“Kim is zen!”

Onlangs keek ik naar het nieuws. Het ging over Kim. Hoe ze de US Open gewonnen had. Twee sportjournalisten spraken er een kwartiertje over. Ze waren het niet eens of Kim al dan niet te dik was; en was Kim nu echt zo super of was het vrouwentennis vandaag wat pover? Waar de twee elkaar wel vonden was in de conclusie dat Kim ‘zen’ op het veld stond. Kim was zen. Dit is natuurlijk geen nieuw verschijnsel. In Frankrijk is soyez zen al minstens vijftien jaar de opvolger van cool. In het Nederlands begint het nog maar op te komen, maar naar alle waarschijnlijkheid zal ‘zen’ ook hier een blijver zijn. Is dit jammer? In zeker zin wel. Natuurlijk is de weg van de zen niet hetzelfde als zo gefocust zijn op het behalen van een doel (geld verdienen, aan de top staan) dat je alle emoties voor een tijd blokkeert. Maar er is ook een andere kant van het verhaal. ‘Zen’ is nu eenmaal een Nederlands woord geworden en het betekent onder andere ‘niet alle kanten uitvliegen omdat de dingen niet lopen zoals je wilt’. We kunnen daar als zenbeoefenaars over kniezen. We kunnen ook wat interessanters proberen te doen. Dit zijn alvast twee dingen die ik zelf probeer: Ten eerste probeer ik minstens op die manier ‘zen’ te zijn. Je reacties observeren en er een elegantie en rust in brengen is immers lang niet zo’n slechte praktijk. Als de maatschappij denkt dat ‘zen zijn’ synoniem is voor niet hysterisch of paniekerig zijn, dan heeft ze niet helemaal ongelijk. Wij, beoefenaars van de (echte) zen, lopen zelfs af en toe het risico om precies hierin wat nonchalant te zijn. Soms zijn we zo gericht op overstijgende diepgang dat we onze interesse voor ons concrete gedrag verliezen. We weten bijvoorbeeld dat zen niet te herleiden is tot rust en daarom houden we ons niet intensief bezig met rustig zijn. Zo kunnen we stilaan terechtkomen in een laat-me-gerust-zen, waarin we onze zin en tegenzin niet te veel in de weg leggen om onszelf niet te onderdrukken. Maar zo’n praktijk verwart ‘ongestoord zijn in de zen’ met ‘niet gestoord willen worden door de zen’. Het verwart ‘overstijgen’ met ‘verwaarlozen’. Niet zo zen is dat. In beide betekenissen. Dit aspect is zo belangrijk in de zen dat het een eigen naam heeft: zanshin, ‘de geest van het gebaar’, de liefdevolle aandacht voor elk object, elk gebaar, elke communicatie als gelegenheid om de weg diepgaand en concreet te beoefenen. Rust en stressvaardigheid is daar absoluut een deel van. Laten we dus niet al te snel neerbuigend spreken over de cool side of zen. Is Kim dan zen? Wie zal het zeggen? In de zin van stressbeheer wellicht wel. Ik zie haar alleen maar tennissen op TV. In de andere, diepe zin wellicht niet. Maar dat beweert ook niemand. En daar zit het tweede punt: het is het aan ons, beoefenaars, en niet aan sportjournalisten om duidelijk te maken dat zen uiteindelijk daar niet om draait. Dat kunnen we doen door te spreken, in discussie te gaan. Dat is belangrijk, maar ook ontzettend moeilijk. Niet elk gesprek biedt de gelegenheid om er diep op in te gaan. Bovendien is het risico dat je in zo’n debat gegrepen wordt door zelfgenoegzaamheid (ik heb contact met iets diepers en jij niet) en zelfs intolerantie (‘zen’ is mijn woord en daar blijf jij af) niet te onderschatten groot. Wat we wel altijd kunnen en moeten doen is onze eigen praktijk onder de loep houden: hoe beoefen ik op dit moment de zen? Wat is de kern van de zen en doe ik dat nu? Bijvoorbeeld als de stress op het werk volop giert? Of als ik mijn sleutels niet vindt? Of als er in mijn huis binnengebroken is? Waar toont zich in mijn gedrag naar buiten toe de echte zen? Hoe is mijn zanshin nu? Zonder me eruit te lullen over oppervlakte of diepgang. Dat is de vraag die zich op elk moment stelt. Die beantwoorden we soms met woorden – maar altijd met ons gedrag. Hoe meer we een mooi en inspirerend gedrag tonen als vanzelfsprekend en diep beoefende praktijk, des te meer zal ‘zen’ als woord een juiste betekenis krijgen in de maatschappij. Het zal van onze actie afhangen. Niet van onze meningen over sportjournalisten. Tom Shoden Hannes