorstellen. Concepten lossen op. Elke vertrouwdheid valt weg. Dat klinkt misschien beangstigend, maar er is niemand die angstig zou kunnen zijn. Het is absoluut thuiskomen. Er is een compleet rusten in het bewustzijn zelf. Er is een absoluut gedragen-zijn. Niet ik wordt gedragen, er is gedragenheid. Alles, dat één is, rust in zichzelf. Het alsof je helemaal opnieuw geboren wordt – alleen is er niemand die geboren wordt en het is nu ook helemaal duidelijk dat ook de eerste keer niemand geboren werd. Alles is helemaal nieuw. Je staat te kijken naar eender wat alsof je nog nooit gezien hebt, je luistert naar eender welk geluid alsof je nog nooit gehoord hebt. Je observeert eender welke gedachte of impuls alsof je nog nooit zoiets ervaren hebt. Alles gaat compleet vanzelf omdat er geen enkel gevoel over is van iemand die iets doet. Je ziet overal niets dan jezelf; er is geen buiten meer, maar ook geen binnen. Als neveneffecten, wegens het loslaten van spanningen en onbewust lijden, die je al bijna je hele leven met je meedroeg, zijn er bovendien extatische uitbarstingen van geluk, maar zoals ik zeg: dat zijn neveneffecten, contrastverschijnselen.
Er is wel een geluk dat dieper zit, dat niet afhangt van omstandigheden, en je merkt dat dat er altijd al was. Je ervaart dat geluk ook niet, je bént het.

Ik neem aan dat zoiets zich voordoet tijdens zazen…

Mogelijk. Maar het is niet mijn “ervaring”. Bij “mij” gebeurde het gewoon op mijn werk. Een totale rust overviel me. De volgende dagen waren heel druk, en ik had geen tijd om er bij stil te staan, maar alles ging vanzelf. Een paar dagen later liep ik op straat. Plots realiseerde zich het inzicht, dat ik zojuist beschreef. Tijdelijke openingen van kensho deden zich dikwijls wel voor tijdens zazen. Maar wanneer de helderheid echt doorbreekt, spelen de omstandigheden geen rol. Er zijn natuurlijk wel heel wat jaren intensieve zenbeoefening aan voorafgegaan, waarbij niets werd verwacht.

Het moet toch niet op deze manier gebeuren?

Natuurlijk is het goed mogelijk dat het zich anders of op een geleidelijke manier voordoet, daar kan ik me niet over uitspreken. In de literatuur van de zen, van het boeddhisme, van advaita en andere mystieke tradities lees je allerlei beschrijvingen van dergelijke verlichting, in de Hartsoetra bij voorbeeld. Maar voor alle duidelijkheid – ik kan dit niet genoeg benadrukken- heb “ik” als persoon niets gewonnen hierbij. Het gaat om een loslaten van het ik. Dat is de bevrijding. Eerder dan iets te verwerven, wordt er iets verloren.

Blijft dat dan zo?

Ja en nee. Als je je hele leven met een steentje in je schoen rondliep, en op zeker moment wordt je je daarvan bewust, schudt je je schoen uit, doet hem terug aan en loopt verder…. blijft dat dan zo?

Ik zou zeggen: in het begin is dat een grote opluchting, maar daarna besef je dat dat de gewone toestand is?

Precies! Eerst is er een periode dat je blij bent dat je ervan af bent, en dat voelt heel goed. Ze noemen dat wel eens de “wittebroodsweken”. Daarna is het “gewoon”. Uiteindelijk is verlichting het ophouden van een storende illusie. Als je auto, tv of computer een hele tijd rare geluiden maakt, en regelmatig plots uitvalt en andere irritante dingen doet, en wanneer die dan gerepareerd is en terug normaal functioneert, blijft dat fijne gevoel dan duren?

Dat zal je snel terug gewoon zijn, zeker…

Ja dat is zo. Maar: de illusie van een apart zelf blijft terugkomen, ook wanneer die doorprikt is geweest… alleen is die dus niet meer zo bedreigend , niet meer zo overheersend. Elke keer dat die terug helder doorzien wordt – hoe dat gebeurt is nu duidelijk geworden – is er opnieuw een goed gevoel.

Dat goed gevoel is echter niet alleen een contrastverschijnsel, het is ook wat ik zou noemen een absoluut goed gevoel. Het is het gevoel dat samenhangt met bestaan: het is het gevoel van zijn. Een goed gevoel, dat niet afhangt van omstandigheden. Wanneer je in de illusie van gescheidenheid zit, vervreemd je van dit zijn, van dat gevoel. Je zou kunnen zeggen dat “goed gevoel” niet het juiste woord is; dat “gelijkmoedigheid” of “vrede” een betere beschrijving is. Maar dat klinkt dan weer flauw voor onze geest van spektakel en gewin.

Maar als ik het goed begrijp… is er geen zelfgevoel, en toch zeg je dat je jezelf overal ziet…?

Elk verslag in woorden zal een hele reeks tegenstrijdigheden bevatten, dat staat vast. De woorden en zinnen switchen van het ene standpunt naar het andere, in het volle besef dat het in wezen niet in woorden is te vatten. Maar inderdaad, is er geen zelfgevoel, en ja, dat geen-zelf ziet zichzelf overal. Je zou kunnen zeggen dat het het Grote Zelf is dat zich overal ziet, maar dat is nog beperkt… misschien kunnen we zeggen: Het Grote Zelf is alles. Maar hecht je niet aan die woorden, sla ze niet op in je geheugen, kopieer niks. Beoefen zelf.

Een ander punt is: toch klinkt dit nu toch wel in tegenstrijd met wat je herhaaldelijk zei, namelijk dat er niets te bereiken of winnen valt…

En toch is het zo! Want er is niemand die iets wint. De illusie van iemand te zijn vervalt. Het is dan ook geen ervaring onder andere ervaringen, die iemand zou hebben… het hele verhaal, dat er iemand is die de ene ervaring na de andere heeft, is precies wat doorprikt wordt.

Ik begrijp dat niet goed, dat het geen ervaring onder andere ervaringen zou zijn…?

Als je een stuk blauw ziet is dat geen ervaring van een blauwe wolk onder andere wolken, maar een zien voorbij het niveau van wolken. Je ziet achter de wolken – zo zie je achter de ervaringen.
Als je wakker wordt in je bed, is dat geen droom onder andere dromen – het is een niveau achter de droomervaringen.

Als je naar een film kijkt, en een tijdje niet naar de personages kijkt, maar naar het tv-scherm als tv-scherm, is dat geen gebeurtenis onder andere gebeurtenissen in het filmverhaal, het is een niveau daar achter.

Als Copernicus door zijn telescoop ziet en merkt dat de aarde rond de zon draait en niet andersom, is dat geen illusie die de illusie dat de zon rond de aarde afwisselt op basis van gelijkheid, het is een diepere realiteit.

Zo simpel is het.

En kan dat nu ook geen illusie zijn, dat het een meer fundamenteel niveau is?

Klassieke vraag, maar: nee. Als je ’s morgens wakker bent geworden, voel je dan behoefte om aan de personen die je zojuist in je droom zag te bewijzen dat je nu echt wakker bent? Bovendien komt deze vraag voort uit de idee, dat wat ik beschrijf iets heel speciaals is. Als het zover is, is het heel duidelijk voorbij elke twijfel dat wat er bloot komt te liggen gewoon de basis van je bestaan is, die er altijd al was. En nogmaals: er is niet iemand die er iets mee wint.

Maar je leven is toch veel en veel aangenamer geworden, om het zacht uit te drukken?

Dat is aangenamer geworden in dezelfde mate als de illusie van een apart zelf hierbinnen verminderd is, ja.

Waarom spreek je van een bepaalde mate, het is toch een of-of situatie, er is een zelf of er is geen zelf?

Laat ons zeggen dat er een heen en weer gaan is tussen die twee, tussen illusie en ontwaken. Hoe langer de momenten van identificatie zijn ten opzichte van de bevrijde momenten, des te groter de beklemming. Sommige verschijnselen hebben een grotere kracht om een identificatie aan te zuigen dan andere. Combinaties van gedachten en emoties kunnen dikwijls heel overtuigend zijn.

Als er nog identificaties optreden, wat is dan het verschil met de toestand van voor die realisatie?

Tevoren speelde het leven zich grotendeels af vanuit de identificaties met lichaam, gedachten en emoties, zelfs als die regelmatig doorprikt en dus gerelativeerd werden. Na een perspectiefverandering is het leven meer gevestigd in de niet-identificatie. Dat is nu de norm, waarbinnen identificaties optreden. Om het beeld van de andere oever te gebruiken, dat in het boeddhisme gebruikt wordt (onder andere in de Hartsoetra): het is alsof je eerst op de ene oever van een beekje staat, en met je andere voet wel op de andere oever (“van de verlichting”) rust, maar het blijft een tasten, je gewicht blijft op de oever van de illusies rusten. Daarna is het andersom.

Of stel je een poppenkastspeler voor die zo opgaat in zijn verhaal, dat hij denkt dat hij echt die twee poppen is. De poppen spreken vervolgens met elkaar over de theorie dat ze eigenlijk geen aparte individuen zijn, maar twee handen van één mens. In het begin zien ze het als een absurde gedachte. Dan zijn er korte flitsen (kensho) tijdens dewelke ze hun ware aard beseffen, maar eigenlijk is het natuurlijk de poppenspeler die gewoon zijn illusie even laat vallen. Daarna nemen “hun” gewoontes en conditioneringen het weer over, en hebben ze weer het gevoel, een apart figuur te zijn –met andere woorden, schuift de speler terug af in zijn waanbeelden. Na een perspectiefverandering beseffen “ze” dat “ze” (maar natuurlijk: de poppenspeler) effectief als individu virtueel zijn, en dat “ze” één organisme vormen. Het is dan duidelijk, dat die poppen nooit echt personen geweest zijn. Vanaf dat moment zal de poppenspeler niet meer op dezelfde manier in die illusie gaan, zelfs wanneer hij zich inleeft in het verhaal van de poppen, en zelfs als hij af en toe zichzelf daarbij even vergeet.

Dat is een grote perspectiefverandering! Dat maakt al het verschil in de wereld!

Hoe weet je wanneer dat evenwicht doorgeslagen is naar de andere kant?

Dat is subjectief, dat kan je niet exact meten of bewijzen. Vergeet niet, nogmaals, dat er niemand is die wil bewijzen dat hij iets bereikt heeft of zo. Het gaat er juist om, dat dat gevoel weggevallen is. En alhoewel er volgens mij (en anderen) duidelijk realisaties zijn die eerder blijvend zijn, zijn er ook gevallen bekend van mensen die terug helemaal in de illusies terecht kwamen. Het blijft een dynamisch evenwicht.

Maar pas op, het is wél zo dat het inzicht in de zelfloosheid zich op een fundamenteler niveau bevindt dan het gevoel van een zelf en gescheidenheid. Het is dus niet zo dat het twee evenwaardige standpunten zijn. Dat is een fout die dikwijls gemaakt wordt, spijtig genoeg: vanuit de boeddhistische idee dat elk verschijnsel grenzeloos is, dus niet op zichzelf bestaat en vergankelijk is, wordt er dan gesteld dat ook “verlichting” een toestand, een verschijnsel is onder andere verschijnselen, en dus ook tijdelijk en vergankelijk. Daarom stelt men dan, dat ook “verlichting” nooit permanent kan zijn. Dat is uiteindelijk niet meer dan de klassieke verwarring van de blauwe wolk. De blauwe hemel achter de wolken, waarvan misschien inderdaad ja, tijdelijk een stukje te zien is in de vorm van een wolk IS GEEN WOLK. Natuurlijk, als je verlichting voorstelt als iets beperkts, zal je realisatie ook beperkt zijn. Het is een zelfvervullende voorspelling. Het is dus uiterst belangrijk, wanneer je in de dualiteit zit, te erkennen dat er niveaus van dualiteit zijn, dat de duale werkelijkheid een geneste structuur heeft. Op uiteindelijk vlak is dat niet zo. En op uiteindelijk vlak is er geen tegenstelling tussen absoluut en relatief. Vergeet dat niet, het is het onderricht van de Sandokai, dat zo belangrijk is.

Natuurlijk is het zo dat eender welke verlichting zich voordoet in verband met een mens, en dat die mens als organisme, of als geest-en-lichaam, zoals je wil, een tijdelijk en relatief verschijnsel is. Maar de ware verlichting bestaat er juist in, diep in te zien dat wat “ik” fundamenteel ben niet dat lichaam en die geest zijn (en om elk misverstand te vermijden: ook niet een of andere onsterfelijke ziel die ontsnapt bij de dood. Trouwens, moest er toch zo’n ziel bestaan, dan maakt dat helemaal niets uit voor de diepere laag van het bestaan waar we het nu over hebben).

En: zelfs als we een dergelijke verlichting beschouwen als een toestand onder andere toestanden, die dus tijdelijk is: dan nog neemt dat niet weg, dat die toestand vele jaren of decennia kan duren, tot de dood. Vanuit het standpunt van het individu is dat behoorlijk blijvend natuurlijk.

Het doet me denken aan die discussie tussen advaita en mahayana waar we het al over gehad hebben in het gesprek over nondualiteit…

Dat is zo. Het is hetzelfde onderwerp. In de zen bijvoorbeeld is er tendens om te zeggen dat verlichting niet permanent kan zijn, omdat je dan een of andere permanente essentie onder het bestaan veronderstelt, die er niet kan zijn omdat het onderricht nu eenmaal zegt dat niets op zichzelf bestaat, alles vergankelijk is.

Maar gold dat niet voor de verschijnselen, voor de golven op de zee?

Ja, maar er wordt dan gesteld dat er alleen maar verschijnselen zijn. Er is alleen maar onderlinge afhankelijkheid.

Er zijn alleen golven, en er is geen water?

Klinkt vreemd, dat is waar. In de geschiedenis van het boeddhisme zijn er dan ook steeds opnieuw toch ideeën van een ondergrond ingevoerd geweest, die door anderen dan weer als ketters werden beschouwd.

Er is een groot verschil tussen niet van een ondergrond of van de werkelijkheid als totaal te spreken om er geen nieuwe concepten over te lanceren, en zo te vermijden dat mensen zich daaraan gaat hechten, en zo’n niveau ontkennen natuurlijk. Misschien dat het boeddhisme, dat natuurlijk tussen de grote wereldreligies helemaal alleen staat met deze leer, soms zelf een handig hulpmiddel, dat bevrijdend werkt, verwart met een ontologisch standpunt, dat fundamentele uitspraken over het bestaan formuleert.

Zie je hoe gemakkelijk we in discussies terechtkomen die niets te maken hebben met de levende verlichting zelf? Deze problemen ontstaan alleen wanneer er achteraf een verwoording volgt… en dus zijn het schijnproblemen. Het moet vooral duidelijk zijn dat de realisatie van zelfloosheid, of ware natuur, of hoe je het ook noemt, niet iets veraf is dat alleen de groten der aarde kunnen bereiken. Dat is een zeer schadelijk idee, dat kan ik niet genoeg benadrukken.

 

6. Stille verlichting.

Je zei dat er in de Soto zen niet graag over verlichting wordt gesproken, kunnen we het daar nog eens over hebben?

Wel, in de eerste plaats is dat om de mensen niet op een dwaalspoor te zetten. Als je in een vroeg stadium spreekt over verlichting is er een grote kans dat ze dat zien als weer het zoveelste snoepje, de zoveelste traktatie die ze in het leven kunnen te pakken krijgen. Dat mechanisme is nu eenmaal heel sterk. Wanneer je in je zazen naar verlichting streeft, in de zin van ik wil iets bereiken, ga je de verkeerde kant op. Daarom legt men in de Soto zen heel erg de nadruk op het zonder winstbejag zijn (mu shotoku), en op het feit dat zazen beoefenen in totale aandacht en met een open geest die niets bijhoudt, achternazit of wegdrukt, verlichting IS. Dat, wanneer je je zazen niet reduceert tot een middel om een doel te bereiken op een later moment, zich precies al die ongescheidenheid realiseert die je ware natuur IS. Dat is een heel diep en juist en ook pedagogisch vruchtbaar onderricht. Het is de reden waarom Dogen, die in de 13e eeuw de Soto zen van China naar Japan bracht, in zijn aanwijzingen voor zazen (Fukanzazengi) stelt: zazen is geen meditatie. Met meditatie bedoelt hij hier: een soort van concentratieoefening om rustig of gedachteloos of verlicht of wat dan ook van te worden. Zijn visie op zazen – die een verdieping is van de visie van de stille verlichting die al voor hem in de Soto zen bestond – is zazen als uiting van onze fundamentele ware, bevrijde natuur. Waarom? Omdat alles er al is. In zazen is er gewoon observeren van de gedachten, zonder erin mee te gaan. Een ervaren van alle verschijnselen hier en nu, zonder onderscheid. Gewoon in alle helderheid zijn.

Dat is sterk…

Uitgaande van het feit dat we in wezen al verlicht zijn, heeft het geen zin zazen te beoefenen om verlicht te worden. In de Soto zen bekijken we het eerder zo dat zazen beoefenen een passende uitdrukking is voor de boeddha die we al zijn. Als we daar de diepgang van zien, en ons met vertrouwen in die beoefening begeven, zal je direct worden “als een draak die door het water klieft” zoals Dogen het uitdrukt. Helemaal in je element, alles op zijn plaats, precies wat je bent.

Meester Deshimaru, die de Soto zen naar Europa bracht, zei: “zolang je zazen ergens toe dient, dient hij nergens toe!“ Er is trouwens een prachtig verhaal dat deze uitspraak illustreert. Het speelt zich af in de vroege jaren ’70 van de vorige eeuw, op een grote sesshin die geleid werd door Deshimaru. Op de zoveelste dag van de sesshin, middenin zazen, riep een man plots “Maar dat heeft hier geen enkele zin!” Hij sprong recht en liep de dojo uit om de deur met een luide knal achter zich dicht te slaan. Hoogst ongebruikelijk natuurlijk. Commotie in de dojo. Toen de rust was weergekeerd, zei Deshimaru, in zijn typische gebrekkige Engels met zwaar Japans accent (dat ze wel eens Zenglish noemden); “Finally, he understands.” Later kwam de man zich excuseren en hij beoefende verder. Ik geloof echt dat dat voor hem een belangrijk ontwaken was, een loslaten van de geest die altijd iets wil bereiken, en zo voortdurend over het zijn zelf heen glijdt, zonder contact te maken met wat er is, wat je bent. Wanneer je geen contact meer hebt met wat je bent, zijn je handelingen niet gegrond, niet verankerd, en doe je er maar op los: in het wilde weg zoveel mogelijk geld verdienen, oorlog voeren, het milieu verwoesten, anderen schaden… noem maar op. Dat allemaal in een wilde zoektocht naar een geluk, dat ergens buiten ons ligt te wachten, als we maar dat en dat en dat kunnen hébben….

Maar was er geen verschil op dit punt met de Rinzai zen traditie?

In de Rinzai zen is men veel actiever gericht op het realiseren van doorbraakmomenten, onder andere door het systematisch gebruik van koans. Beide systemen hebben hun voor- en nadelen.

Wat zijn die dan?

De clichés zeggen: in de Rinzai zen is men teveel op een resultaat gericht, wordt er een nastreven van verlichting gecultiveerd, en dat leidt misschien wel tot plotse doorbraken, maar daarom zijn die niet geïntegreerd in je leven. Zoals je kan verwachten is dat een kritiek die vanuit de Soto zen komt. De Rinzai zen van zijn kant waarschuwt dat in de Soto-traditie soms gewoon gesuft wordt op een kussen “ze zijn er niet op uit om verlichting te realiseren, en dat gebeurt dan ook niet” is de kritiek op de praktijk van de stille verlichting.

Nu, beide kritieken zijn zoals gezegd wat clichématig, zoals al het over-en-weer gekibbel tussen naburige groepen, volkeren of tradities waar ook ter wereld… vergeet niet dat, in dit wezenlijk ongescheiden bestaan, je je maar kan profileren door de verschillen met anderen in de verf te zetten! Aan de andere kant bevatten ze ook een waarschuwing, die het waard is om mee te nemen. Ik merk persoonlijk, dat het uiterst belangrijk is écht mushotoku zazen te beoefenen, nietsdoen in opperste aandacht… en toch kan op een ander moment een oordeelkundige vraag of een koan of nog iets anders dan weer juist die impuls geven, die nodig is om te voorkomen dat er een soort van lethargie optreedt.

Ik moet toegeven, dat ik, na meer dan 20 jaar in de Soto zen te hebben doorgebracht, het inderdaad al dikwijls heb meegemaakt dat mensen op een foute manier het “ophouden wat dan ook te doen” interpreteren, en zo helemaal komen vast te zitten. Ze zitten op hun kussen met het gevoel “ik doe zazen”, en menen dat ze daar niks aan moeten veranderen “want ik doe toch niks?”. Maar je vastklampen aan je zelf gevoel en zo je lijden in stand houden is wel degelijk iets doen. Het ego dat stopt “iets te doen” is maar een eerste stap in het afpellen van een hele reeks lagen van dwangmatig handelen en vastklampen. Het is essentieel van je open te stellen om steeds dieper af te dalen in dat heldere nietsdoen. Voortdurend loslaten, loslaten, loslaten. Verblijven in grote openheid. Dan zal je ontdekken wat je altijd al geweest bent. Als je dat als leraar niet kan overbrengen, zit je met een dojo vol genoeglijk soezende ego’s.

En ja, het omgekeerde is ook waar. Wanneer je mensen drijft in de richting van loslaten en helderheid kan er inderdaad een doelgerichtheid ontstaan die een grijpen is. Spiritueel materialisme. In het ergste geval voedt je ook nog onderlinge concurrentie, dan is het hek helemaal van de dam.

Laat je geest dus niet vergiftigen noch door ideeën over verlichting, noch door ideeën over “er is niets te bereiken”. Weet goed dat er bij authentieke verlichting niets bereikt wordt, en dat authentiek ophouden iets te willen bereiken verlichting is.

Veel hedendaagse zenleraars combineren verschillende strategieën (onder andere die uit de Rinzai en de Soto zen, of nog andere) om onderricht te geven. Het is gewoon heel belangrijk om als leraar goed in te schatten wat precies deze student op dit moment nodig heeft om te evolueren in zijn of haar beoefening… Met de juiste persoonlijke begeleiding staat of valt elke spirituele praktijk. Hoe belangrijk de zazen en het onderricht in groep ook zijn, niets kan de privégesprekken vervangen die evengoed deel uitmaken van de weg.

 

7. Voorbij het lijden.

Begrijp ik het nu goed dat er in de praktijk drie soorten verschuiving plaatsvinden? Geleidelijke evolutie, flitsen van inzicht, en ook meer blijvende perspectiefveranderingen?

Zo zou je het kunnen zeggen. Vooral belangrijk is dat, welke vorm zich ook aandient, de praktijk van heldere observatie verder gaat. Een mooi beeld hiervoor is het verhaal van Odysseus. Na een jarenlange zoektocht vindt hij eindelijk zijn huis, zijn thuis terug. Dat is in zekere zin het einde van zijn tocht. Odysseus’ thuiskomen kan je interpreteren als het ontdekken van zijn ware natuur. Maar eens thuis is zijn werk niet afgelopen: hij moet nog de 108 vrijers buitenwerken: dat zijn de oude gewoontes, de illusies die, hoewel doorprikt, toch blijven spoken en verheldering vereisen.

Dus als ik het goed begrijp is er eerst beoefening, en wanneer er een korte flits van inzicht is, is er gewoon verder beoefening, en na een eventueel groot ontwaken is er nog altijd beoefening?

Helemaal juist. Maar meer en meer zie je deze beoefening niet als een opgave maar als een natuurlijke en vreugdevolle activiteit. Waar je in het begin misschien zen beoefent om verlichting te bereiken, ga je daarna gewoon verder met zen beoefenen om niks. En daarna ga je verder met zen beoefenen omdat dat passend is voor de boeddha die je bent, en altijd al was. Als uitdrukking van je ware natuur. In de zen, vooral in de Soto zen, leggen we al direct de volledige nadruk op het laatste, en hoe langer je beoefent, hoe meer je beseft dat dat inderdaad zo is. Met andere woorden: hoe langer je beoefent – tenminste als je beoefening goed zit – hoe meer zich er een eenvoudige stralende vreugdevolle aanwezigheid manifesteert. Hoe langer je zazen doet, des te meer je het zitten niet als een opgave, maar als een voorrecht gaat beschouwen. Maar zelfs dat is nog een beperkte visie, want er is niemand meer die het als een voorrecht ziet: er is alleen de stralende aanwezigheid van het zijn zelf.

Zijn zo’n doorbraakmomenten als kensho of satori of zelfs diepe perspectiefveranderingen op zich echt nodig?

Of je nu al dan niet korte of lange en diepe doorbraken beleeft, dat speelt geen rol. Het gaat erom dat het licht wordt – of dat nu plots en dramatisch, of traag en geleidelijk gebeurt, maakt niet uit.
Natuurlijk, als er plots een doorbraak is, lijkt het alsof er iets wezenlijks verandert – maar zoals we hebben gezien hoeft dat zeker niet blijvend te zijn. Aan de andere kant kan een stap voor stap blootleggen van de ware natuur heel onspectaculair lijken, maar als juist door die geleidelijkheid tegelijk een diepe verankering in het dagelijkse leven is gegroeid, zal deze realisatie veel sterker en stabieler zijn dan een plotse.

Verlies niet uit het oog dat een perspectiefverandering, hoe revolutionair en diepgaand ze zich ook manifesteert in je leven, niets nieuws van buiten je is dat je verwerft. In dat geval zou het iets heel beperkts zijn. Het is simpelweg een andere, volledigere en natuurlijkere manier van functioneren. In het verleden werd hier dikwijls al te hoogdravend over gedaan, alsof je alleen maar in Hoofdletters en in archaïsche vormen en taal hierover kan spreken. Moest verlichting werkelijk zo uitzonderlijk zijn, dan zou het niet de moeite lonen, ons daarmee bezig te houden. Maar het is dus gewoonweg terugkomen naar de normale toestand, de normale visie. niet betoverd door de inhouden van het denken.

Er zijn dingen die je zegt, die het voor mij heel speciaal doen lijken, en dan doe je weer alsof het de gewoonste zaak van de wereld is.. dat blijft toch verwarrend.

Herinner je het begin van ons gesprek. De meeste mensen leven in een dichte wolk van illusies over hun bestaan. Zij ervaren dat als de normale toestand. Als je spreekt over de mogelijkheid dat de wolk zou kunnen optrekken, klinkt dat voor hen als iets heel bijzonders. Maar het gaat om een normalere situatie. Het is geen andere situatie die de eerste afwisselt, nogmaals het gaat om een landen in de situatie die zich achter de eerste bevindt. In het perspectief dat het andere perspectief omvat. Daarom is het zowel heel speciaal, vanuit het standpunt van de illusies, als doodgewoon vanuit het standpunt van wat we werkelijk zijn. Om terug te keren naar het beeld van de dromer die wakker wordt in zijn bed: stel je voor dat de personages in de droom zouden spreken over “wakker worden en ontdekken dat je de hele tijd al in je bed lag”. Ze zouden dat als iets heel geheimzinnig en spiritueel – of juist als totale onzin bestempelen! Maar op het moment dat je wakker wordt in je bed, is dat de normaalste zaak van de wereld…

Voel je je dan nog soms ongelukkig?

Laat ons zeggen dat, wanneer er echt een verandering in het evenwicht heeft plaatsgevonden, in het algemeen je meest ongelukkige momenten gelukkiger zijn dan de meest gelukkige daarvoor. Dat wil in de eerste plaats niet zeggen dat er geen emoties meer zijn, die worden juist veel dieper en kleurrijker, ook de onaangename. Maar hoewel zelfs verdriet of rouw diep ervaren worden, geven ze veel minder aanleiding tot lijden. Het is alsof het pakje er wel is, maar niemand neemt het aan. Er is geen persoon die het slachtoffer is. En daardoor gaan die emoties ook vlotter voorbij, er is immers niemand die erin blijft hangen.

Zelf heb ik twee momenten ervaren sindsdien, dat er toch een heel slecht gevoel was, dat gepaard ging met identificatie. Je weet dat het een droom is, en toch overspoelt die je. Het eerste geval heeft maar een dag geduurd, en leidde tot een groot inzicht in het mechanisme van gehechtheid en verwachting, dat toch maar weer eens opspeelde. Het tweede geval was hardnekkiger en ging dieper. Een gevoel van grote ellende dat lange tijd aanhield. Het bleek uiteindelijk een waarschuwingssignaal, dat me er attent op maakte dat ik een keuze had gemaakt die niet overeenkwam met dat wat ik diep voelde als de juiste weg, de juiste beslissing. Toen dat duidelijk was kon ik de juiste keuze maken en was het opgelost.

Je ervaart dus lijden meer als een signaal, een symptoom van iets dat niet goed zit? Als een hulp zelfs?

Absoluut. Maar is het in wezen niet altijd zo? Kijk naar de analyse van de historische Boeddha, die de basis vormt van het boeddhisme, de zogenaamde “vier edele waarheden” . Boeddha gaat hier te werk als een arts, die eerst naar de symptomen kijkt (een gevoel van onbevredigdheid of lijden), dan een diagnose stelt (er is een vastklampen aan iets), om dan een behandeling (loslaten) voor te stellen, die in een concreet en gedetailleerd programma wordt gegoten (het achtvoudige pad) .

Zou het kunnen dat, waar fysieke pijn een signaal is dat er een lichamelijke kwetsuur is, en emotionele pijn wijst op een verstoring in het gevoelsleven, lijden een teken is dat we ergens vastzitten in een identificatie?

Maar er is toch ook lijden dat niet afhangt van een keuze?

Dat wordt dan ervaren als louter pijn. Pijn op zich is geen lijden. Ik heb bij momenten intense fysieke pijn geleden, die geen lijden was, omdat er niemand was die het slachtoffer was. Dan voel je pijn als energie, ik kan het niet anders zeggen. Soms is het onaangename aspect ervan niet aanwezig; op andere momenten wel, maar is er nog altijd geen slachtoffer. En dan weer wel. Maar pas op, het laatste dat je moet doen is het lijden en/of de pijn van anderen gaan relativeren. Bied elke hulp die je kan bieden, op alle niveaus. Observeer eerder je eigen pijn en lijden. Maar dat wil niet zeggen, dat wanneer ik pijn heb of ziek ben of me slecht voel, ik niet heel erg de aanwezigheid, aandacht en steun van anderen waardeer natuurlijk. Dat niveau blijft. Het geeft geen zin om met opzet onaangenaam tegen mij te doen, uit de overweging dat het voor mij toch eender zou zijn. Dat is voor ons beiden niet fijn.

Ook als je het niet meer als even echt ervaart?

Wanneer heb je het meest aan een film of roman? Wanneer je gelooft dat het allemaal echt is? Wanneer je geen moment meegaat in het verhaal? Of wanneer je tot op zekere hoogte meegaat in het verhaal, in het besef dat er een meer fundamentele werkelijkheid is?

In het laatste geval, natuurlijk…

Dat denk ik ook.

Nu is het uiterst belangrijk goed te beseffen dat ik op geen enkele manier de relatieve werkelijkheid, waarin we allemaal rondlopen als individuen in een wereld, ontken. Mensen worden soms erg geïrriteerd als ze deze uitleg horen omdat ze het niet vatten: ze denken dat, wanneer je wijst op een meer fundamentele werkelijkheid, je de andere ontkent. Wanneer ik de wereld van de verschijnselen vergelijk met een film of een gezelschapsspel, menen ze dat ik zeg dat het leven in deze wereld op dit niveau niet meer betekenis heeft dan een film of spel op ditzelfde niveau. Ze denken dat ik zeg dat spel en werkelijkheid hetzelfde zijn, dat het geluk en het lijden van de mensheid maar een “spelletje” is; maar ik beweer juist dat het niveaus zijn die je goed uit elkaar moet houden! Vervolgens zeg ik dat zoals een spel virtueel is ten opzichte van de rest van ons leven, waarin we “echt gaan werken” enzovoort, op dezelfde manier er een niveauverschil is tussen deze “echte” werkelijkheid en een “nog echtere” werkelijkheid, wat het niveau van de leegte, grenzeloosheid is. Nog eens: het is uiterst, uiterst belangrijk dit goed te begrijpen. Zelfs als er fundamenteel geen gescheidenheid is, doet dat ene zich voor als een veelheid aan verschijnselen, die de vorm aannemen van een geneste structuur, een bestaan in niveaus met andere woorden.

En zoals iemand die zichzelf goed in zijn zetel voelt zitten, goed wetend dat hij niet de pion is, een uitstekende en begeesterde monopolyspeler zal zijn, zo zal iemand die zich niet uitsluitend identificeert met het individu, een beter en bevrijder leven leiden…

Het is duidelijk dat iedereen, die echt het meer fundamentele niveau van ongescheidenheid realiseert, een beter mens wordt. Fantasieën over mensen die eenheid realiseren en dan enkel nog om zichzelf geven zijn inderdaad niets meer dan wilde fantasieën, ofwel zijn ze gebaseerd op het gedrag van mensen met een onvolledige realisatie.

Zo’n reacties zijn gebaseerd op de angst dat, wanneer je niet meer leeft vanuit een bikkelhard zelfgevoel, je dan “erop los zal leven” en alle maatschappelijke regels en menslievendheid overboord zal gooien. Waarschijnlijk komen deze ideeën voort uit de opvatting dat maar een dun laagje beschaving ons ervan weerhoudt ons als “beesten” te gaan gedragen. Dat laagje beschaving zou dan afhangen van een zelfgevoel – het zelf wordt gezien als dat wat het beest in ons controleert en in banen leidt. Dat slaat helemaal nergens op. Natuurlijk is het juist andersom: het is precies het gevoel een afgescheiden zelf te zijn, dat leidt tot angst, defensief gedrag, egoïsme, agressiviteit…

Wanneer je werkelijk gevestigd bent in de ongescheidenheid, heb je geen enkele twijfel meer over hoe belangrijk het is dat alle mensen zonder onderscheid kunnen leven in goede, waardige omstandigheden, met een minimum aan fysieke en emotionele pijn, en doordrongen van een zo diep mogelijk geluk. Dat is een waarheid die ieder voor zichzelf kan ervaren, en die bovendien bevestigd wordt door het leven en onderricht van alle grote leraren uit alle tradities. Ontwaken tot de ongescheidenheid van het bestaan heeft niets te maken met “zweverigheid” of een verliezen van het contact met de realiteit. Het is juist door op te houden vanuit onze fantasieën te leven dat we werkelijk, doorheen een hernieuwd contact met de levende stroom van zijn op elk moment, de eenheid met en van onze ware natuur zullen terugvinden.

Luc De Winter, Stockholm, 13 juli 2017
©Luc De Winter 2017