Kesasoetra of Takkesa Ge
13 januari 2009
Inleiding
We hebben in onze sangha de gewoonte om onze ceremonie te zingen in het Chinees en het Japans. Niet alleen omdat we een internationale sangha zijn, maar zeker om van de ceremonie in de eerste plaats een eenvoudige handeling te maken eerder dan een moment om ons hoofd te breken over boeddhistische teksten. En voor de Hannya Shingyo is dat zeker meegenomen, want zonder begeleidende voetnoten kom je uit deze superbeknopte samenvatting van de filosofie van de leegte niet heel ver.
Ook in deze korte inleiding kunnen we niet al te diep ingaan op de rijke inhoud van deze tekst. Wie er zich in wilt verdiepen kan in de dojo de commentaren van Dogen, Deshimaru en Yuno Rech krijgen.
Maar voor wie ongeduldig is: de Maka Hannya Haramita Shingyo, of de Kern van de Soetra van de Immense Wijsheid die de Andere Oever Bereikt Heeft – of kortweg de Hartsoetra – is een klassieke mahayanaboeddhistische tekst die in heel kernachtige bewoordingen de visie van de leegte (sunyata, ku) samenvat. Het is een dialoog tussen de symbolische bodhisattva van het mededogen Avalokitesvara (Kanjizai bosatsu) en Sariputra (Sharishi), waarin Avalokitesvara uitlegt dat als je werkelijk inziet dat geen enkel verschijnsel ontsnapt aan de leegte (het feit dat elk bestaan niets anders is dan een bestaan in onderlinge afhankelijkheid en dus tijdelijk en fundamenteel ongrijpbaar), het echte Boeddhawerk kan beginnen: lijdende wezens helpen te ontwaken. De Hannya Shingyo is heel kort en bijna in stenoschrift opgesteld, zodat in deze enkele regels de tekst de leegte verkondigt van elk element van onze persoonlijkheid, van alle fysische verschijnselen én van de hele boeddhistische leer. Als climax klinkt het woord dat voor Dogen, Deshimaru en Yuno Rech centraal staat: mushotoku: een beoefening die niet opgesloten is in een verwachtingspatroon, zelfs niet in dat van ‘de andere oever’ van nirvana.
Gereciteerde tekst
Kan ji zai bo satsu. Gyo jin han-nya ha ra mi ta ji. Sho ken go un kai ku. Do is-sai ku yaku. Sha ri shi. Shiki fu i ku. Ku fu i shiki. Shiki soku ze ku. Ku soku ze shiki. Ju so gyo shiki. Yaku bu nyo ze.
Sha ri shi. Ze sho ho ku so. Fu sho fu metsu. Fu ku fu jo. Fu zo fu gen. Ze ko ku chu. Mu shiki mu ju so gyo shiki. Mu gen ni bi zes-shin ni. Mu shiki sho ko mi soku ho. Mu gen kai nai shi mu i shiki kai. Mu mu myo yaku mu mu myo jin. Nai shi mu ro shi. Yaku mu ro shi jin. Mu ku shu metsu do. Mu chi yaku mu toku. I mu sho toku ko.
Bo dai sat-ta. E han-nya ha ra mi ta ko. Shin mu kei ge mu kei ge ko. Mu u ku fu. On ri is-sai ten do mu so. Ku gyo ne han. San ze sho butsu. E han-nya ha ra mi ta ko. Toku a noku ta ra san myaku san bo dai. Ko chi han-nya ha ra mi ta. Ze dai jin shu. Ze dai myo shu. Ze mu jo shu. Ze mu to do shu. No jo is-sai ku. Shin jitsu fu ko. Ko setsu han-nya ha ra mi ta shu. Soku setsu shu watsu.
Gya tei, gya tei ha ra gya tei. Hara so gya tei bo ji sowa ka.
Han-nya shin gyo.
Vertaling
De bodhisattva van het mededogen ziet door zijn diepe beoefening van de grote wijsheid dat de bestanddelen van ons zelf[1] niets dan leegte zijn, en door dat begrip verlicht hij alle lijden. Sariputra, de vormen (shiki) verschillen niet van de leegte (ku) en de leegte verschilt niet van de vormen. Shiki is zelf ku, ku is zelf shiki. Dat geldt ook voor de gewaarwordingen, de waarnemingen, de mentale constructies en het bewustzijn.
Sariputra, alle bestaansvormen worden gekenmerkt door ku. Ze worden niet geboren en sterven niet, ze zijn niet zuiver en niet bezoedeld, ze nemen niet toe en niet af. Dus in ku is er geen vorm, geen gewaarwording, geen waarneming, geen mentale constructie, geen bewustzijn; er is geen oog, geen oor, geen neus, geen tong, geen lichaam en geen bewustzijn; er is geen kleur, geen geluid, geen smaak, niets tastbaars, geen gedachte; dus in ku bestaat het domein van de zintuigen niet. Er is geen onwetendheid en geen ophouden van onwetendheid. Er is geen ouderdom en dood, en geen ophouden van ouderdom en dood.[2] Er is geen lijden, geen oorzaak, geen ophouden, geen pad.[3] Er is geen wijsheid, geen verwerven en geen niet-verwerven (mushotoku).
Dankzij de grote wijsheid die naar de overkant leidt, kent de onbelemmerde geest van de bodhisattva geen angst en zijn alle gehechtheden uit de weg geruimd. Hij kan tot het ultieme doel komen: het nirvana. Alle vroegere, huidige en toekomstige Boeddha’s beoefenen de grote wijsheid en bereiken zo het meest volmaakte ontwaken. Dus moeten we begrijpen dat hannya haramita de grootste, schitterendste en meest lichtende mantra is, de hoogst verheven van alle mantra’s, onvergelijkbaar. Zijn kracht snijdt alle lijden door. Dit is de waarachtige mantra, waardoor we de essentie van alle waarheid kunnen bereiken:
Gaan, gaan, samen voorbij de overkant gaan, tot aan de totale verwezenlijking van de Weg.
[1] De vijf skandha’s: lichaam, gewaarwordingen, waarnemingen, impulsen en bewustzijn.
[2] Onwetendheid en ouderdom-en-dood zijn de eerste en laatste schakel van de ‘twaalf oorzaken’, een klassieke voorstelling van het feit dat alles veroorzaakt en geconditioneerd is, één van de basiselementen van de dharma. Zie innen.
[3] De vier edele waarheden, de eerste uiteenzetting van de Boeddha na zijn ontwaken.
Tekst met vertaling
Shujo muhen seigando.
Hoe oneindig veel wezens er ook zijn, ik beloof ze allemaal te redden.
Bonno mujin seigandan.
Hoe oneindig veel passies er ook zijn, ik beloof ze allemaal te boven te komen.
Homon muryo seigangaku.
Hoe oneindig het onderricht ook is, ik beloof het helemaal te verwezenlijken.
Butsudo mujo seiganjo.
Hoe volmaakt de Boeddhaweg ook is, ik beloof hem helemaal te verwezenlijken.
Commentaar
Deze vier geloftes vormen het programma van de bodhisattva, het ideaal van het mahayanaboeddhisme, waarvan de zen deel uitmaakt. Ze markeren het verschil tussen een praktijk die enkel dient om jezelf beter te voelen (wellness-zen) of om zo snel mogelijk verlicht te zijn en je terug te trekken in je eigen gelukzaligheid. Die twee houdingen worden ‘hinayana’ genoemd, vrij vertaald ‘zo kleingeestig dat de essentie van de weg verloren raakt.’
Een echte praktijk leidt tot een echt mededogen, dat geen piëtistisch gevoel van eenheid of wazige mystiek is waarin alles in orde is, maar een bruisend, actief leven waarin je eigen bestaan en dat van de anderen fundamenteel ongescheiden is. Om dat te kunnen doen, moet je natuurlijk stabiel genoeg zijn om je niet door je bonno’s (illusies) te laten meeslepen. Helaas hoeven we geen voorbeelden te verzinnen over hoe hooggestemde revolutionaire idealen kunnen omslaan tot onderdrukking en massale moordpartijen. En het is niet omdat je zazen doet en jezelf boeddhist noemt dat je van alle illusies gevrijwaard bent. Opletten blijft de boodschap. Daarom beloven we onze bonno’s onder handen te nemen.
Ten derde beloven we alle onderrichtingen te bestuderen. Dat zijn niet alleen de teksten lezen, maar werkelijk elk verschijnsel observeren als een uiting van de realiteit, van de dharma. Dus ook onze bonno’s uit de vorige paragraaf.
Zo kunnen we ten vierde een leven leiden waarin we op elk moment ondergedompeld zijn in het onmetelijk ruime en schitterende Boeddhaleven. De Weg is nooit ten einde, we zijn er op dit moment mee bezig. Natuurlijk is dit een oneindig en onmogelijk programma. Daarom is het ook ‘maha’-yana, het ‘grote’, ‘immense’ voertuig.
Onze beoefening mag nooit opgesloten worden in iets dat we vanbuiten uit kunnen bekijken en bevatten, want anders verliest onze praktijk alle kracht en zuurstof.
Eihei Dogen (1200-1253)
Inleiding De Fukanzazengi is één van de meest gekoesterde teksten in de soto-zen. Dogen, die de soto-zen vanuit China in Japan invoerde, schreef deze kleine tekst om de puntjes op de i te zetten, omdat over zazen zoveel misverstanden bestonden, net zoals dat vandaag het geval is. Hij schreef zijn eerste versie op 27-jarige leeftijd, net nadat hij de overdracht gekregen had, maar bleef de tekst zijn verdere leven verbeteren en aanpassen. Net zoals elk boeddhistisch onderricht is Fukanzazengi gericht tot tijdgenoten en behandelt hij een aantal specifieke misvattingen en moeilijkheden uit de tijd waarin hij geschreven is: de woelige dertiende eeuw in Japan. Maar net als alle heel grote teksten overstijgt hij ook zijn context en spreekt hij ons nog verrassend fris en rechtstreeks aan. In de dojo wordt op dit moment gewerkt aan een publicatie waarin deze waardevolle tekst in zijn en in onze context geplaatst wordt. Work in progress… Tekst De weg is fundamenteel volmaakt en vervult alles. Waarom maken we dan onderscheid tussen beoefening en verwezenlijking? Het voertuig van de dharma beweegt zich vrij en onbelemmerd. Waartoe dient dan menselijke inspanning? De Boeddhanatuur overstijgt zonder twijfel alle stof van de wereld. Wie gelooft dan dat er een middel bestaat om hem schoon te poetsen? Hij is nooit verwijderd van de plaats waar je je nu bevindt. Wat heeft het dan voor zin om naar allerlei plaatsen te gaan om hem te beoefenen? Maar bij het allerkleinste onderscheid zal de weg even ver van ons verwijderd zijn als de hemel van de aarde. Bij de geringste neiging tot voorkeur of afkeer zal de geest zich verliezen in verwarring. Stel dat je trots wordt op je door oefening verworven inzichten, daarmee verlaag je je eigen verlichte staat omdat je slechts een fractie ziet van de wijsheid waarvan alles is doordrongen. Je vergist je als je denkt de hemel te kunnen bestormen. Je maakt pas de eerste stappen over de grenzen, maar schiet nog tekort wat betreft de belangrijkste weg van de volledige bevrijding. Moet ik hier nu echt opnieuw spreken over de Boeddha, die een aangeboren inzicht had. De invloed van zijn zes jaar mediteren strekt zich tot dit moment uit. Of moet ik je aan Bodhidharma’s overdracht van de geestzegel herinneren? De faam van zijn negenjarige zitten wordt tot op heden herdacht. En omdat het met alle patriarchen en wijzen zo verging, is het onbegrijpelijk dat mensen van deze tijd zich onttrekken aan het volgen van de weg. Daarom zouden we moeten stoppen met een praktijk gebaseerd op verstandelijk inzicht, het bestuderen van woorden en het naleven van wijze spreuken, om een stap terug te kunnen doen en onze blik naar binnen te richten en zo ons zelf te verlichten. Als je de realiteit zoals ze is wilt bereiken, dien je de realiteit zoals ze is te beoefenen. Voor zazen is een rustige kamer nodig. Eet en drink matig. Zet alle zorgen opzij en stop met alle activiteiten. Denk niet in termen van goed en kwaad. Laat je niet leiden door voorkeur en afkeer. Stop alle beweging van het bewustzijn en het oordelen over opkomende gedachten en gevoelens. Maak je geen illusies een Boeddha te worden. Verder heeft zazen niets van doen met zitten of liggen. Op de vloer van de plek waar je regelmatig zazen beoefent, leg je een dikke mat neer, waarop een kussen wordt geplaatst. Zit in de halve lotus- of volledige lotushouding. In de volledige lotushouding leg je eerst de rechtervoet op het linker dijbeen en daarna de linkervoet op het rechter dijbeen. In de halve lotushouding leg je de linkervoet gewoon op het rechter dijbeen en rust de rechtervoet op de grond. Je kleding en je riem dienen ruim te zitten en net te zijn. Leg daarna de rechterhand op de linkervoet en de linkerhand in de naar boven gekeerde handpalm van de rechterhand, terwijl de duimtoppen elkaar lichtjes raken. Ga dan recht zitten in een correcte lichaamshouding, waarbij je noch naar links of rechts, noch naar voren of naar achteren helt. Verzeker jezelf ervan dat je oren zich op één vlak met de schouders bevinden en dat de neus op dezelfde verticale lijn ligt als de navel. Plaats de tong tegen de voorkant van het gehemelte, terwijl je tanden en lippen beide op elkaar houdt. De ogen moeten altijd open blijven en je dient lichtjes door de neus te ademen. Als je deze houding hebt aangenomen, haal enkele keren diep adem, adem in en adem uit, beweeg je lichaam naar links en naar rechts en zet jezelf in een stevige, roerloze positie. Denk aan niet-denken. Hoe denk je aan niet-denken? Door voorbij het denken en het niet-denken te denken. De zazen waarover ik spreek is geen methode om te leren mediteren. Het is simpelweg de Dharmapoort naar kalmte en geluk, de beoefeningrealisatie [link shusho] van totale en opperste verlichting. Het is de openbaring van de uiteindelijke werkelijkheid. Het ligt buiten het bereik van de honderdduizend trucs van het ego. Als eenmaal de pointe ervan begrepen is, zul je zijn als de draak die in het water gaat, als de tijger die de berg beklimt. Want je dient te beseffen dat de juiste Dharma zich precies in zazen zelf manifesteert en dat vanaf het begin onwetendheid en verstrooidheid verdreven zullen worden. Als je na het zitten opstaat, doe dat dan met langzame en rustige bewegingen. Doe het kalm en bedachtzaam. Kom niet plotseling snel omhoog. Als we het verleden onderzoeken, zien we dat het overstijgen van zowel niet-verlichting als verlichting, zittend en staan sterven helemaal en volledig afhangt van de kracht van zazen. Men kan verlicht geraken in situaties met een vinger, een vlag, een naald of een houten hamer. Verwerkelijking kan ook tot stand komen met behulp van een vliegenmepper, een vuistslag, een staf of een schreeuw. Het kan niet ten volle worden begrepen door het onderscheidende denken van de mens. Het kan ook niet gekend worden door de beoefening of verwerkelijking van bovennatuurlijke krachten. Het is een toestand die aan het horen en zien van de mens voorbijgaat; het is de toestand die ook voorafgaat aan alle kennis en waarnemingen. Omdat dit zo is, maakt intelligentie of gebrek eraan niets uit. Tussen het domme en het knappe bestaat geen onderscheid. Als je je kracht met heel je wezen concentreert, is dat uit zichzelf al het gaan van de weg. Beoefeningrealisatie is van nature onbesmet en zuiver. Doorgaan met oefenen is een kwestie van alledaagsheid. In het algemeen wordt zowel in deze als in andere werelden het zegel van de Boeddha gehandhaafd, maar bovenal prevaleert de stijl van onze school, omdat ze uitsluitend gewijd is aan zazen, totaal betrokken is op het roerloze zitten. Hoewel men zegt dat er evenveel geesten als mensen bestaan, volgen ze allemaal de weg, alleen door zazen te beoefenen. Waarom zou je de stoel in je eigen huis verlaten en zonder duidelijk doel op zoek gaan naar stoffige rijken in andere landen? Eén misstap en je bent van de weg, die hier en nu voor je open ligt, afgedwaald. Je verkeert in de unieke omstandigheid een menselijk lichaam te bezitten. Gebruik je tijd niet nutteloos. Jij kunt het grootse werk van de Boeddha voortzetten. Wie zou volledig kunnen genieten van de vonk van een vuursteen? Daarnaast zijn de vorm en het wezen als dauw op het gras; de menselijke bestemming is als een bliksemschicht, in één tel verschenen en verdwenen, kortstondig als een knippen van je vingers. Luister alsjeblieft, eerzame volgeling van zen: als je gewend bent de olifant te betasten, hoef je de ware draak niet te wantrouwen. Gebruik je energie voor een methode die direct naar het absolute wijst. Eerbiedig de mens die het volledig heeft verworven, die boven alle menselijke handelen is verheven. Vereenzelvig jezelf met de verlichting van de Boeddha’s; volg de eerlijk verkregen erfenis van het samadhi van de patriarchen. Handel steeds op deze wijze en je kunt er zeker van zijn dat je net als hen zult worden. Je schatkamer zal zich vanzelf openen en je zult er gebruik van kunnen maken wanneer je maar wenst.