16 oktober – wereldvoedseldag
In de zen zitten we op ons kussen en zoeken niet naar profijt voor onszelf. We doorboren alles wat opkomt met een gelijkmoedige en heldere blik. Alles is vluchtig, niets blijft. Dat kan een geweldige zucht van verlichting geven. Maar die zucht is maar de helft van waar het om gaat. De hele rest van ons leven is één aanhoudende reeks van gelegenheden om de realiteitswaarde van die zucht na te gaan. Is het een zucht van ontwaken, of is maar een windje? Is het de poort naar een ander soort van leven of is het een excuus om uit het leven te vluchten?
Dogen noemt dat de genjokoan: de dwingende vraag die de binnen- en buitenwereld ons op dit moment stelt: hoe zit het ermee? Laat eens zien hoe verwezenlijkt je nu bent. Het is een dialoog tussen jou en de realiteit. Hoe je ook reageert, er zal geen applaus volgen. De bevestiging (sho) zit in de verwezenlijking (sho) zelf, de beloning zit in het gebaar zelf. Dat is de weg van de soto-zen. We noemen dat soms ook ‘het onderricht van voelende en niet-voelende wezens’: op elk moment vraagt de hele wereld – de mensen, het TV-journaal, het verkeer, het weer, de dieren, de planten, alle omstandigheden – ons met aandrang: hoe drukt jouw praktijk zich nu uit in relatie met wat hier te zien is? Dit is een niet te onderschatten bron van concrete, reële kracht, oriëntatie, inspiratie, wijsheid en mededogen.
Voor wie praktijk van de genjokoan wat ongrijpbaar overkomt, is er ook de concreter beschreven weg van de zes paramita’s of ‘volmaaktheden’: vrijgevigheid, een morele levenswandel, geduld, inspanning, concentratie en wijsheid. Niet om onszelf te vervolmaken, niet om onszelf te zuiveren, maar als bakens voor de uitdrukking van de Boeddha die we nu al zijn. We beoefenen die Boeddha ook weer zonder te zoeken naar wat ons dit zelf moet opleveren. Daarom is vrijgevigheid (fuse) paramita nummer één. Hier wordt de vraag van één miljoen gesteld: sluit onze praktijk ons op in een zelfgenoegzame cocon of durven we open, kwetsbaar en soms zelfs onzeker vrijgevig te zijn, in woord en daad, in de wereld van voelende en niet-voelende wezens?
Op 16 oktober is het wereldvoedseldag. Er wordt ons gevraagd om te geven omdat er zo ontzettend veel hongersnood is op onze kleine wereldbol. We kunnen ons achter de politiek of zakenwereld verstoppen en besluiten dat zij de honger moeten oplossen, zij hebben per slot van rekening de macht en het geld ervoor. We kunnen ons ook afvragen hoe het mogelijk is dat we sinds de jaren 1940 technologisch in staat zijn om alle monden van de wereld te voeden, maar er moreel er niet in slagen om dat ook te doen. Maar dat is filosofie, geen praktijk. Op 16 oktober klinkt het onderricht van voelende en niet-voelende wezens: “Er is honger. Veel. Nu. Hoe zit het met jouw praktijk?”
Geef. Geef veel. Als je het niet doet omdat het evident is, doe het dan omdat het de eerste paramita is. En zoek niet naar wat dat jou moet opleveren.
Tom Shoden Hannes