FAQ

Waar kan ik met mijn vragen terecht?

In de zen wordt het persoonlijke contact sterk benadrukt. Als je vragen hebt, stel je ze dus best in de dojo. Daarvoor hebben we grofweg drie manieren. Je kunt informeel voor of na zazen een vraag stellen aan een van de verantwoordelijken of oudere leerlingen, dat is altijd mogelijk. Je kunt ook om een persoonlijk onderhoud vragen, dan zetten we ons even apart en bespreken je vraag. En een derde, heel interessante manier is gebruik maken van de ‘mondo’: een publiek vraag-en-antwoord in de dojo, begeleid door de voorzitter. In onze sangha is het de gewoonte dat wie een vraag of twijfels heeft het initiatief neemt. Zit dus niet te wachten tot je gevraagd wordt iets te zeggen. Je kunt op elk moment naar iemand toestappen en je vraag stellen – behalve tijdens zazen natuurlijk!

 

Moet ik echt in de lotushouding zitten?

Nee. Maar het is meer dan de moeite waard om zo dicht mogelijk in de buurt van een lotushouding te komen. Om twee redenen. Ten eerste is het niet onbelangrijk om een degelijke lichamelijke investering in je zazen te steken. Zazen is niet een ‘zuiver mentale’ praktijk, de fysieke betrokkenheid is fundamenteel om je beoefening in de realiteit van je leven te wortelen. Ten tweede is de lotushouding (of varianten ervan) een heel goede houding, een werkelijke belichaming van de geesteshouding in zazen: stabiel en geworteld in dit moment, open voor wat zich aandient en alert om te kijken naar de aard daarvan. Wie de houding niet kan aannemen is vanzelfsprekend even welkom. Voor elke moeilijkheid zijn oplossingen te vinden. Hou er wel rekening mee dat de dojo op een derde verdieping ligt en dat er geen lift is.

 

Kan ik niet even goed thuis zazen doen?

Natuurlijk is het sterk aangeraden om thuis zazen te doen. De dag standaard beginnen en/of afsluiten met zazen is de beste garantie op een verdieping van je beoefening en dat lukt niet altijd in de dojo. Toch is het heel belangrijk om regelmatig naar de dojo te komen. Ten eerste omdat, hoe eenvoudig de techniek van zazen ook is, de kans heel erg groot is dat onze ingewikkelde geest er iets anders van maakt. Daarom is een regelmatig contact met een levend onderricht (liefst ook op de sesshins of meerdaagse zenstages!) simpelweg onontbeerlijk. Ten tweede is de ervaring van samen met anderen zazen te doen op zich al een uitdrukking van waar zazen over gaat: de doorleefde ervaring van het ongescheiden bestaan. Wie enkel op zichzelf mediteert loopt het risico van er een eerder geïsoleerd en zelf opgeblazen ego aan over te houden.

 

Is zen boeddhistisch?

Ja. Historisch gezien ontstond de zenschool helemaal in de schoot van het Chinese en Japanse boeddhisme. Maar het is wel altijd een bijzonder kenmerk van de zen geweest om wars te zijn van filosofische of psychologische systemen die in andere boeddhistische scholen wel vaak opgebouwd werden. Dat maakt de zen bijzonder aanpasbaar aan nieuwe tijden en nieuwe plaatsen. Dus hoewel wij inderdaad een aantal Japanse vormen en ceremonieën geërfd hebben en ons duidelijk in de lijn van meester Dogen stellen, is het ook heel duidelijk dat onze zen niet de zen van Japan of China is. Net zoals de zen van de eenentwintigste eeuw ook best helemaal anders kan worden. Maar de rode lijn van al die veranderingen en aanpassingen is altijd de vraag: hoe kan het ontwaken van Boeddha Shakyamuni en zijn opvolgers beleefd en doorgegeven worden in deze tijden?

 

Moet ik dan boeddhist zijn of worden om naar de dojo te komen?

Neen.

 

Ik ben christen/jood/moslim/vrijzinnige… is dat verenigbaar met dojobezoek?

Absoluut. Je zou trouwens niet de eerste zijn. De zen heeft geen enkel religieus dogma en gaat werkelijk enkel over de authentieke beleving van de realiteit van ons bestaan. De wijsheid en het mededogen dat van hieruit opwelt is verenigbaar met alle andere wijsheidstradities.

 

Ik voel me helemaal niet religieus, of spiritueel. Ik wil gewoon een beetje op krachten komen of uitrusten. Kan dat?

Natuurlijk. Als je denkt dat samen zitten in de dojo je deugd kan doen, wees welkom. Het onderricht en de omgeving is gericht op mensen die de weg van de zen vanuit ‘de geest van het ontwaken’ willen beoefenen. Maar dat is een puur persoonlijke beslissing.

 

Is zen een therapie?

Neen. Er bestaan inderdaad therapieën die gebruik maken van zitmeditatie (mindfulness, om er maar eentje te noemen) en sommige van die trainingen zijn efficiënt. In de dojo bieden we geen therapie of training. Het is belangrijk om dat goed voor ogen te houden. De leraren in Ho Sen zijn geen psychologen, psychiaters of therapeuten en zijn op geen enkele manier opgeleid om psychische, labiele situaties op te vangen of op te lossen. Om zazen te kunnen doen heb je een minimum aan zelfbeheersing en alertheid nodig. Als je een therapie volgt of medicijnen neemt, meld ons dat dan en stop je medische begeleiding niet zondermeer omdat je nu zazen doet.

 

Wat is de rol van een leraar?

Een zenleraar is iemand die je bijstaat om je eigen praktijk te verdiepen, met een levend onderricht dat gebaseerd is op de overdracht van geest-tot-geest (ishin denshin). Je zou kunnen zeggen dat een leraar een doorgeefluik is, voornamelijk door de manier waarop hij/zij zelf de dharma belichaamt en jou enthousiasmeert om de dharma zelf te belichamen. In de praktijk groeit een leerling-leraar relatie organisch en verschilt die van persoon tot persoon. In elk geval is het van belang om niet van een zenleraar te verwachten dat hij/zij al je problemen voor je zal oplossen. In het beste geval leer je bij een leraar autonomer en vrijer te worden. Maar dat hangt ook van je eigen houding af.

 

Hoe weet je wie je leraar is?

Dat beslis je zelf – of in elk geval zal niemand je een leraar opleggen. De leraren van de dojo zijn leerlingen van meester Yuno Rech.

 

Waar dienen de ceremonieën voor, kunnen die niet weggelaten worden?

Dat zouden we inderdaad kunnen doen. De basis en het fundament van de beoefening is en blijft zazen en daar heb je strikt genomen geen enkele ceremonie voor nodig. Als je een bloedhekel hebt aan ceremonieën of andere redenen hebt om er niet aan mee te doen hoef je je dan ook helemaal niet verplicht te voelen om mee te doen. Het duurt hooguit tien minuten, het zal snel afgelopen zijn. Waarom doen we ze dan wel? Daar zijn een hele reeks goeie redenen voor. Om je een idee te geven:

1. Als uitdrukking van het feit dat zazen in de dojo doen geen ontspanningstechniek is. Het is de praktijk van onze Boeddhananatuur en alle bewegingen en teksten in de ceremonie drukken dat uit.

2. Als eenvoudige praktijk van ‘zen in beweging’. Net zoals in zazen concentreren we ons helemaal op elk gebaar en elke klank. Zo wordt de overdracht van zazen in onze dagelijkse bezigheden, waarin we veel bewegen en klank voortbrengen, makkelijker gemaakt. We zingen die teksten trouwens in het Japans en het Chinees, zodat we tijdens de ceremonie echt klanken uitstoten en niet al te veel bezig zijn met hun inhoud. (Natuurlijk is de studie van die teksten best aan te raden).

3. Als uiting van vrijgevigheid. Zazen kan makkelijk ontaarden in navelstaarderij. In een ceremonie moeten we sterk op elkaar letten, ons op elkaar afstemmen en echt deelnemen aan wat er op dat moment in de dojo gebeurt. Zo kan onze zazen ook meer het aspect van actieve deelname aan het bestaan krijgen en kunnen we ons dagelijkse leven ook meer in de geest van vrijgevigheid beleven.

4. Simpelweg als overgang tussen stil zitten en op jezelf letten en de terugkeer naar de drukte van de straat.

 

Waarom kan er niet gewoonweg één soort van boeddhisme zijn, waarom al dat onderscheid tussen Tibetanen, zenboeddhisten, vipassana enzovoort?

Dat heeft vooral te maken met de enorme spreiding van het boeddhisme in heel Oost-Azië tussen de zesde eeuw voor Christus en pakweg de dertiende eeuw na Christus. Het boeddhisme heeft zich niet gestructureerd verspreid, maar eerder als een deltarivier. In de verschillende eeuwen en sterk verschillende culturen van Azië paste het boeddhisme zich telkens aan de tijdelijke en locale situatie aan. In een periode waarin geen massacommunicatie bestond ontwikkelde het boeddhisme in de verschillende landen telkens heel eigen methodes, technieken en manieren om die te onderrichten en uit te drukken. Er zijn daarnaast ook periodes geweest in de geschiedenis van het boeddhisme waarin grote leraren los van elkaar in hetzelfde land verschillende aspecten van de dharma benadrukten. Dat gebeurde doorgaans in periodes waarin dat land door dramatische veranderingen ging (zoals het dertiende-eeuwse Japan van Dogen). Net omdat de verschillende reacties van de leraren zo aantrekkelijk, efficiënt en diep waren, bleven de verschillen bestaan. Dat maakt dat het boeddhisme vandaag eerder een waaier van krachtige methodes is dan één monolithisch blok. Dat leidt soms inderdaad tot discussies en bevragingen – wat een gezonde zaak is – maar van ‘verkettering’ van de andere stromingen is geen sprake.

 

Er is geen klooster, maar er zijn wel monniken. Hoe zit dat?

In Ho Sen zijn inderdaad een aantal monniken en nonnen die toch in familieverband leven en voor hun dagelijks inkomen een baan hebben. Dit maakt deel uit van de visie van drie generaties van meesters in onze school (Kodo Sawaki, Taisen Deshimaru en Roland Yuno Rech), waarin onderzocht wordt hoe de zenmonnik in onze geseculariseerde moderne wereld als een bodhisattva kan beoefenen met en naast de leken. Het monnikenleven en het lekenleven lijken op deze manier weinig te verschillen. De essentie van het verschil ligt in de belofte van de monnik of non om in deze taak de praktijk van en met de sangha centraal te stellen. Je zou kunnen zeggen dat de monniken en nonnen zich specialiseren in het mogelijk maken van zazen en onderricht voor iedereen.