Teksten van de ceremonie

Kesasoetra of Takkesa Ge

13 januari 2009

Dai sai gedap-puku
Muso fuku den e
Hi bu nyorai kyo Ko do shoshu jo.   O kleed van de grote bevrijding, kesa van het veld van het onbegrensde geluk. Met geloof ontvang ik het Boeddhaonderricht om alle voelende wezens vrijgevig te helpen.   Dit vers wordt ‘s ochtends drie keer na zazen gezongen met de handpalmen tegen elkaar. De tekst drukte eerbied uit voor de kesa, het monnikskleed, als teken dat een zenpraktijk in wezen geen zaak van wellness of ontspanning is, maar een beoefening van de bevrijdingsweg van de Boeddha. Rust en welzijn zijn mooie neveneffecten, maar die zullen beperkt en fragiel blijven zolang dit de enige reden is van je praktijk. Meester Deshimaru drukte dat in zijn typisch uitdagende stijl uit als: “Zazen zonder de kesa is gymnastiek.”  

 

   

 

Hannya Shingyo

12 januari 2009

Inleiding

We hebben in onze sangha de gewoonte om onze ceremonie te zingen in het Chinees en het Japans. Niet alleen omdat we een internationale sangha zijn, maar zeker om van de ceremonie in de eerste plaats een eenvoudige handeling te maken eerder dan een moment om ons hoofd te breken over boeddhistische teksten. En voor de Hannya Shingyo is dat zeker meegenomen, want zonder begeleidende voetnoten kom je uit deze superbeknopte samenvatting van de filosofie van de leegte niet heel ver.

Ook in deze korte inleiding kunnen we niet al te diep ingaan op de rijke inhoud van deze tekst. Wie er zich in wilt verdiepen kan in de dojo de commentaren van Dogen, Deshimaru en Yuno Rech krijgen.

Maar voor wie ongeduldig is: de Maka Hannya Haramita Shingyo, of de Kern van de Soetra van de Immense Wijsheid die de Andere Oever Bereikt Heeft – of kortweg de Hartsoetra – is een klassieke mahayanaboeddhistische tekst die in heel kernachtige bewoordingen de visie van de leegte (sunyata, ku) samenvat. Het is een dialoog tussen de symbolische bodhisattva van het mededogen Avalokitesvara (Kanjizai bosatsu) en Sariputra (Sharishi), waarin Avalokitesvara uitlegt dat als je werkelijk inziet dat geen enkel verschijnsel ontsnapt aan de leegte (het feit dat elk bestaan niets anders is dan een bestaan in onderlinge afhankelijkheid en dus tijdelijk en fundamenteel ongrijpbaar), het echte Boeddhawerk kan beginnen: lijdende wezens helpen te ontwaken. De Hannya Shingyo is heel kort en bijna in stenoschrift opgesteld, zodat in deze enkele regels de tekst de leegte verkondigt van elk element van onze persoonlijkheid, van alle fysische verschijnselen én van de hele boeddhistische leer. Als climax klinkt het woord dat voor Dogen, Deshimaru en Yuno Rech centraal staat: mushotoku: een beoefening die niet opgesloten is in een verwachtingspatroon, zelfs niet in dat van ‘de andere oever’ van nirvana.

 

Gereciteerde tekst

 

Kan ji zai bo satsu. Gyo jin han-nya ha ra mi ta ji. Sho ken go un kai ku. Do is-sai ku yaku. Sha ri shi. Shiki fu i ku. Ku fu i shiki. Shiki soku ze ku. Ku soku ze shiki. Ju so gyo shiki. Yaku bu nyo ze.

Sha ri shi. Ze sho ho ku so. Fu sho fu metsu. Fu ku fu jo. Fu zo fu gen. Ze ko ku chu. Mu shiki mu ju so gyo shiki. Mu gen ni bi zes-shin ni. Mu shiki sho ko mi soku ho. Mu gen kai nai shi mu i shiki kai. Mu mu myo yaku mu mu myo jin. Nai shi mu ro shi. Yaku mu ro shi jin. Mu ku shu metsu do. Mu chi yaku mu toku. I mu sho toku ko.

Bo dai sat-ta. E han-nya ha ra mi ta ko. Shin mu kei ge mu kei ge ko. Mu u ku fu. On ri is-sai ten do mu so. Ku gyo ne han. San ze sho butsu. E han-nya ha ra mi ta ko. Toku a noku ta ra san myaku san bo dai. Ko chi han-nya ha ra mi ta. Ze dai jin shu. Ze dai myo shu. Ze mu jo shu. Ze mu to do shu. No jo is-sai ku. Shin jitsu fu ko. Ko setsu han-nya ha ra mi ta shu. Soku setsu shu watsu.

Gya tei, gya tei ha ra gya tei. Hara so gya tei bo ji sowa ka.

Han-nya shin gyo.

 

Vertaling

 

De bodhisattva van het mededogen ziet door zijn diepe beoefening van de grote wijsheid dat de bestanddelen van ons zelf[1] niets dan leegte zijn, en door dat begrip verlicht hij alle lijden. Sariputra, de vormen (shiki) verschillen niet van de leegte (ku) en de leegte verschilt niet van de vormen. Shiki is zelf ku, ku is zelf shiki. Dat geldt ook voor de gewaarwordingen, de waarnemingen, de mentale constructies en het bewustzijn.

Sariputra, alle bestaansvormen worden gekenmerkt door ku. Ze worden niet geboren en sterven niet, ze zijn niet zuiver en niet bezoedeld, ze nemen niet toe en niet af. Dus in ku is er geen vorm, geen gewaarwording, geen waarneming, geen mentale constructie, geen bewustzijn; er is geen oog, geen oor, geen neus, geen tong, geen lichaam en geen bewustzijn; er is geen kleur, geen geluid, geen smaak, niets tastbaars, geen gedachte; dus in ku bestaat het domein van de zintuigen niet. Er is geen onwetendheid en geen ophouden van onwetendheid. Er is geen ouderdom en dood, en geen ophouden van ouderdom en dood.[2] Er is geen lijden, geen oorzaak, geen ophouden, geen pad.[3] Er is geen wijsheid, geen verwerven en geen niet-verwerven (mushotoku).

Dankzij de grote wijsheid die naar de overkant leidt, kent de onbelemmerde geest van de bodhisattva geen angst en zijn alle gehechtheden uit de weg geruimd. Hij kan tot het ultieme doel komen: het nirvana. Alle vroegere, huidige en toekomstige Boeddha’s beoefenen de grote wijsheid en bereiken zo het meest volmaakte ontwaken. Dus moeten we begrijpen dat hannya haramita de grootste, schitterendste en meest lichtende mantra is, de hoogst verheven van alle mantra’s, onvergelijkbaar. Zijn kracht snijdt alle lijden door. Dit is de waarachtige mantra, waardoor we de essentie van alle waarheid kunnen bereiken:

Gaan, gaan, samen voorbij de overkant gaan, tot aan de totale verwezenlijking van de Weg.


[1]              De vijf skandha’s: lichaam, gewaarwordingen, waarnemingen, impulsen en bewustzijn.

[2]              Onwetendheid en ouderdom-en-dood zijn de eerste en laatste schakel van de ‘twaalf oorzaken’, een klassieke voorstelling van het feit dat alles veroorzaakt en geconditioneerd is, één van de basiselementen van de dharma. Zie innen.

[3]              De vier edele waarheden, de eerste uiteenzetting van de Boeddha na zijn ontwaken.

Sandokai

11 januari 2009
Inleiding De Chinese leraar Sekito vertelt in zijn Sandokai eigenlijk hetzelfde als de Hannya Shingyo: vorm en leegte zijn niet gescheiden, ze zijn twee manieren van naar de realiteit te kijken. Als je te veel nadruk legt op één van de twee, kom je vast te zitten in verwarring en dogmatisme. Sekito doet dit echter op zijn Chinees: poëtisch en met termen die Chinezen vanuit hun cultuur gebruikten. San, ‘verschil’ staat voor de wereld van de vormen en tegenstellingen. Do ‘eenheid’ is de visie van de leegte. Kai betekent dat ze beiden voor ogen gehouden moeten worden, want dat ze zonder elkaar niets te betekenen hebben. Terwijl de Hannya Shingyo op Indiase wijze het ideaal beschrijft als de overkant bereiken, spreekt de Sandokai meer vanuit het ideaal van een harmonie (kai) met de weg (tao). Sekito was een voorloper van de soto-zen, waarin het samengaan van verschil en eenheid voornamelijk uitgediept wordt in het niets-dan-zitten van zazen en in elke activiteit van het dagelijkse leven. Daarom ook de doorleefde oproep van Sekito in zijn laatste regels: alsjeblief, verlies je tijd niet, beoefen nu!   In de dojo zijn ook de commentaren van Taisen Deshimaru en Roland Yuno Rech te verkrijgen.   Reciteerde tekst (onderlijnde lettergrepen zijn dubbel zo lang als de andere)   Chikudo daisen no shin, tôzai mitsu ni aifu su. Ninkon ni ridon ari, dô ni nanboku no so nashi. Reigen myô ni kô kettari, shiha an ni ruchû su. Ji o shû suru mo moto kore mayoi; ri ni kanô mo mata satori ni arazu. ? Mon mon issai no kyô ego to fu ego to. Eshite sarani ai wataru; shikarazareba kurai ni yotte jû su. Shiki moto shitsu zô o kotoni shi; shô moto rakku o koto ni su. An wa jôchû no koto ni kanai; mei wa seidaku no ku o wakatsu. Shidai no shô onozukara fukusu, kono sono haha o uru ga gotoshi. Hi wa nesshi, kaze wa dôyô, mizu wa uruoi, chi wa kengo. Manako wa iro, mimi wa onjô, hana wa ka, shita wa kanso. Shikamo ichi ichi no hô ni oite, ne ni yotte habunpu su. Honmatsu subekaraku shû ni kisubeshi; sonpi sono go o mochiyu. Meichû ni atatte an ari, ansô o motte ô koto nakare. Anchû ni atatte mei ari, meisô o motte miru koto nakare. Meian ono ono aitai shite hisuru ni zengo no ayumi no gotoshi. ? Banmotsu onozukara kô ari, masani yô to sho to o iu beshi. Jison sureba kangai gasshi; riôzureba senpô sasô. ? Koto o ukete wa subekaraku shû o e subeshi; mizukara kiku o rissuru koto nakare. Sokumoku dô o e sezunba, ashi o hakobu mo izukunzo michi o shiran. Ayumi o susumureba gonnon ni arazu, mayôte senga no ko o hedatsu. ? Tsutsushinde san gen no hito ni môsu, ??kôin munashiku wataru koto nakare.??Ø   Vertaling   De geest van de grote wijze van India wordt op intieme wijze van west naar oost overgedragen. Mensen kunnen scherpzinnig of stompzinnig zijn, maar de Weg heeft geen noordelijke of zuidelijke patriarchen. De spirituele bron schittert helder in het licht, de zijrivieren stromen in het donker. Gehechtheid aan verschijnselen is oorzaak van illusie, maar de vereniging met de eenheid is nog geen ontwaken. Alle zintuiglijke objecten werken op elkaar in en toch ook niet. Onderlinge wisselwerking verhoogt de solidariteit, anders behoudt alles zijn plaats. De visuele objecten variëren in kwaliteit en vorm. De klanken zijn soms aangenaam, soms onaangenaam. In het duister vermengen zuiverheid en bezoedeling zich. In het licht onderscheiden zuiverheid en bezoedeling zich. De vier elementen keren terug naar hun natuur, zoals een kind terugkeert naar zijn moeder. Vuur verwarmt,de wind waait, water bevochtigt en aarde is solide. Oog en zicht, oor en geluid, neus en geur, tong en smaak, zo ontwikkelen de bladeren zich voor elke bestaansvorm volgens hun wortel. De stam en de bladeren delen dezelfde essentie, edel en vulgair zijn maar woorden. In het licht bestaat de duisternis, maar zie de duisternis niet als duisternis. In de duisternis bestaat het licht, maar zie het licht niet als licht. Licht en duisternis verschillen, zoals de voorste en achterste voet als je wandelt. Alle dingen hebben hun waarde, uitgedrukt volgens hun functie en plaats. Ze bestaan als verschijnselen en passen op elkaar, als een doos en een deksel. Ze stemmen overeen met het principe, als twee pijlpunten die elkaar raken. Als je deze woorden hoort, begrijp dan hun betekenis, en maak geen eigen categorieën. Als je de weg die onder uw voeten ligt niet begrijpt, Hoe zult je dan de weg kennen als je erop loopt? Vooruitgang in de beoefening is geen kwestie van veraf of dichtbij, maar verwarring schept hindernissen als bergen en rivieren. Zoeker van de weg, ik smeek je, verspil je dagen en nachten niet.

Shiguseiganmon – de vier bodhisattvageloften

10 januari 2009

Tekst met vertaling

Shujo muhen seigando.
Hoe oneindig veel wezens er ook zijn, ik beloof ze allemaal te redden.

Bonno mujin seigandan.
Hoe oneindig veel passies er ook zijn, ik beloof ze allemaal te boven te komen.

Homon muryo seigangaku.
Hoe oneindig het onderricht ook is, ik beloof het helemaal te verwezenlijken.

Butsudo mujo seiganjo.
Hoe volmaakt de Boeddhaweg ook is, ik beloof hem helemaal te verwezenlijken.

Commentaar

Deze vier geloftes vormen het programma van de bodhisattva, het ideaal van het mahayanaboeddhisme, waarvan de zen deel uitmaakt. Ze markeren het verschil tussen een praktijk die enkel dient om jezelf beter te voelen (wellness-zen) of om zo snel mogelijk verlicht te zijn en je terug te trekken in je eigen gelukzaligheid. Die twee houdingen worden ‘hinayana’ genoemd, vrij vertaald ‘zo kleingeestig dat de essentie van de weg verloren raakt.’

Een echte praktijk leidt tot een echt mededogen, dat geen piëtistisch gevoel van eenheid of wazige mystiek is waarin alles in orde is, maar een bruisend, actief leven waarin je eigen bestaan en dat van de anderen fundamenteel ongescheiden is. Om dat te kunnen doen, moet je natuurlijk stabiel genoeg zijn om je niet door je bonno’s (illusies) te laten meeslepen. Helaas hoeven we geen voorbeelden te verzinnen over hoe hooggestemde revolutionaire idealen kunnen omslaan tot onderdrukking en massale moordpartijen. En het is niet omdat je zazen doet en jezelf boeddhist noemt dat je van alle illusies gevrijwaard bent. Opletten blijft de boodschap. Daarom beloven we onze bonno’s onder handen te nemen.

Ten derde beloven we alle onderrichtingen te bestuderen. Dat zijn niet alleen de teksten lezen, maar werkelijk elk verschijnsel observeren als een uiting van de realiteit, van de dharma. Dus ook onze bonno’s uit de vorige paragraaf.

Zo kunnen we ten vierde een leven leiden waarin we op elk moment ondergedompeld zijn in het onmetelijk ruime en schitterende Boeddhaleven. De Weg is nooit ten einde, we zijn er op dit moment mee bezig. Natuurlijk is dit een oneindig en onmogelijk programma. Daarom is het ook ‘maha’-yana, het ‘grote’, ‘immense’ voertuig.

Onze beoefening mag nooit opgesloten worden in iets dat we vanbuiten uit kunnen bekijken en bevatten, want anders verliest onze praktijk alle kracht en zuurstof.

De eko van de patriarchen

9 januari 2009
Inleiding   Traditioneel wordt bij elke ceremonie de verdiensten van zazen opgedragen aan iemand of een groep mensen. Hoe letterlijk je zulke ‘overdracht’ neemt is een persoonlijke zaak, maar het is nooit slecht om bij zazen en alles wat ermee verbonden is ook regelmatig expliciet uiting te geven van de gulheid die een fundament van een echte praktijk is. Enkel voor jezelf zazen doen is in wezen een misverstand.   Er zijn eko’s (toewijdingen) in allerlei vormen. In de onderstaande eko gedenken we de overdrachtslijn van leraren die de zen tot bij ons gebracht hebben. Zonder hun gulle en onverdroten praktijk hadden we zelf niet kunnen beoefenen. Daarom zingen we deze lijst regelmatig in de dojo. In de vertaling van de tekst zijn links verbonden aan korte biografieën van de meeste bekende figuren van deze linie. Voor het onderricht van alle leraren in deze lijn, verwijzen we graag naar de commentaren van Yuno Rech op de Denkoroku van Keizan (work in progress).   De reciteerde tekst   Aogi koi negawaku wa sambo fushite shokan wo tare tamae Jo rai (gezongen soetra’s) o fujusu atsumuru tokoro no shukun wa: Bibashi Butsu daiosho Shiki Butsu daiosho Bishafu Butsu daiosho Kuruson Butsu daiosho Kunagonmuni Butsu daiosho Kasho Butsu daiosho Shakamuni Butsu daiosho Makakasho daiosho Ananda daiosho Shonawashu daiosho Ubakikuta daiosho Daitaka daiosho Mishaka daiosho Bashumitta daiosho Butsudanandai daiosho Fudamitta daiosho Barishiba daiosho Funayasha daiosho Anabotei daiosho Kabimora daiosho Nagyaharajuna daiosho Kanadaiba daiosho Ragorata daiosho Sogyanandai daiosho Kayashata daiosho Kumorata daiosho Shayata daiosho Bashubanzu daiosho Manura daiosho Kakurokuna daiosho Shishibodai daiosho Bashashita daiosho Funyomitta daiosho Hannyatara daiosho Bodaidaruma daiosho Taiso Eka daiosho Kanchi Sosan daiosho Daii Doshin daiosho Daiman Konin daiosho Daikan Eno daiosho Seigen Gyoshi daiosho Sekito Kisen daiosho Yakusan Igen daiosho Ungan Donjo daiosho Tozan Ryokai daiosho Ungo Doyo daiosho Doan Dohi daiosho Doan Kanshi daiosho Ryozan Enkan daiosho Taiyo Kyogen daiosho Toshi Gisei daiosho Fuyo Dokai daiosho Tanka Shijun daiosho Choro Seiryo daiosho Tendo Sokaku daiosho Setcho Chikan daiosho Tendo Nyojo daiosho Eihei Dogen daiosho Koun Ejo daiosho Tettsû Gikai daiosho Keizan Jokin daiosho Sangoku dento rekidai soshi Narabini somon Kodo daiosho Mokudo Taisen daiosho Zuigaki Rempo daiosho No tame kamiji on ni mukui Honjitsu Ho Sen ni sanzen seishû ichido no kofuku wo, kinen sen koto o.     Vertaling   Nederig vragen we om uw ware mededogen en ontwaken. Nadat we (de gezongen soetra’s) gezongen hebben, dragen we deze ceremonie op aan elk van de volgende grote meesters, om onze dankbaarheid voor hun mededogen uit te drukken: de grote meester Boeddha Vipashyin de grote meester Boeddha Shikhin de grote meester Boeddha Vishvabhu de grote meester Boeddha Krakuchanda de grote meester Boeddha Konagamana de grote meester Boeddha Kasyapa de grote meester Boeddha Shakyamuni [link Boeddha] de grote meester Mahakasyapa de grote meester Ananda de grote meester Shanavasa de grote meester Upagupta de grote meester Dhritaka de grote meester Micchaka de grote meester Vasumitra de grote meester Buddhanandi de grote meester Buddhamitra de grote meester Parshva de grote meester Punyayashas de grote meester Asvaghosha de grote meester Kapimala de grote meester Nagarjuna de grote meester Kanadeva de grote meester Rahulata de grote meester Sanghanandi de grote meester Gayashata de grote meester Kumarata de grote meester Jayata de grote meester Vasubandhu de grote meester Manorhita de grote meester Haklenayashas de grote meester Aryasimha de grote meester Basiasita de grote meester Punyamitra de grote meester Prajnatara de grote meester Bodhidharma de grote meester T’ai-tsu Hui-k’o [link Eka] de grote meester Chien-chih Seng-ts’an [link Sosan] de grote meester Ta-i Tao-hsin de grote meester Ta-man Hung-jen [link Konin] de grote meester Ta-chien Hui-neng [link Eno] de grote meester Ch’ing-yuan Hsing-ssu de grote meester Shih-t’ou Hsi-ch’ien [link Sekito Kisen] de grote meester Yüeh-shan Wei-yen de grote meester Yün-yen T’an-shen de grote meester Tung-shan Liang-chieh [link Tozan Ryokai] de grote meester Yün-chü Tao-ying de grote meester T’ung-an Tao-p’i de grote meester T’ung-an Kuan-chih de grote meester Liang-shan Yüan-kuan de grote meester Ta-yang Ching-hsüan de grote meester T’ou-tzu I-ch’ing de grote meester Fu-jung Tao-k’ai de grote meester Tan-hsia Tzu-ch’un de grote meester Chen-hsieh Ch’ing-liao de grote meester T’ien-t’ung Tsun-chüeh de grote meester Hsüeh-tou Chih-chien de grote meester T’ien-t’ung Ju-ching [link Tendo Nyojo] de grote meester Eihei Dogen de grote meester Koun Eju de grote meester Tettsu Gikai de grote meester Keizan Jokin en alle meesters tot aan deze tijd, met name de grote meester Somon Kodo, [link Kodo Sawaki] de grote meester Mokudo Taisen, [link Taisen Deshimaru] de grote meester Zuigaku Rempo, [link Niwa Zenji] drukken we onze erkentelijkheid uit. We bidden voor het geluk van alle deelnemers van de zuivere bijeenkomst, die vandaag in de dojo Ho Sen zazen zijn komen beoefenen.

Jihosanshin

8 januari 2009
Na een ‘gerichte’ toewijding zetten we weer alles open en drukken onze verbondenheid met alle richtingen en alle tijden uit. Dit is geen mysterieuze esoterie, maar een heel eenvoudige realiteit die direct te ervaren is als we ophouden ons grenzentrekkend denkvermogen op alles los te laten.   Gereciteerde tekst   Ji ho san shi i shi fu Shi son bu sa mo ko sa Mo ko ho ja ho ro mi   Vertaling   Alle vroegere, huidige en toekomstige Boeddha’s in de tien richtingen. Alle bodhisattva’s en patriarchen. De soetra van de grote wijsheid die naar de andere oever leidt.

Fukanzazengi – Universele aanwijzingen voor zazen

7 januari 2009

Eihei Dogen (1200-1253)

Inleiding De Fukanzazengi is één van de meest gekoesterde teksten in de soto-zen. Dogen, die de soto-zen vanuit China in Japan invoerde, schreef deze kleine tekst om de puntjes op de i te zetten, omdat over zazen zoveel misverstanden bestonden, net zoals dat vandaag het geval is. Hij schreef zijn eerste versie op 27-jarige leeftijd, net nadat hij de overdracht gekregen had, maar bleef de tekst zijn verdere leven verbeteren en aanpassen. Net zoals elk boeddhistisch onderricht is Fukanzazengi gericht tot tijdgenoten en behandelt hij een aantal specifieke misvattingen en moeilijkheden uit de tijd waarin hij geschreven is: de woelige dertiende eeuw in Japan. Maar net als alle heel grote teksten overstijgt hij ook zijn context en spreekt hij ons nog verrassend fris en rechtstreeks aan. In de dojo wordt op dit moment gewerkt aan een publicatie waarin deze waardevolle tekst in zijn en in onze context geplaatst wordt. Work in progress… Tekst De weg is fundamenteel volmaakt en vervult alles. Waarom maken we dan onderscheid tussen beoefening en verwezenlijking? Het voertuig van de dharma beweegt zich vrij en onbelemmerd. Waartoe dient dan menselijke inspanning? De Boeddhanatuur overstijgt zonder twijfel alle stof van de wereld. Wie gelooft dan dat er een middel bestaat om hem schoon te poetsen? Hij is nooit verwijderd van de plaats waar je je nu bevindt. Wat heeft het dan voor zin om naar allerlei plaatsen te gaan om hem te beoefenen? Maar bij het allerkleinste onderscheid zal de weg even ver van ons verwijderd zijn als de hemel van de aarde. Bij de geringste neiging tot voorkeur of afkeer zal de geest zich verliezen in verwarring. Stel dat je trots wordt op je door oefening verworven inzichten, daarmee verlaag je je eigen verlichte staat omdat je slechts een fractie ziet van de wijsheid waarvan alles is doordrongen. Je vergist je als je denkt de hemel te kunnen bestormen. Je maakt pas de eerste stappen over de grenzen, maar schiet nog tekort wat betreft de belangrijkste weg van de volledige bevrijding. Moet ik hier nu echt opnieuw spreken over de Boeddha, die een aangeboren inzicht had. De invloed van zijn zes jaar mediteren strekt zich tot dit moment uit. Of moet ik je aan Bodhidharma’s overdracht van de geestzegel herinneren? De faam van zijn negenjarige zitten wordt tot op heden herdacht. En omdat het met alle patriarchen en wijzen zo verging, is het onbegrijpelijk dat mensen van deze tijd zich onttrekken aan het volgen van de weg. Daarom zouden we moeten stoppen met een praktijk gebaseerd op verstandelijk inzicht, het bestuderen van woorden en het naleven van wijze spreuken, om een stap terug te kunnen doen en onze blik naar binnen te richten en zo ons zelf te verlichten. Als je de realiteit zoals ze is wilt bereiken, dien je de realiteit zoals ze is te beoefenen. Voor zazen is een rustige kamer nodig. Eet en drink matig. Zet alle zorgen opzij en stop met alle activiteiten. Denk niet in termen van goed en kwaad. Laat je niet leiden door voorkeur en afkeer. Stop alle beweging van het bewustzijn en het oordelen over opkomende gedachten en gevoelens. Maak je geen illusies een Boeddha te worden. Verder heeft zazen niets van doen met zitten of liggen. Op de vloer van de plek waar je regelmatig zazen beoefent, leg je een dikke mat neer, waarop een kussen wordt geplaatst. Zit in de halve lotus- of volledige lotushouding. In de volledige lotushouding leg je eerst de rechtervoet op het linker dijbeen en daarna de linkervoet op het rechter dijbeen. In de halve lotushouding leg je de linkervoet gewoon op het rechter dijbeen en rust de rechtervoet op de grond. Je kleding en je riem dienen ruim te zitten en net te zijn. Leg daarna de rechterhand op de linkervoet en de linkerhand in de naar boven gekeerde handpalm van de rechterhand, terwijl de duimtoppen elkaar lichtjes raken. Ga dan recht zitten in een correcte lichaamshouding, waarbij je noch naar links of rechts, noch naar voren of naar achteren helt. Verzeker jezelf ervan dat je oren zich op één vlak met de schouders bevinden en dat de neus op dezelfde verticale lijn ligt als de navel. Plaats de tong tegen de voorkant van het gehemelte, terwijl je tanden en lippen beide op elkaar houdt. De ogen moeten altijd open blijven en je dient lichtjes door de neus te ademen. Als je deze houding hebt aangenomen, haal enkele keren diep adem, adem in en adem uit, beweeg je lichaam naar links en naar rechts en zet jezelf in een stevige, roerloze positie. Denk aan niet-denken. Hoe denk je aan niet-denken? Door voorbij het denken en het niet-denken te denken. De zazen waarover ik spreek is geen methode om te leren mediteren. Het is simpelweg de Dharmapoort naar kalmte en geluk, de beoefeningrealisatie [link shusho] van totale en opperste verlichting. Het is de openbaring van de uiteindelijke werkelijkheid. Het ligt buiten het bereik van de honderdduizend trucs van het ego. Als eenmaal de pointe ervan begrepen is, zul je zijn als de draak die in het water gaat, als de tijger die de berg beklimt. Want je dient te beseffen dat de juiste Dharma zich precies in zazen zelf manifesteert en dat vanaf het begin onwetendheid en verstrooidheid verdreven zullen worden. Als je na het zitten opstaat, doe dat dan met langzame en rustige bewegingen. Doe het kalm en bedachtzaam. Kom niet plotseling snel omhoog. Als we het verleden onderzoeken, zien we dat het overstijgen van zowel niet-verlichting als verlichting, zittend en staan sterven helemaal en volledig afhangt van de kracht van zazen. Men kan verlicht geraken in situaties met een vinger, een vlag, een naald of een houten hamer. Verwerkelijking kan ook tot stand komen met behulp van een vliegenmepper, een vuistslag, een staf of een schreeuw. Het kan niet ten volle worden begrepen door het onderscheidende denken van de mens. Het kan ook niet gekend worden door de beoefening of verwerkelijking van bovennatuurlijke krachten. Het is een toestand die aan het horen en zien van de mens voorbijgaat; het is de toestand die ook voorafgaat aan alle kennis en waarnemingen. Omdat dit zo is, maakt intelligentie of gebrek eraan niets uit. Tussen het domme en het knappe bestaat geen onderscheid. Als je je kracht met heel je wezen concentreert, is dat uit zichzelf al het gaan van de weg. Beoefeningrealisatie is van nature onbesmet en zuiver. Doorgaan met oefenen is een kwestie van alledaagsheid. In het algemeen wordt zowel in deze als in andere werelden het zegel van de Boeddha gehandhaafd, maar bovenal prevaleert de stijl van onze school, omdat ze uitsluitend gewijd is aan zazen, totaal betrokken is op het roerloze zitten. Hoewel men zegt dat er evenveel geesten als mensen bestaan, volgen ze allemaal de weg, alleen door zazen te beoefenen. Waarom zou je de stoel in je eigen huis verlaten en zonder duidelijk doel op zoek gaan naar stoffige rijken in andere landen? Eén misstap en je bent van de weg, die hier en nu voor je open ligt, afgedwaald. Je verkeert in de unieke omstandigheid een menselijk lichaam te bezitten. Gebruik je tijd niet nutteloos. Jij kunt het grootse werk van de Boeddha voortzetten. Wie zou volledig kunnen genieten van de vonk van een vuursteen? Daarnaast zijn de vorm en het wezen als dauw op het gras; de menselijke bestemming is als een bliksemschicht, in één tel verschenen en verdwenen, kortstondig als een knippen van je vingers. Luister alsjeblieft, eerzame volgeling van zen: als je gewend bent de olifant te betasten, hoef je de ware draak niet te wantrouwen. Gebruik je energie voor een methode die direct naar het absolute wijst. Eerbiedig de mens die het volledig heeft verworven, die boven alle menselijke handelen is verheven. Vereenzelvig jezelf met de verlichting van de Boeddha’s; volg de eerlijk verkregen erfenis van het samadhi van de patriarchen. Handel steeds op deze wijze en je kunt er zeker van zijn dat je net als hen zult worden. Je schatkamer zal zich vanzelf openen en je zult er gebruik van kunnen maken wanneer je maar wenst.
Met deze vragen drukt Dogen een verwarring uit die de toenmalige boeddhistische middens kwelde. Aan de ene kant werd gesteld dat iedereen van nature een Boeddha was, maar aan de andere kant was de beoefening in kloosters heel veeleisend. Stilaan groeide dan ook het idee dat al die lastige dingen als meditatie eigenlijk niet nodig waren en dat ze enkel maar moesten geloven in de Boeddhanatuur. Dat leidde tot allerlei wantoestanden, waarin de slagzin ‘uiteindelijk is alles toch de verlichte toestand’ als excuus gebruikt werd om zich van niets nog iets aan te trekken – een redenering die vandaag ook weer populair wordt. Dogen verzette zich sterk tegen deze denkwijze en gaf zijn hele leven aan de heropleving van een actief ontwaken, met een actieve inspanning om zowel inwendig als uitwendig de wereld van lijden te bevrijden. Een eerste antwoord van Dogen. We kunnen nog zoveel lopen roepen dat we allemaal Boeddha zijn, maar in ons concrete gedrag tonen we ons verward en in de greep van voorkeuren en afkerigheden die onze blik op de wereld en op onszelf vertroebelen. Onze eventuele inzichten worden pedanterieën waarmee we onze omgeving teisteren, en waarmee we onszelf nog wat meer in blinde egopatronen jagen. Met bevrijding heeft dit allemaal niets te maken. Volgens één van de traditionele vertellingen over het leven van de Boeddha, zat hij na zijn ontwaken zes jaar in zazen. Bodhidharma, de halflegendarische stichter van de zen in China, werd in het begin niet begrepen door de Chinezen en trok dan maar een grot in om daar negen jaar lang zazen te doen. Of deze legendes nu kloppen of niet, het punt is dat de zazenbeoefening niet iets is dat je een tijdlang doet om later verlicht te worden en er daarna mee op te houden. Heel wat monniken dachten (en denken soms nu nog) dat zazen een soort van dril voor beginners is en dat je nadien enkel nog wat ceremonieën moest doen om je job te behouden. Dogen zal proberen om in de Fukanzazengi de juiste plaats en praktijk van zazen te duiden – een werk dat in de dojo voortdurend opnieuw verfrist moet worden. De realiteit zoals ze is, de ‘zoheid’ (tathata, Jap. inmo) is de inhoud van het ontwaken, de ervaring van de wereld als we de sluier van ons grijpen, afwijzen en vastleggen afwerpen. Voor Dogen is dit geen eenmalige gebeurtenis of mystieke contemplatie, maar een actief gebeuren dat op elk moment belichaamd moet worden in elk gebaar, elke gedachte en elk woord. Zo straalt de Boeddha open en vrij in ons concrete leven, in plaats van in onze meningen of in korte momenten van gelukzaligheid. Hoewel dit misschien allemaal vormelijke aanwijzingen lijken, toont de nauwgezetheid van Dogen hier dat we zen kunnen beoefenen in elk aspect van ons leven. Door zorg te dragen voor zelfs de manier waarop we onze kleren dragen, en de precieze manier van zitten, wordt onze geest en ons lichaam gevuld met een scherpe aandacht voor het allerkleinste. Natuurlijk is deze (halve) lotushouding niet voor iedereen even gemakkelijk of zelfs mogelijk. Toch is het heel goed om de houding, met alle beperkingen van je lichaam, zo dicht mogelijk te benaderen (zelfs al lijkt het er in de verste verte nog niet op). Met een degelijke lichamelijke investering vermijd je dat je zazen een dromerij of mentale trip wordt. In zazen ben je betrokken met elke pees, elke porie. Je gedachten laat je als nevelslierten voorbijtrekken, verwacht daar maar niet te veel van. Dit is een hele mond vol en een simpele voetnoot is niet de plek om hier helemaal op in te gaan. De eerste zin is wellicht nog de belangrijkste, want de meest verrassende: zazen is geen manier om te leren mediteren. In zazen leer je niets. Je bent niet in dit moment, je bent dit moment, het heelal zoals het zich hier en nu manifesteert, met alles erop en eraan. Nadenken en manipulaties zullen je hier niet helpen. Als je echt met huid en haar in zazen zit, valt alles op zijn plaats, ben je in je element (zoals de draak en de tijger), zelfs als je knieën pijn doen, zelfs als je dingen ziet opduiken die je helemaal niet leuk vindt, zelfs als je merkt dat er stormen opkomen of periodes van verveling passeren. Niet suffen op je kussen en geen dingen mentaal proberen oplossen – en toch er helemaal bij zijn. Dat is zazen. Zazen is geen zitbatterij om je op te laden en nadien weer je gangen te gaan. Zazen zou ons moeten bezielen in ons hele leven, in elk gedrag. Dus waarom niet beginnen met aandachtig en met zorg recht te komen? In de dojo barst na zazen soms een donderwolk van snuiten, hoesten, kreunen of al dan niet verbale dramatiek op. De verwarring neemt het weer meteen over. Als we aandachtig rechtkomen, met zorg om de rust voor onze omgeving, lanceren we ons alvast met meer actief mededogen en wijsheid in ons dagelijkse leven. In boeddhistische kringen werd zazen vaak aanzien als een van de mogelijke trainingen die je kunt opnemen. Andere waren dan ethische voorschriften, ceremonieën of studie. Soms kon een monnik zelfs enkel maar fondsen werven als beoefening. Dogen drukt er hier nog eens op dat voor hem de praktijk van een boeddhist niet los te koppelen is van zazen. En dit is meteen de andere kant van de medaille. Als we regelmatig en doorgedreven zazen beoefenen, kunnen alle aspecten waarmee we in contact komen in de rest van de dag ons tot ontwaken brengen. Niet omdat je loopt na te denken of omdat je plots diepe, esoterische verbanden ziet, niet omdat er wit licht schijnt of omdat je de schoonheid van de wereld aanschouwt – maar omdat je zoals in zazen plots zo hier en nu, zo totaal dit doet, dit bent, dat je hele bestaan een kracht en een vrijheid krijgt die niet te bevatten of te beschrijven is. En dit is iets heel gewoons. De stoffige rijken in andere landen verwijst naar een verhaal uit de Lotussoetra over een zoon van een rijke handelaar die zijn vader verlaten had en zo diep aan de grond raakte dat hij zijn afkomst vergeten was. De vader nam hem weer in huis, maar de zoon was bang van het grote huis. Pas na een hele tijd kon de jongen zich weer herinneren dat dit inderdaad zijn huis was. Net zoals we in zazen soms met een schok het gevoel kunnen hebben van eindelijk weer thuis te zijn bij onszelf… ‘waar ben ik al die tijd toch geweest?’ De paradox is dat we om dit echt te kunnen beleven inderdaad heel regelmatig ons huis dienen te verlaten om in de dojo of op stages bij een degelijke leraar zazen te beoefenen. We kunnen hier heel lang over spreken of kort. Laten we voor kort gaan: Welke zen wil je? Die van de auto- of yoghurtreclame? Of die van je eigen Boeddhanatuur? De keuze is aan jou. De olifant verwijst naar een verhaal over een aantal blinde mannen die een olifant betasten en over het wezen van een olifant spreken. Volgens de één is een olifant een dun dingetje met een pluim op het eind (hij heeft de staart vast), volgens een ander een soort van boomstam (de poot) en volgens een derde een soort van groot blad (oor). Dit staat voor filosofen die vanuit hun mentale iets kijk over ‘de zen’ willen zeggen. Er zijn veel van dergelijke boeken en meestal duurt het maar één bladzijde (of één minuut op Youtube) om te weten of ze spreken vanuit hun lichaam of vanuit hun leeskennis. De draak verwijst naar het verhaal van iemand die alles over draken verzamelde en er alles over wist. Op een dag hoort een echte draak over deze man en besluit hem om te zoeken. Hij steekt zijn kop door het venster om de drakenvriend te begroeten, die meteen gillend zijn huis uitrent en wegvlucht. Er zijn veel drakenvrienden, mensen die graag ‘zen’ zouden zijn of er veel over weten. En ja, ze vluchten allemaal snel uit de dojo. Zazen is, zoals de titel van de Fukanzazengi zegt, werkelijk voor iedereen – voor iedereen die zazen doet en blijft doen, voor wie het lef heeft om te zitten en te zien wat er gebeurt als je ophoudt te reageren, je opent voor wat zich aandient in deze stilte en dat observeert. Een schitterend landschap. De schatkamer van je Boeddhanatuur. Noten: Tom Shoden Hannes